Hulpverlening in Afghanistan steeds moeilijker

Buitenlandse hulpverleners in het zuiden en westen van Afghanistan zijn steeds meer het doelwit van aanslagen door de Taliban. Internationale hulporganisaties kampen met een dilemma: blijven in een onveilig gebied of de hulp stopzetten?...

'We zijn hier niet voor onszelf', zegt Vicky Hawkins, coördinator voor Artsen Zonder Grenzen. 'We zijn hier voor de Afghanen. Maar omdat onze veiligheid in gevaar is, kunnen we hen veel minder goed helpen dan we zouden willen.'

In Afghanistan is het buiten de hoofdstad Kabul nergens écht veilig, maar het geweld in het zuiden en het westen van het land is berucht. Het Amerikaanse leger is er verwikkeld in een oorlog tegen de nog altijd zeer actieve Taliban en Al Qa'ida-strijders.

Westerlingen, en dus ook hulpverleners, zijn het doelwit van aanslagen. Hiermee geven de Taliban te kennen dat geen enkele vorm van westerse aanwezigheid gewenst is in Afghanistan. Ze zouden een jihad, een heilige oorlog, tegen de internationale hulporganisaties hebben uitgeroepen.

De organisaties ontvangen dreigbrieven en hun wagens worden in brand gestoken. 'We wisten altijd al dat het hier gevaarlijk was', vertelt Gladys Agar, hoofd van het kantoor van de Nederlandse organisatie Cordaid in Kandahar. 'Maar toch kwam de moord op Ricardo Muniga als een enorme schok.'

Muniga, een medewerker van het Internationale Rode Kruis, was in april samen met zijn Afghaanse collega's op reis buiten Kandahar toen hij werd overvallen. De Afghanen kregen te horen dat ze zouden worden vermoord als ze bleven samenwerken met de internationale hulporganisaties en Muniga werd doodgeschoten.

'Op zo'n moment gaat er wel wat door je heen', vertelt Agar. 'Het had per slot van rekening ieder van ons kunnen zijn. Maar direct daarna volgt een moeilijke afweging: zijn er projecten die we nu uit veiligheidsoverwegingen moeten laten liggen? Veiligheid gaat voor alles, maar tegelijkertijd wil je zo weinig mogelijk hulp stopzetten.'

Het leeuwendeel van de hulporganisaties besloot dat het buitenlandse personeel de stad niet meer uit mocht. Velen hebben het aantal buitenlandse medewerkers teruggedraaid en een enkele organisatie is zelfs vertrokken.

Hierdoor krijgt de bevolking een van de meest noodlijdende gebieden van Afghanistan nog maar een fractie van de hulpverlening die er nodig is. Er worden geen nieuwe scholen gebouwd, geen gezondheidszorg verleend, en geen cursussen aan vrouwen gegeven.

Artsen zonder Grenzen wilde op het platteland een project voor zwangere vrouwen en zuigelingen opzetten. Vicky Hawkins: 'Daar is enorme behoefte aan. Maar omdat we de dorpen nu onmogelijk in kunnen, staat dit project voorlopig in de koelkast.'

Volgens Diane Johnson, directeur van Mercy Corps Afghanistan, kunnen Afghaanse organisaties momenteel nog in tweederde van het gebied werken, maar is meer dan de helft ervan ontoegankelijk voor internationale hulpverleners. 'Je moet elke week, elke dag, weer een nieuwe inschatting maken', zegt Johnson. 'Het kan wekenlang veilig zijn in bepaalde gebieden, en plotseling wordt er een aanslag gepleegd.'

Johnson is vooral voorzichtig met het buitenlandse personeel. Niet omdat een westers mensenleven meer waard is, maar omdat ze vreest dat er een politieke machine in werking treedt zodra een buitenlandse medewerker wordt vermoord. 'Als een stel zenuwpezen in het verre Amerika beslissingen gaat nemen, moeten we het kantoor hier waarschijnlijk sluiten. Ik kan me beter koest houden en zoveel mogelijk werk doen op het randje van de veiligheid.'

Maar bepalen wát er net op het randje ligt, is moeilijk. Johnson: 'Het gevaarlijkste is misschien wel dat je aan het geweld went. Je schrikt niet meer als je hoort dat er ergens in de stad een bom is ontploft. We meten een aanslag aan de hand van het effect: hoeveel doden zijn er gevallen en hoeveel gewonden? Als het aantal meevalt, gaan de alarmbellen niet meer af en dat is gevaarlijk.'

'Er is echter niet alleen slecht nieuws', vertelt Agar van Cordaid. 'Een tijdje geleden kwam een Afghaanse buurman een hulporganisatie waarschuwen dat er een verlaten en dus verdachte tas bij de poort stond. Er is direct een speciaal team gekomen om de eventuele bom te ontmantelen. Er bleken alleen maar groenten in de tas te zitten. Maar het is goed te weten dat onze buren, de Afghanen, ook voor ons op wacht staan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden