Hulp aan rebellen wordt straks beloond met olie

De oude partners van Kaddafi moeten zaken gaan doen met de nieuwe machthebbers. Ze staan klaar om de Libische olievoorraden te exploiteren.

Een olieraffinaderij die in handen is van de rebellen. Beeld ap

De rebellen hebben een voorkeur voor de landen die hen hielpen Kaddafi te verdrijven. 'We hebben geen problemen met Italiaanse, Franse en Engelse bedrijven', zegt Abdeljalil Mayouf, woordvoerder van het door de rebellen geleide oliebedrijf Agoco. 'Wel hebben we onze bedenkingen bij China, Brazilië en Rusland.'

Grootste olievoorraad
Libië is met de grootste olievoorraad van Afrika, 44 miljard vaten, een aantrekkelijk land voor de oliesector. Tot begin dit jaar was het met 1,6 miljoen vaten per dag de zeventiende olieproducent ter wereld. Zo'n 85 procent hiervan was bestemd voor de Europese markt. Zes maanden burgeroorlog hebben de olie-industrie vrijwel platgelegd. De olievelden zijn verlaten en exportterminals en pijpleidingen zijn verwoest of gesaboteerd.

Het Nationale Oliebedrijf NOC, goed voor de helft van de totale productie, was van Kaddafi. De in Ben­ghazi gevestigde dochter Agoco koos de kant van de rebellen en verbrak de banden met het moederbedrijf. Sindsdien heeft Agoco met behulp van Qatar een minimale hoeveelheid olie weten te exporteren.

De vraag is of de contracten die Kaddafi sloot van kracht zullen blijven. Lucia van Geuns, energiedeskundige bij Instituut Clingendael, neemt het dreigement China, Brazilië en Rusland uit te zetten met een korreltje zout. 'Het lijkt erop dat ze een wit voetje willen halen bij de NAVO.' Maar op termijn kunnen de gevolgen voelbaar zijn als nieuwe contracten moeten worden afgesloten, denkt ze.

Somber
Toch reageert Aram Shegunts, directeur van de Russisch-Libische handelsraad, somber op de plannen van Agoco. 'We verliezen alles in Libië', zegt hij tegen persbureau Reuters. 'En dat omdat de NAVO niet wil dat we zaken doen in Libië.' Russische bedrijven Gazprom en Tatneft hebben er voor miljarden euro's aan olieprojecten.

Ook China is niet blij met het dreigement van Mayouf, zegt Wen Zhong­liang, onderdirecteur van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Chinese media waren 75 Chinese bedrijven met 36 duizend medewerkers actief in het vooroorlogse Libië.

Het Italiaanse bedrijf ENI is de belangrijkste buitenlandse speler en zijn contract loopt tot 2042. De Italianen haastten zich te distantiëren van de Libische leider. 'Wij hebben een contract met Libië, niet met Kadafi', aldus de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini. De Italianen hoeven zich volgens rebellenleider Mustafa Jalil geen zorgen te maken.

Total
Volgens een rondgang van Reuters langs analisten en experts in de olie-industrie, zal ook het Franse Total beloond worden voor Frankrijks bijzondere steun aan de rebellen. Ook Qatar zal een grote speler worden, zo denken de analisten. Dat land was voor de oorlog nog niet actief in Libië, maar hielp de rebellen tijdens de oorlog hun olie te exporteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden