Hulp moet eerst langs Damascus

Vier miljoen Syriërs hebben hulp nodig, volgens de Verenigde Naties. Vooral de oppositiegebieden zijn moeilijk bereikbaar. Hulporganisaties opereren er in het geniep.

DAMASCUS/BEIROET - Vol trots meldde een medewerkster van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Damascus onlangs dat een van hun hulpkonvooien het plaatsje Azaz had weten te bereiken, in het noorden van Syrië. De tegenwerping dat dit niet zo moeilijk was - Azaz is tien minuten rijden van een grensovergang met Turkije, in handen van rebellen - leverde een verontwaardigde reactie op: wij moeten helemaal vanuit Damascus komen.


Dat is nou precies het probleem voor de Verenigde Naties, het Rode Kruis en veel internationale non-gouvernementele hulporganisaties (ngo's) in Syrië. Internationale journalisten, smokkelaars en een enkele pionierende hulpverlener trekken al meer dan een jaar vanuit naburige landen naar gebieden in Syrië die in handen zijn van rebellen. Met name het noorden van Syrië is vanuit Turkije goed bereikbaar.


Maar dat betekent in feite een schending van de soevereiniteit van Syrië, en daar willen de meeste internationale hulporganisaties hun handen niet aan branden. De VN mogen het überhaupt niet; zonder een resolutie van de Veiligheidsraad kunnen zij geen Syrische grenzen oversteken zonder visum vanuit Damascus.


Het kwam de hulpindustrie, en met name de VN en het Rode Kruis, onlangs op stevige kritiek te staan van Artsen zonder Grenzen. 'Omdat hulpoperaties tot nu toe voornamelijk vanuit de hoofdstad worden uitgevoerd (...) bereikt slechts een fractie van de internationale hulp gebieden die onder controle staan van de oppositie', zegt AzG. 'Gebieden onder controle van de overheid krijgen bijna alle hulp.'


AzG stuurde al vroeg in het Syrische conflict medewerkers gewapend met geneesmiddelen en medische apparatuur illegaal de grens met Syrië over. Inmiddels hebben die medewerkers drie ziekenhuizen opgezet en trainen lokale vrijwilligers in noodhulp.


Feit is wel dat AzG voor de activiteiten in Syrië alleen particuliere fondsen werft. In tegenstelling tot veel andere ngo's, hoeven zij daarom geen rekening te houden met de zorgen van donerende regeringen en kunnen makkelijker Syrische wetten overtreden.


De kritiek schoot het Rode Kruis in het verkeerde keelgat. Hun uitvoerende partner ter plekke, de Syrische Arabische Rode Halve Maan, is met afstand de belangrijkste hulpverlener in Syrië. 'Het Rode Kruis heeft het afgelopen jaar miljoenen Syriërs in het hele land geholpen met schoon drinkwater, voedsel, dekens en medische hulp', stelt de organisatie in een reactie. 'Maar', zegt een woordvoerder: 'Toegang blijft een probleem en een kwestie van lang onderhandelen. Met alle partijen, niet alleen de regering.'


Dat er iets scheef zit, is duidelijk. Ook de VN, bij monde van chef humanitaire hulp Valerie Amos, gaven vorige week toe dat hulp in oppositiegebieden ernstig tekortschiet. Behalve gebrek aan toegang spelen daarbij ook een gebrek aan fondsen en grote risico's voor hulpverleners in Syrië een rol.


Het is geen nieuw probleem. Hulpverlening in oorlogsgebied is nu eenmaal moeilijk en gevaarlijk. In vrijwel ieder conflict tussen rebellen en overheid probeert het regime hulp weg te houden bij hun tegenstanders. Hulporganisaties moeten dus schipperen. Dat gebeurt in Soedan en gebeurde eerder in Ethiopië, Somalië en andere landen. Maar in Syrië is het wel heel erg, zeggen hulpverleners in Damascus. 'De bureaucratie en het gebrek aan toegang is erger dan ik ooit ergens gezien heb,' zegt een ervaren internationale-hulpverlener van de VN.


Dat leidt op de VN-burelen in de Syrische hoofdstad tot grote frustratie. Bij gebrek aan 'cross-border' operaties - vanuit naburige landen rebellengebied binnentrekken - blijven 'cross-frontlijn' operaties over: vanuit Damascus proberen met een hulpkonvooi de grens tussen regerings- en rebellengebied over te trekken.


Maar Damascus laat nauwelijks hulp binnen. Behalve de VN en het Rode Kruis heeft slechts een handvol internationale hulporganisaties toestemming om hulp te verlenen in Syrië. Zij moeten hun goederen zien te distribueren via lokale organisaties die goedgekeurd zijn door het Syrische regime.


Aangezien de VN'ers zelf geen hulpbehoevenden in oppositiegebied kunnen bereiken, besteden sommigen de hulp heimelijk uit aan informele netwerken in die gebieden. Maar dat kan alleen in hele kleine hoeveelheden en is niet ideaal, geeft een hoge VN-functionaris in Damascus toe.


'We kunnen op geen enkele manier een inventarisatie van de behoeften doen,' zegt hij. 'Daar begint juist iedere hulpoperatie mee: wat hebben ze nodig? Dus in feite raden we maar. Na afloop skypen we om te vragen hoe de hulp is gebruikt.'


Dat is nu eenmaal de aard van het werk, zegt Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan de Universiteit van Wageningen. 'Een humanitaire noodsituatie is complex', zegt zij. 'Natuurlijk wil je het liefst een evaluatieteam sturen. Maar als de situatie zo dramatisch is als in Syrië, dan doe je wat je kunt doen.'


Er zijn tekenen dat het beter gaat. De Verenigde Naties verhogen de druk op het Syrische regime en de afgelopen week hebben de VN-hulporganisaties in Syrië tot drie keer toe een konvooi naar het noorden weten te krijgen, onder meer naar de vluchtelingenkampen Azaz en Atmeh (zie kaart). De VS dringen aan op cross-border operaties. In oppositiegebied is nu een handvol internationale ngo's actief, blijkt uit een rondgang langs internationale organisaties.


Zij werken echter grotendeels in het geniep, zegt Herman Volker, woordvoerder van de Nederlandse Stichting Vluchteling. Die organisatie geeft als een van de weinige toe dat ze actief is in Noord-Syrië, en besteedde er afgelopen jaar ongeveer een miljoen euro.


Maar omdat het allemaal stiekem moet, kun je geen grote operaties opzetten, zegt Volker. 'Het lijkt erop dat hulporganisaties een doelwit zijn voor het regime en je bent natuurlijk illegaal bezig dus je gaat niet met grote logo's rondrijden,' zegt hij. 'Wij zouden graag de schaal vergroten maar zolang het regime de grenzen gesloten houdt, blijft hulpverlening in oppositiegebied een druppel op een gloeiende plaat.'


moskou/londen


Het bewind in Syrië is bereid te onderhandelen met de rebellen, maar zegt door te gaan met de strijd tegen het 'terrorisme'. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, die is begonnen aan een reis langs Europese en Arabische hoofdsteden, reageerde afwijzend op het Syrische aanbod.


De Syrische minister van Buitenlandse Zaken Walid al-Moualem zei maandag in Moskou dat zijn regering bereid is tot een dialoog, 'zelfs met degenen die bewapend zijn'. Volgens het Russische persbureau Itar-Tass voegde hij eraan toe: 'Wij houden vast aan een vreedzame koers en gaan door met de strijd tegen terrorisme'.


Het Vrije Syrische Leger liet eerder weten dat het alleen wil onderhandelen als president Assad eerst opstapt. Een andere oppositiegroep, de Syrische Nationale Coalitie, zei maandag dat Damascus bezig is met tijdrekken en eerdere handreikingen van de oppositie heeft genegeerd.


Kerry liet zich laatdunkend uit over het Syrische voorstel. 'Het is moeilijk te begrijpen hoe we hun idee serieus kunnen nemen terwijl onschuldige mensen in Aleppo worden beschoten met Scud-raketten', aldus de minister in Londen. Hij ging niet in op de vraag of Washington alsnog bereid zou zijn de rebellen te bewapenen.


Artsen zonder Grenzen


verleent hulp in Syrië


Assad zegt dat hij wil onderhandelen met rebellen, VS wijzen aanbod af


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden