Huisartsen zíjn al door geld beneveld

Artsen worden gestimuleerd om specialistische handelingen zelf te verrichten in plaats van door te verwijzen naar de specialist.

Een huisarts in dienst van een zorgverzekeraar, is dat wel te vertrouwen? Meer dan 80 duizend patiënten hebben al zo’n huisarts. Van Spijkenisse tot Winschoten heeft zorgverzekeraar Menzis huisartspraktijken opgekocht (Economie, 6 mei). Daarmee verliezen huisartsen hun onafhankelijkheid, is de kritiek. Financiële overwegingen gaan medische overheersen.

Artsenziel

Word wakker! Dat is allang gaande. Artsen laten zich al in toenemende mate door geld leiden. Marktwerking is reeds in de artsenziel geslopen, blijkt uit het lezenswaardige proefschrift De dokter en tijdgeest van Jolanda Dwarswaard (Boom/Lemma, 2011). Bij huisartsen zelfs meer dan bij chirurgen. Marktwerking, plus drastische, onvoorspelbare beleidsveranderingen zetten hen ertoe aan financiële overwegingen een grotere rol te geven. Een goede arts haalt tegenwoordig zoveel mogelijk geld binnen, want je weet maar nooit wat de politiek zometeen weer bedenkt.

Artsen zitten er nog wel mee, want ze zijn nog met een andere ethiek opgegroeid. Ze zijn zelf nog beduusd dat ze zo veranderd zijn, blijkt uit het onderzoek van Dwarswaard. Ze verrichten bijvoorbeeld steeds meer onnodige onderzoekjes. ‘Er zijn duizenden huisartsen die een ECG-apparaat hebben aangeschaft. Die maken lukraak ECG’s omdat het geld oplevert’, vertellen ze. Meestal gebeurt daar niets mee.

Ook enkels tapen is aantrekkelijke handel geworden: voor de tape krijg je tien keer zoveel als hij kost. Ook de longfunctie meten of de doorbloeding in de benen gebeurt veel vaker. Het is medisch weinig zinvol maar het levert geld op en patiënten zijn tevreden want die eisen het maximale. ‘Je gaat mensen oproepen terwijl je dat anders niet zou doen. Ik geloof niet dat het heel veel positief effect zal hebben. Het is gewoon business.’

Boortje

Artsen worden gestimuleerd om specialistische handelingen zelf te verrichten in plaats van door te verwijzen naar de specialist. Dat zou goedkoper zijn. Maar omdat huisartsen zoveel mogelijk moeten verdienen, speelt geld een belangrijke rol in hun overweging om zo’n verrichting te doen: ‘Als je een staalsplinter in je oog hebt en ik haal die eruit met een wattenstaafje, dan is dat een consult van 9 euro. Als ik hem met een boortje eruit haal (...) dan krijg ik er 51 euro voor. Dus is het heel verleidelijk om even dat boortje te pakken, terwijl dat eigenlijk helemaal niet nodig is als je het puur zorgtechnisch bekijkt.’

Met het boortje richt je een wond aan, met het wattenstaafje niet. ‘Dan heb je al een beetje een drempel als medicus. Maar ik weet zeker dat er veel meer geboord wordt dan nodig is.’ Marktwerking en de mondige patiënt die zoveel mogelijk zorg eist, versterken elkaar en verdringen terughoudend beleid. ‘Waarom zou ik zo streng moeten zijn? Voor de zorgverzekeraar? Zorgt die zo goed voor mij? Nee!’ Kleine operaties worden ook meer verricht, nu ze geld opleveren. ‘Toen het vergoed werd ben ik het meer gaan doen. Nu doe ik elke dag een klein ingreepje.’

Zuinigheid

De beroepsethiek van (huis)artsen is dus al doordrenkt van financiële motieven. Verzekeraars die huisartspraktijken opkopen zijn daar dus niet de aanstichters van. Misschien bieden ze zelfs tegenwicht: waar de marktwerking tot dusverre heeft aangezet tot geldverkwisting, heeft de zorgverzekeraar meer belang bij terughoudendheid en zuinigheid. Zoveel mogelijk geld binnenhalen is niet in het belang van zorgverzekeraars, want zij moeten het geld ophoesten (al hebben zij op hun beurt de premieverhoging weer als gemakkelijke uitlaatklep, zoals we de afgelopen jaren ervaren hebben).

Zuinigheid is zorginhoudelijk zeker niet slechter dan verkwisting. Een goede dokter behandelt zo min mogelijk omdat behandelingen ook schade aanrichten, bijwerkingen hebben en/of afhankelijk maken. Een goede dokter is ook terughoudend met onderzoeken, omdat de meeste niets opleveren, veel klachten vanzelf overgaan, en het schaarse geld het best besteed kan worden aan medisch noodzakelijke zorg.

Huisartsen hoeven door de zekerheid van een vast inkomen minder op maximale inkomsten gespitst te zijn, waardoor zij medische criteria meer belang kunnen toekennen. Medische criteria kunnen dus zelfs weer méér gewicht krijgen als zorgverzekeraars zorginstellingen opkopen. De vraag is dus niet of zorgverzekeraars dit mogen doen, maar hoe zeker gesteld kan worden dat zij goede werkgevers zijn die bevorderen dat medische criteria in de huisartsenpraktijk weer leidend worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden