Huisdieren tegen astma

Allergische mensen reageren vaak overgevoelig op de huisstofmijt, maar dit diertje is waarschijnlijk niet de oorzaak van hun allergie. Mogelijk is een overdaad aan hygiëne de boosdoener....

Toch die kat maar de deur uit, verzucht ir. Rob van Strien van het instituut voor risico-analyse (IRAS) van de Universiteit Utrecht. Hij promoveert volgende week dinsdag op enkele epidemiologische studies over allergie en huisstofmijt. 'Er zijn weliswaar sterke aanwijzingen dat een huisdier op jonge leeftijd een beschermend effect kan hebben op het ontstaan van gevoeligheid voor allergenen. Maar eigenlijk zijn in dat proces oorzaak en gevolg nog volstrekt onduidelijk.'

'Als zich bij iemand eenmaal een overgevoeligheid heeft ontwikkeld, kunnen er maar beter zo weinig mogelijk irriterende allergenen in huis zijn, huisdieren kunnen dan maar beter de deur uit', vult promotor prof. dr. ir. Bert Brunekreef aan. 'Huisdieren zijn een bron van huidschilfers en dus van huisstofmijt, waar veel mensen overgevoelig voor zijn'.

Allergie komt veel voor, mogelijk zelfs steeds meer. Allergische aandoeningen vormen bij jonge kinderen de meest voorkomende ziekten. 'Ongeveeer 5 procent van de kinderen krijgt astmatische klachten, zo'n 10 tot 15 procent heeft last van hooikoorts', zegt Brunekreef. 'In de eerste levensjaren uit het zich vooral in eczeem. Op latere leeftijd, tot ongeveer acht jaar, gaat het meestal om luchtwegklachten', zegt Van Strien. 'Zo'n 50 tot 80 procent van de astmagevallen is terug te voeren op een overgevoeligheid voor met name de huisstofmijt.'

Huisstofmijt is een minuscuul spinnetje dat onzichtbaar is voor het blote oog. Het beestje, vooral terug te vinden in huisstof, gedijt het best in een warme, vochtige omgeving, in de vaste vloerbedekking of in het matras.

Tot voor kort werd er een oorzakelijk verband verondersteld tussen het voorkomen van astma en de aanwezigheid van huisstofmijt, en dus geeft minder huisstofmijt een kleinere kans dat zich bij kinderen een allergie ontwikkelt. Dat betekende: veel stofzuigen, en de aanschaf van gladde oppervlakken in de vorm van kunststof matrasovertrekken en gladde vloeren - parket en zeil - om stofophoping, en zo mijtgroei, zoveel mogelijk te voorkomen.

Maar dat ligt genuanceerder, mogelijk zelfs geheel anders. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen het ontwikkelen van een overgevoeligheid en uiteindelijk de astma-achtige verschijnselen. Het is nog maar de vraag of de aanwezigheid van veel allergenen in de vorm van bijvoorbeeld huisstofmijt de kans op het ontstaan van astma vergroot.

Wat in het wereldje doorgaat als de zogeheten hygiënehypothese, heeft tot opperste verwarring geleid, die met enige regelmaat is terug te vinden in hoofdredactionele commentaren in wetenschappelijke allergietijdschriften, zegt Brunekreef. Het lijkt erop dat hoe minder microbiële prikkels iemand op jonge leeftijd heeft gekregen, des te gevoeliger hij op latere leeftijd zal zijn voor allergenen, zoals die van de huisstofmijt. Minder prikkels maakt dat het immuunsysteem zich anders ontwikkelt.

Van Strien: 'Er liggen inmiddels vele studies, onder meer uit Duitsland en Zwitserland, waaruit blijkt dat kinderen op boerderijen minder allergische aandoeningen hebben. Zij zijn relatief veel in contact geweest met bijvoorbeeld niet-gepasteuriseerde melk en huisdieren. Contact met huisdieren werkt dus mogelijk beschermend.'

Bij het ontwikkelen van een allergie spelen diverse aspecten een rol, zegt Brunekreef. 'Er is een erfelijke component, voeding speelt een rol en een contact met allergenen op jonge leeftijd. Hoe die factoren uiteindelijk uitwerken, en elkaar beïnvloeden is onduidelijk. Dus adviseren, een huisdier te nemen, is op dit moment ook prematuur.'

Er lopen diverse studies die opheldering moeten verschaffen, waaronder enkele grootschalige, onder meer in Engeland en in Nederland. Bij die laatste, de Piama-studie, werkt de Utrechtse Universiteit samen met onder meer het RIVM en het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. Vier jaar geleden zijn tienduizend aanstaande moeders ondergevraagd waarvan er ruim vierduizend gedurende acht jaar mee zullen werken aan verschillende deelonderzoeken.

Uit een eerste evaluatie, zegt drs. Laurens Koopman, arts-onderzoeker in het Sophia Kinderziekenhuis, blijkt bijvoorbeeld dat bijvoorbeeld een gladde hoes om het matras niet overduidelijk beschermend werkt waar het gaat om het ontstaan van een allergie. Koopman promoveert op 27 februari aan de Erasmus-universteit op de medische aspecten van allergie.

'Het nachtelijk hoesten in het tweede levensjaar was gemiddeld wat minder, maar bij andere luchtwegsymptomen, zoals een piepende ademhaling bleek er geen significant verschil te zijn.

'Matrashoezen leiden niet tot minder klachten, althans in de eerste twee levensjaren. We moeten de deelnemers aan het onderzoek echter tot hun achtste volgen, omdat een definitieve diagnose van astma en allergie pas op latere leeftijd is te stellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.