Humaan en kleurrijk

Souto de Moura ontving maandag de Pritzker Prize voor zijn betoverende helderheid.

De winnaar van de belangrijkste architectuurprijs ter wereld is voor Nederlanders toch vooral de man van Oranje versus Letland (3-1). Het was een wedstrijd tijdens het EK voetbal 2004 in Portugal die ons nipt door de eerste ronde loodste, ondanks het dramatisch wisselen van Arjen Robben door trainer Dick Advocaat, een wedstrijd eerder. Het stadion waar de Balten op dat EK werden afgedroogd, is ontworpen door Eduardo Souto de Moura (58), laureaat van de Pritzker Prize 2011.


Stadion Braga in het noorden van Portugal is waarschijnlijk de gekste voetbaltempel ter wereld. Een van de kopse zijden bestaat volledig uit rots. Souto de Moura koos bewust voor een voormalige steengroeve om zijn stadion met capaciteit van 30 duizend bezoekers te bouwen. Het geeft een onwezenlijk maar wel fraai beeld. Moderne tribunes aan de lange zijde, harde steen achter het doel. Als je de bal over de lat pegelt, kaatst hij hard terug het veld in.


Souto de Moura is nauwelijks bekend buiten Portugal. Hij schiep in eigen land een stijlvol modernistisch oeuvre, met veel zorgvuldig gebruik van grove natuursteen, hout, glas en beton. Hij is ook niet heel bekend buiten de architectuurwereld. Hij is een architecten-architect. Hogelijk bewonderd door collega's en vooral een held uit de jaren tachtig en negentig. Want terwijl in die tijd architecten zich bezondigden aan aberraties als het postmodernisme, eclecticisme en deconstructivisme, bleef Souto de Moura de ene mooie strakke villa na de andere ontwerpen.


Het lijkt wel of de jury van de Pritzker Prize - eerder toegekend aan grootheden als Rem Koolhaas, Norman Foster en Zaha Hadid - hem nu heeft willen belonen voor zijn moed van toen. Want zijn oeuvre heeft zich niet spectaculair ontwikkeld. Het stadion in Braga uit 2003 is vooral zo krachtig door de ruimte die is gecreëerd in samenspraak met de rotsige natuur.


Zijn laatste grote project, museum Paula Rego (2009) in de buurt van Sintra, is een mooi zalmrood gestuukt complex, dat in het land ligt verzonken. De schoorsteenachtige torens zijn een referentie naar paleizen van het historische Sintra, en ze zijn sculpturaal wel sterk, maar tegelijk ook heel atypisch voor het minimalistisch oeuvre van de Portugese architect.


Souto de Moura is schepper van wat je het best kunt omschrijven als het poëtisch modernistisch oeuvre. Vooral zijn villa's hebben een betoverende helderheid, die doet denken aan het werk van Ludwig Mies van der Rohe. Het bijvoeglijk naamwoord Miesiaans is speciaal voor Souto de Moura bedacht. Strakke lange muren, doordachte plattegronden, prachtige materiaalkeuzes.


Of hij nu werkt met steen, beton, hout of metaal, het wordt nooit zwaar of grof bij Souto de Moura. Zo is er een villa in Caminha (1992), met een lange glaswand zo dicht op een rotswand dat je je buik inhoudt als je langsloopt. Of de grappige stadsvilla Caso do Cinema (1998) in Porto met brede vensters die als filmschermen over de stad uitkijken. En een setje ruggelings geschikte appartementen in Setubal (2002), dat als een beeldengroep midden in het land staat.


Souto de Moura is ook die 'enige' andere Portugese architect, naast het monument Alvaro Siza. Deze Pritzker Prizewinnaar van 1992, stelde lang iedere landgenoot in zijn schaduw en geniet internationaal meer reputatie. Siza is de man die Portugal na de Anjerrevolutie architectonisch moderniseerde. Toch is Souto de Moura's werk minstens zo goed als dat van Siza, zelfs iets minder rigide. Waar Souto de Moura humaan en kleurrijk zijn materiaal toepast, is Siza streng en weinig toegeeflijk op het gebied van comfort.


De twee zijn goed bevriend. Souto de Moura keek deels het vak af bij de twintig jaar oudere Siza. In een gezamenlijk interview in 2002 mopperden ze samen op het slechte architectuurklimaat in hun thuisstad Porto. 'Men loopt wel te hoop als er een boom wordt omgehakt, of een park verdwijnt. Maar tegen de komst van lelijkheid doet men hier in Porto niets', verzuchtte Souto de Moura als reactie op de bouw van twee monsterachtige flats die zijn Casa do Cinema visueel dreigden te pletten.


Blijft de vraag waarom Souto de Moura de Pritzker Prize nu krijgt. Vooraf werd Steven Holl als belangrijke kanshebber getipt, de Amerikaan die in Nederland bekend is van zijn koperen paviljoen aan de Amsterdamse Sarphatistraat. En Santiago Calatrava, de Spaanse ingenieur-architect van het futuristische cultuurcomplex in Valencia en in Nederland zichtbaar in twee tuibruggen bij Hoofddorp. De enige Nederlander die enige kansen kreeg toegedicht, was Ben van Berkel van UN Studio.


Maar Souto de Moura was ook een serieuze kandidaat, Pritzkerwatchers weten dat minimalisten als hij doorgaans goed liggen bij de juryleden, dit jaar onder anderen Renzo Piano en Glenn Murcutt. Twee jaar geleden ging de prijs naar Zwitser Peter Zumthor, ook al niet zo bekend, ook al een architecten-architect en ook al nauwelijks bouwend buiten zijn eigen regio. Maar met een oeuvre dat minstens zo kaal en esthetisch is als dat van Souto de Moura. In die lijn past Souto de Moura goed, een architect die niet de wereld hoeft te veroveren, dichtbij is goed genoeg.


Zie ook Pritzkerprize.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden