Hulp aan arme landen is verre van belangeloos

Arme landen worden voortdurend vernederd door de rijke landen, meent Olav Velthuis. Hij vindt dat ontwikkelingssamenwerking gewoon weer ontwikkelingshulp moet worden genoemd....

Hoe zou het zijn als premier Balkenende en vice-premier Bos een ronde moesten maken langs de nieuwjaarsrecepties van tien, twintig Haagse ambassades om daar even zoveel buitenlandse regeringen te danken voor hun hulpgeld? Hoe zou het zijn als internationale organisaties met enige regelmaat delegaties stuurden die vanuit het Amstel Hotel in Amsterdam, een van de duurste hotels van het land, in luttele dagen menen te begrijpen hoe Nederland in elkaar steekt en wat wij nodig hebben? En hoe zou het zijn als Nederlandse kinderen brieven moesten schrijven en tekeningen maken voor gulle gevers van overzee, uit dankbaarheid voor het geld waarmee hun school wordt gefinancierd?

Voor veel arme, overwegend Afrikaanse landen, zijn zulke oefeningen in nederigheid sinds jaar en dag vaste prik. Ziedaar de morele economie van de ontwikkelingshulp.

Sociologen en antropologen hebben in talrijke studies laten zien dat giften, cadeaus en hulp de verhoudingen tussen twee partijen uit het lood kunnen slaan. Van een evenwicht kan op termijn alleen sprake zijn als de gift van de een in de toekomst beantwoord wordt door een vergelijkbare tegengift van de ander. Zo gaat het bijvoorbeeld in moderne vriendschapsrelaties, waarbij vrijwel permanent grote en kleine cadeaus (bij verjaardagen, Sinterklaas of Kerstmis) en diensten (een luisterend oor bijvoorbeeld, een helpende hand bij verhuizingen, of opvang in tijden van nood) worden uitgewisseld.

Maar wat nu als de ontvangende partij, zoals in het geval van ontwikkelingslanden, vrijwel niets terug te geven heeft? Wat als de rekening van vijftig jaar westerse ontwikkelingshulp, die in totaal zo’n 2500 miljard dollar bedraagt, nooit vereffend zal kunnen worden – wat dankwoorden op nieuwjaarsrecepties en brievenschrijverij aan donateurs daargelaten?

Zulke onevenwichtige giftrelaties gaan volgens sociologen gepaard met een verwijdering tussen de donor en de ontvanger. In plaats van een gelijkwaardige relatie leiden zulke structureel onbeantwoorde giften tot een hiërarchische verhouding tussen beiden. Voor de een worden die giften dan een bron van status, voor de ander nopen zij tot nederigheid. Zo bezien is ontwikkelingshulp, om een term van de Franse socioloog Pierre Bourdieu te gebruiken, een vorm van ‘symbolische dominantie’.

Het Westen komt die dominantie helemaal niet ongelegen nu het machtscentrum van de wereld in rap tempo verschuift in de richting van opkomende landen als Brazilië, Rusland, India en China (de zogeheten BRIC-landen). Door ontwikkelingshulp te geven weten Europese landen zich in ieder geval ergens ter wereld nog verzekerd van aanzien en invloed.

Maar daarvoor betalen ontwikkelingslanden een hoge prijs. Zij zijn in de loop der decennia afhankelijk geworden van de hulpstromen die op hen afkwamen (het overheidsbudget van sommige Afrikaanse landen bestaat inmiddels voor tientallen procenten uit hulpgeld), wat het steeds moeilijker maakt om op eigen benen te staan.

De nederige rol waarin de onbeantwoorde hulp arme mensen dwingt, is bovendien, om met de Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus te spreken, slecht voor hun eigenwaarde.

Schiphol

Schiphol
Is er een oplossing? In de jaren negentig ondernam toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk een poging om hulp wederkerig te maken. De proefkonijnen Costa Rica, Benin en Bhutan mochten zelf ook hun licht op Nederland laten schijnen en konden hier ontwikkelingsprojecten initiëren. Bhutan, bijvoorbeeld, zette 100 duizend euro in om Zeeuwse boeren de kans te geven een oud tarweras in stand te houden en zo de biodiversiteit op het platteland te bewaren. Costa Rica overwoog zijn mening te geven over de omstreden uitbreiding van Schiphol.

Schiphol
Maar dat was met geld dat de drie landen eerst van Nederland zelf hadden gekregen. Alsof je aan een vriend een flinke som geld geeft en die vervolgens opdraagt: ‘Ga nu maar met een deel van dat bedrag een cadeautje voor me kopen.’ De vernedering was nog groter omdat de tegengiften uiteindelijk werden geweigerd: de Tweede Kamer stond helemaal niet te wachten op inmenging van arme buitenlanders in binnenlandse zaken. Pronk moest de mislukking van het proefproject erkennen, en sprak tegen NRC Handelsblad de gedenkwaardige woorden: ‘Nu blijft gelijkwaardigheid en wederkerigheid vooral een filosofisch begrip.’

Schiphol
Veel beter is het om de omgekeerde weg te bewandelen: volmondig erkennen dat ontwikkelingsrelaties ongelijkwaardig zijn en voorlopig ook wel zullen blijven. Want de schijn ophouden maakt de vernedering voor arme landen alleen maar groter. Dus weg met de politiek correcte term ‘ontwikkelingssamenwerking’, die de ongelijke verhoudingen maskeert. Laten we gewoon weer het traditionele begrip ‘ontwikkelingshulp’ bezigen.

Schiphol
Tegelijkertijd moeten Nederland en andere donoren veel meer aandacht krijgen voor de zelfredzaamheid van de landen die zij steunen. De Ugandese journalist Andrew Mwenda klaagde vorige maand in de Volkskrant over het westerse beeld van een hulpbehoevend Afrika dat geteisterd wordt door ‘hongersnood, oorlog, ziekte en troep’. Daarbij horen westerse hulpverleners die zich nog altijd graag voordoen als de grote redders in nood.

Schiphol
Alles wat succesvolle Afrikanen zelf op poten weten te zetten, komt in het Westen veel minder snel op de radar. In het omvangrijke evaluatierapport van de hulpverlening na de tsunami staat bijvoorbeeld dat ‘de internationale hulpgemeenschap de zeer belangrijke bijdrage van lokale gemeenschappen in hun eigen overleving en herstel onderwaardeert’.

Natuurrampen

Natuurrampen
Maar die zelfredzaamheid is er wel degelijk. Microkredieten tonen bijvoorbeeld aan dat armen, mits zij toegang hebben tot financiële instellingen, heel goed in staat zijn om zichzelf uit het slop te trekken. En uit onderzoek blijkt dat bij natuurrampen in de derde wereld lokale organisaties de meeste levens al hebben gered als de internationale hulptroepen arriveren. Alleen: we horen er weinig over, want dat gegeven past niet bij de afhankelijkheidsrelatie waaraan we zo gewend zijn geraakt.

Natuurrampen
Ook kunnen we leren van de Chinezen, wier snelle opmars in Afrika vooralsnog alleen gemopper ontlokt bij de westerse donoren. De Chinezen zouden geen oog hebben voor milieu en mensenrechten, en alleen maar zo snel mogelijk de grondstoffen uit de Afrikaanse bodem willen roven. Maar dat Afrikanen zelf, hoewel hun het vel over de oren wordt getrokken, graag zaken doen met de Chinezen, moet te denken geven: voor hen is het een verademing dat zij eens geen paternalistische praatjes hoeven aan te horen.

Natuurrampen
Westerse donoren zouden zelf, net als China, veel explicieter moeten zijn over de belangen die zij hebben bij het geven van hulp. De grondstoffen mogen voor ons minder belangrijk zijn, andere baten zijn er wel degelijk. Denk bijvoorbeeld aan de status op het wereldtoneel die Nederland verkrijgt door als een van de weinigen de door de Verenigde Naties voorgeschreven 0,7 procent van zijn inkomen weg te geven; de geopolitieke stabiliteit die, zeker voor landen als de Verenigde Staten, de inzet vormt van ontwikkelingshulp; of, op een veel alledaagser niveau, het schuldgevoel over onze enorme rijkdom, dat we met giften aan ontwikkelingsorganisaties hopen af te kopen.

Natuurrampen
Die focus op de baten en belangen van donoren maakt dat de ontvangers minder in het krijt hoeven te staan en dus ook minder reden hebben voor nederigheid. Want rijke landen hebben de armen nodig, en niet alleen maar andersom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden