Hulplijn radicalisering krijgt meer tips na aanslagen in Parijs

Omstanders uit de omgeving van mogelijk radicale jongeren trekken eerder aan de bel sinds de aanslagen in Parijs. Bij de landelijke Hulplijn Radicalisering van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) zijn in elf dagen tijd een honderdtal meldingen binnengekomen. Een lokaal meldpunt radicalisering in Amsterdam-Oost spreekt van een verdubbeling van het aantal telefoontjes.

Beeld anp

'Voor Parijs werden signalen van radicalisering nogal eens geparkeerd of afgedaan als puberaal gedrag', zegt SMN-adviseur Habib el Kadddouri. 'De houding is nu: toch maar bellen. Je weet immers nooit.'

Van de kleine honderd meldingen hebben er tien een serieus karakter. 'Daar moeten we onmiddellijk wat mee', zegt El Kaddouri. 'Tien serieuze meldingen in tien dagen tijd, elke dag één, is uitzonderlijk veel.' SMN werkt met getrainde vertrouwenspersonen en schakelt, indien nodig, professionele hulpverleners in.

De SMN-hulplijn is een onafhankelijk initiatief dat in januari, nog voor de aanslag op Charlie Hebdo en de joodse supermarkt in Parijs, is gelanceerd. Behalve van ouders, vrienden en familieleden krijgt SMN ook geregeld telefoontjes en e-mails 'uit het veld', zegt El Kaddouri. Hij doelt op bezorgde welzijnswerkers, docenten, wijkagenten. Ook uit die hoek is het aantal meldingen na de recente aanslagen in Parijs toegenomen.

'Voorkomen is beter dan genezen', zegt Ahmed El Mesri, die met zijn stichting Assaadaka in februari in Amsterdam-Oost een meldpunt radicalisering opzette. El Mesri is sinds de moord in november 2004 op filmmaker Theo van Gogh actief in Oost om polarisatie tussen moslims en niet-moslims tegen te gaan.

Beeld anp

Verontruste buurtgenoten

Sinds februari komen bij Assaadaka signalen van radicalisering binnen. Op straat en op bijeenkomsten wordt over het thema gesproken. De stichting krijgt telefoontjes en e-mails van verontruste buurtgenoten. De laatste elf dagen verdubbelde het aantal meldingen, zegt El Mesri. 'Aanslagen in Parijs, de noodtoestand in Brussel, het is het gesprek van de dag. Het maakt mensen banger, maar ook waakzamer.'

Assaadaka werkt net als SMN met vertrouwenspersonen. El Mesri: 'Op dialoogbijeenkomsten wordt meestal indirect verwezen naar de persoon waarover men zich zorgen maakt. Gesproken wordt over een kennis, of een buurman die mogelijk aan het radicaliseren is. Ze bedoelen vaak hun zoon of dochter.' Na zo'n bijeenkomst voert de vertrouwenspersoon vervolggesprekken in de privésfeer.

El Mesri noemt de sfeer in Nederland sinds Parijs en Brussel grimmig. 'Er hangen donderwolken boven ons land. Wat vaak niet wordt gezien is dat moslims het net zo moeilijk hebben als autochtonen. Misschien nog wel moeilijker. Vrouwen worden bespuugd en uitgescholden. Moslims krijgen de schuld van de terreur, alsof we er allemaal achter staan.'

Om ook die angsten een plek te geven heeft Assaadaka maandag een calamiteitenspreekuur geopend. Daar kan worden gesproken over de maatschappelijke consequenties van terreurdaden. Alle bezorgde burgers kunnen er terecht, inclusief autochtonen.

Die hebben zich ook al gemeld bij de SMN-hulplijn, zegt El Kaddouri. 'Maar niet alleen om uiting te geven aan hun zorgen. Zowel Marokkaanse-Nederlanders als autochtonen bieden spontaan hulp aan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden