'Huisartsen dupe van pensioenwet'

Het tekort aan huisartsen dreigt groter te worden door de wijziging van de pensioenwetgeving die het kabinet op het oog heeft....

Nu regelt de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, de wet BPR, de aansluiting van alle huisartsen bij hun pensioenfonds. De wet geldt ook de verplichte deelname aan aparte pensioenfondsen voor andere beroepsgroepen zoals loodsen, tandartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten en dierenartsen. Het kabinet heeft de beroepspensioenfondsen opgedragen hun regelingen te moderniseren, anders wil het de BPR intrekken. Dat zou bovendien concurrentie in de oudedagsvoorziening losmaken. De moderniseringsplannen van de fondsen vindt het kabinet nog te mager. 'Binnenkort neemt het kabinet een definitief standpunt in', zegt een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken. Intrekking van de BPR zou bovendien de concurrentie in het pensioenaanbod vergroten.

Volgens Slagter zal intrekking van de BPR desastreus uitpakken voor de huisartsen. Feitelijk betekent de intrekking van de BPR de opheffing van het pensioenfonds. 'Dat bestaat bij de gratie van de wet en solidariteit tussen jonge en oudere huisartsen', zegt Slagter.

Opheffing van het fonds leidt tot verdeling van het vermogen, ruim 14 miljard gulden, onder de actieve en gepensioneerde huisartsen. Dat betekent een verhoging van de pensioenaanspraken met mogelijk 30 procent. Dan is het pensioen voor een grote groep, vooral oudere huisartsen direct volgestort of zelfs meer dan dat. 'Die groep kan ervoor kiezen direct te stoppen als huisarts', zegt Slagter. Zij schat het aantal huisartsen dat hiervoor in aanmerking komt op enkele honderden. 'Bovendien wordt het voor huisartsen in opleiding en parttimers lastig zich van een goed pensioen te voorzien. Voor hen heeft het pensioenfonds juist op aandringen van het kabinet voorzieningen getroffen'. Zij vindt niet dat de moderniseringen niet ver genoeg gaan.

De keuze van de huisartsen om vroegtijdig te stoppen, wordt volgens Slagter ook in de hand gewerkt door het aflopen van de zogenoemde goodwill-regeling. In 2003 kunnen de laatste huisartsen die ooit goodwill betaalden bij de overname van hun praktijk, een vergoeding krijgen uit het goodwill-fonds. Dat fonds is opgericht bij de afschaffing van de goodwill-regeling in 1987.

Nu zijn er circa 7500 praktiserende huisartsen. Ruim vijftig praktijken zijn volgens de LHV het afgelopen jaar gesloten zonder dat opvolging voorhanden was. Dit tekort zou in 2003 dus met enkele honderden kunnen oplopen door de beëindiging van het goodwill-fonds en de mogelijke afschaffing van het pensioenfonds. 'Honderdduizenden komen dan zonder huisarts te zitten', voorspelt Slagter.

Als het huisartsenpensioenfonds wordt opgeheven, moeten volgens Slagter de huisartstarieven stijgen. Huisartsen zullen dan individueel voor hun oudedagsvoorziening moeten sparen. Dat valt onder een ander belastingregime dan het pensioenfonds en is daardoor fors duurder. Dat zullen huisartsen in hun tarieven willen doorberekenen. 'Nationaal gaat het dan om een claim van circa 100 miljoen gulden', zegt Slagter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden