'Hulp is ook een zaak van bedrijven'

Ervaringen in Bangladesh en andere landen brengen specialist Richter tot de conclusie dat 'trade' het uiteindelijk wint van 'aid'.

'Het bedrijfsleven gaat meer bijdragen en overheden minder. Dat is waar het naartoe gaan met ontwikkelingssamenwerking, zeker nu de crisis ons dwingt tot creatieve oplossingen.' Carel Richter, hoofd economische zaken en ontwikkelingssamenwerking van de Nederlandse ambassade in Bangladesh, legt tijdens zijn korte bezoek aan Nederland uit hoe hij invulling geeft aan deze nieuwe koers. Zijn motto: 'Van traditional aid naar responsible trade.'


Gaat de aandacht van ontwikkelingswerk-'nieuwe stijl' niet te veel naar het Nederlandse bedrijfsleven?

'We zoeken naar een win-win-winsituatie. In de eerste plaats moeten de allerarmsten in Bangladesh er beter van worden. Daarna kijken we of interventies leiden tot verbetering van de lokale economie en sociale structuur. Ten slotte proberen we - als het mogelijk is - het Nederlandse bedrijfsleven te laten meeprofiteren. Met die insteek is niets mis, zolang het niet het leidende principe wordt.'


Wat heeft u concreet bereikt?

'Bangladesh is een transitieland. De economie groei jaarlijks met zo'n 6 procent, vooral dankzij de textielindustrie. Een van de grote problemen in Bangladesh is het vervuilde grondwater als gevolg van die industriële activiteit. Wij zijn gaan praten met de grote detailhandelsbedrijven als C&A, H&M en G-star en hebben gezegd: wij willen met onze Nederlandse expertise op watergebied best iets doen aan het vervuilde grondwater, maar alleen wanneer jullie als grote afnemers op elke door de overheid geïnvesteerde euro ook een euro bijleggen. Die afspraak is gemaakt met zestien grote bedrijven en binnen vier jaar moet de klus geklaard zijn.'


Wat is de winst voor het bedrijfsleven?

'Die is drieledig. Het publiek wil 'schone' kleren en textiel en rekent de bedrijven in toenemende mate af op hun sociale verantwoordelijkheid. Nederland wil zijn positie als doorvoerhaven van Aziatisch textiel behouden en verduurzamen. In de Rotterdamse haven alleen al hebben honderden mensen een baan dankzij Bangladesh. En de Nederlandse watersector ten slotte, die een internationale toppositie heeft, kan zijn expertise inzetten.'


Is er nog een rol weggelegd voor ngo's?

'Zeker, zij hebben de toegang tot de bevolking en houden in de gaten of programma's leiden tot betere leefomstandigheden en gezondheid. Terwijl wij van bovenaf werken, werken organisaties als Max Foundation van benedenaf. Die zijn onze antennes in het veld; zij kunnen ons laten weten of onze aanpak effect heeft. Zij kunnen wel duizenden putten slaan om de bevolking toegang te geven tot schoon water, maar als het grondwater vervuild is heeft dat geen enkele zin. Andersom kunnen wij niets bereiken zonder de passie en het solidariteitsgevoel van ngo's als Max Foundation.'


Toch wordt vaak gezegd dat ontwikkelingshulp niet heeft gewerkt. Wat vindt u?

'Dat is echt onzin. Ik begrijp niets van het huidige politieke klimaat, waarin het mode lijkt om dat te vinden. Ik heb in veel landen gewerkt, waaronder Oeganda en Costa Rica. In Oeganda heb ik een ding geleerd: langdurige noodhulp werkt op den duur niet. Het maakt de mensen afhankelijk en je verstoort lokale markten met gratis voedsel en medicijnen. In Zuid-Amerika heb ik daarentegen gezien hoeveel je kunt bereiken met programma's om de lokale economie aan te zwengelen. Maar dat vraagt soms wel om een lange adem.'


Publiek-private samenwerking

De Nederlandse ambassade in Bangladesh heeft deze week 3 miljoen euro toegezegd aan Max Foundation, een particulier initiatief dat zorgt voor drinkwater en sanitaire voorzieningen in Bangladesh. Voorwaarde is dat Max Foundation eenzelfde bedrag ophaalt aan private donaties. Met deze vorm van publiek-private samenwerking willen de ambassade in Bangladesh en Max Foundation in vier jaar tijd 800 duizend mensen voorzien van schoon drinkwater, latrines en uiteenlopende voorlichting.

Max Foundation is zeven jaar geleden door het echtpaar Steven en Joke Le Poole na de dood van hun acht maanden oude zoontje Max opgericht om kindersterfte in Bangladesh te bestrijden. In 2011 was ruim 60 procent van de fondsen à 750 duizend euro afkomstig van bedrijven, zoals Royal Haskoning/DHV, Waterbedrijf Groningen en Crucell, en van twee waterschappen. Inmiddels zijn ruim 1.400 dorpen voorzien van waterputten, latrines en voorlichting over hygiëne, seksualiteit en voeding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden