Hulpverlener toont zijn tanden

Een rijkeluiszoon ontfermt zich over kinderen 'voor wie het lot anders heeft beschikt', neemt ze mee op vakantie naar Bretagne, en al wat hij ervoor terugkrijgt is een grote bek en een misplaatst schuldgevoel....

Peter Swanborn

Zo laat Kees van Beijnums nieuwe roman Het verboden pad zich samenvatten, maar uiteraard doet dit het boek tekort. Zoals we van Van Beijnum gewend zijn, is Het verboden pad een zorgvuldig geschreven verhaal in een knap volgehouden toon zonder noemenswaardige stijlbreuken. Het boek kent scherpe observaties, zeker in de tekening van de personages en ook het levensverhaal van de hoofdpersoon is op z'n minst interessant.

Toch is Het verboden pad niet Van Beijnums geslaagdste roman.

Het probleem zit in het feit dat Van Beijnum twee verhalen op ongelijke wijze met elkaar heeft verweven. Het eerste betreft de stage van de 26-jarige hoofdpersoon Philip Soek in een tehuis voor moeilijk opvoedbare pubers, de tweede lijn gaat over het gebroken upper class-gezin waar Philip zelf uit voortkomt. Naast een surrogaat-vader is Philip dus ook een dwarse zoon die het nodige met zijn vader uit te vechten heeft.

Het grootste deel van de roman gaat over Philips tijd in het Amsterdamse opvanghuis en de zomervakantie die de acht jongeren met hun drie begeleiders in Bretagne doorbrengen. Philip is hier als een wat oudere stagiair aan het werk gegaan en vanaf het begin is hij de onzekerheid zelve. Zijn collega's Walter en Harley, beiden afkomstig uit een soortgelijk milieu als de kinderen, laten het hem voortdurend voelen. Zijn polotruien, zijn woordkeuze, zijn woonboot, alles wordt aangegrepen om Philip te laten weten dat hij er niet echt bij hoort.

Philip vertoont in deze situaties een nogal vervelend soort gedweeheid, zelfs de meest onschuldige grapjes lijken hem al helemaal te blokkeren. Voeg daarbij de grove taal van de alleen in machtsstrijd geeresseerde jongeren, en de ondergang van de nieuwbakken hulpverlener lijkt ophanden. Slechts op de momenten dat hij zichzelf herkent in de enige jongen die een zekere gevoeligheid vertoont, voelt Philip zich welkom.

Vaak lijkt het erop dat Philip de jongeren meer nodig heeft dan andersom. Hij wil zich bewijzen, niet alleen tegenover zichzelf, maar vooral tegenover zijn vader, een steenrijke vastgoedhandelaar die zijn zoon al bijna twintig jaar zoveel mogelijk verwent.

Hij is een fascinerend personage met een masker van vriendelijkheid, maar tevens in staat om Philips moeder, toen deze ooit om een scheiding vroeg, op te zadelen met de onmenselijke keuze tussen Philip en diens jongere broertje Marc.

Het conflict tussen vader en zoon Soek behandelt Van Beijnum tamelijk terloops, om het in de laatste hoofdstukken veel te snel af te werken. Zo ook de onverwachte terugkeer van broer Marc, die destijds aan moeder Soek, toen deze geen keuze bleek te kunnen maken, werd meegegeven. Hier laat Van Beijnum allerlei mogelijkheden liggen: de verzoening tussen de vader en Philips broer is ronduit ongeloofwaardig.

Een ander probleem is dat de levensverhalen van de jongeren wel interessant zijn, maar wat de jongeren zelf te melden hebben helaas niet. Hele hoofdstukken zijn gevuld met minutieuze, nietszeggende dialogen over eten, drinken en strandvoetbal. Het leidt tot een soort realisme dat flink gaat vervelen, hoe vlot en soepel het allemaal ook geschreven is.

Zelfs het dramatische ongeval waarbij een van de meisjes als gevolg van een uit de hand gelopen survivaltocht het leven laat, wil niet echt ontroeren. Het ligt er ook te dik bovenop: het enige meisje zonder een voor de anderen bekende geschiedenis wordt het enige meisje 'zonder toekomst'.

Verrassend wordt het pas als collega Walter een serieuze poging doet om Philip de schuld van dit ongeval in de schoenen te schuiven. Nu blijkt dat de drie begeleiders die voortdurend tegen elkaar zeggen dat ze hun pupillen vertrouwen moeten bijbrengen, elkaar niet meer vertrouwen.

Het is ook het eerste moment waarop de in het nauw gedreven Philip van zich af blijkt te kunnen bijten. Deze nieuwe kracht stelt hem vervolgens in staat om, eenmaal terug in Amsterdam, de confrontatie met zijn vader aan te gaan.

Helaas neemt Van Beijnum hiervoor niet meer de noodzakelijke ruimte. Hij zou er beter aan hebben gedaan om de verhouding van driekwart probleemjongeren en kwart familieproblemen om te draaien.

In dat geval had hij ook niet op het laatst nog de kunstgreep hoeven toepassen van een brief van een verre, niet eerder in het verhaal voorgekomen tante, die eindelijk alle familieverhoudingen duidelijk maakt.

Het geheel laat de lezer met een onbevredigd gevoel achter. Over die merkwaardige Soekjes had je veel meer willen weten, over de verveling van een stel pubers op een camping in Bretagne minder.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden