Huis te veel

Eind jaren negentig stonden de kopers nog in rijen voor de deur, maar inmiddels valt het vaak niet mee om je huis kwijt te raken....

Zelfs op de badkamer stonden de kerststukken. Betty Smits zal het nooit vergeten. Overal schemerlampen aan, ook in de slaapkamers. Het huis zag er fantastisch uit, voor deze 'open dag' in december 2003, bedoeld om potentiële kopers te lokken. Maar het regende, het regende aan een stuk door. 'En er kwam dus helemaal nëemand', zegt ze. 'Echt helemaal niemand.' Tegen tweeën 's middags stommelde ze naar boven, om de eerste schemerlampen vast maar uit te doen.

'Dan voel je je ontzettend ellendig', zegt ze.

Op zomervakantie gingen ze niet, in 2004. Hun huis, gelegen in een buitenwijk van Den Bosch, stond al meer dan een jaar te koop en het leek Betty en haar man verstandiger thuis te blijven. Ze vertrokken alleen een paar dagen naar Schotland, voor een bruiloft. Terwijl de rest van de gasten aan het feesten was, viel Betty ten prooi aan eenzame gedachten, in het daarvoor bij uitstek zo geschikte Schotse landschap. 'Daar stond ik dan', zegt ze. 'Bij zo'n meer. En ik dacht: wat moet dat toch met dat huis en onze toekomst?'

Hun nieuwe appartement in Nijmegen was net opgeleverd - bijna een halfjaar te vroeg. De bouw was buitengewoon voorspoedig verlopen: dat kwam er ook nog eens bij. Hun tien maanden overbruggingskrediet zat er al op. 'Mijn zusje, dat erg meeleefde, heeft in die tijd gedacht: 'Het moet niet heel lang meer duren, want anders gaat Betty eraan onderdoor.''

Er zijn van die momenten in je leven die je altijd bijblijven. Betty Smits kan zich een treintocht naar Groningen nog goed herinneren - maar dat was op 11 september 2001. Het volgende memorabele moment was op een zaterdagmiddag, april 2005, toen haar mobiel overging in V & D en de makelaar zei: 'Ik heb jullie huis verkocht.'

Het huis. Verkocht. Eindelijk. Na 23 maanden.

Betty Smits geloofde het niet. Ze durfde het ook aan niemand te vertellen.

'Vroeger haalde ik mijn schouders op als ik hoorde dat mensen hun huis niet kwijt konden', zegt ze. 'Nu leef ik zo mee. Ik had nooit verwacht dat het zo'n impact zou hebben.'

Waarde verdubbeld

Het was een mooie nazomer, een bonusmaand met veel zon, broeierige avonden en dientengevolge nog een extra serie roséfeestjes en barbecues. Vaak terugkerend thema bij dit soort gelegenheden: huizen. Fijn gespreksonderwerp, voor bijna iedereen vanaf een zekere leeftijd en met een zeker inkomen. Eind jaren negentig hoorde je op zulke feestjes nog: 'In waarde verdubbeld. Binnen vijf jaar!' En: 'Ongezien verkocht, boven de vraagprijs. De kopers stonden in rijen voor de deur!' Die optimistische verhalen namen allengs af, na de millenniumwisseling. Op de rosé-avondjes in de (na)zomer van 2005 overheerste de scepsis over de woningmarkt: 'Ze zijn dat oude huis nog steeds niet kwijt. Nou willen ze het nieuwe maar te koop zetten.' En: 'Zij durft het niet te vertellen op haar werk. Ze schaamt zich, dat ze het huis maar niet verkocht krijgen. Dat vrouwtje loopt dus rond met een geheim.'

Die mevrouw kan zich troosten - zo buitensporig is haar probleem niet. Ruim de helft van de 'doorstromers' koopt eerst een nieuw huis, voordat het oude van de hand is gedaan, volgens de Vereniging Eigen Huis (VEH). Een deel van hen blijft veel langer zitten met de oude woning dan was ingeschat. 'Kopers en verkopers draaien tegenwoordig langer om elkaar heen', zegt Hans André de la Porte van de VEH.

Verdrongen de gegadigden zich tot een paar jaar geleden voor de voordeur, tegenwoordig staat een huis gemiddeld tachtig dagen te koop. Daar moeten woningbezitters aan wennen. Een huis kan nog steeds binnen een week weg zijn, maar het kan ook weleens een jaar of langer duren. Sinds de tweede helft van 2002 is er een duidelijke omslag op de huizenmarkt, blijkt ook uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars - de macht is nu aan de kopers. Er worden nog net zo veel huizen verkocht als vroeger, maar het aanbod is gegroeid.

Het aantal Nederlanders dat omhoog zit met het oude huis is zeker toegenomen, constateert een makelaar uit het zuiden van het land, die liever niet met zijn naam in de publiciteit komt. Of een woning lang te koop staat, is sterk regionaal bepaald. Zijn kantoor heeft een duidelijke lijn: 'Wij sluiten om acht uur 's avonds, maar die mensen liggen er 's nachts wakker van. Dus adviseren wij iedereen die bij ons aanklopt voor een huis, eerst hun eigen winkeltje te verkopen. Je kunt ook een jaar op de camping gaan zitten. Bezint, eer ge begint, zeggen wij.'

Hij heeft intussen wel gezien welke ellende er van dubbele lasten kan komen. Financiële problemen, relatiegedoe... 'Dan verwijt de ene partij de andere: 'Jij wilde toch zo nodig een nieuw huis?' Het kan de druppel zijn die de emmer doet overlopen in een huwelijk. Voer voor psychologen is het.' De makelaar heeft nog wel een suggestie voor een andere informatiebron: 'Probeer de Riagg eens.'

Kraakheldere woonkamer

Gerard Kerkhof is een nuchtere Hillegommer, maar hij kan zich best voorstellen dat 'mensen overspannen raken' van de verkoop van hun huis. Zijn huis staat nu al bijna een jaar te koop, en nee, hij heeft er geen slapeloze nachten van, maar elke ochtend als hij wakker wordt, denkt hij er wel even aan. Ook zijn vrouw Angela en hij hebben al een appartement gekocht. 'Ik heb zelfs bij de buurman nog de distels uit de tuin getrokken toen een stel hier het huis kwam bekijken', zegt hij.

Hun rijtjeshuiswoning in Hillegom, uitkijkend op een pronte kastanjeboom, ziet er perfect onderhouden uit. Nieuwe lichte keuken, opgefleurd met glazen potten vol gedroogde laurierbladen en sinaasappelschijven, een kraakheldere woonkamer met witte tegelvloer, een compleet bestrate achtertuin, met een 'nieuw schuttinkie', plus een flinke garage.

In de voortuin staat, naast het metalen Franse cafétafeltje met daarop een hortensia, het bordje Te Koop. Twee huizen verderop staat in de tuin sinds kort óók een bordje Te Koop. En Gerard Kerkhof weet: in Hillegom staan nu bij elkaar wel 250 woningen Te Koop.

Courant huis

Had hij niet beter eerst dit huis van de hand kunnen doen, voordat hij overging tot de aanschaf van het appartement? 'Achteraf misschien wel', zegt Kerkhof. Maar wat schiet je op met wijsheid achteraf? Hij en Angela hadden nog anderhalf jaar om hun huis te verkopen, nadat ze onder de indruk waren geraakt van een nieuw appartementencomplex in Hillegom. De makelaar - dezelfde als die van het complex - kwam kijken en zei meteen: 'O, dit is zo'n courant huis.' Kerkhof was verbaasd over zijn taxatie: 315.000 euro, inclusief de garage. 'Ik zeg nog: is dat niet wat aan de hoge kant?' Het werd toch 315.

Er kwamen weinig kijkers. Ja, een gezin, met vijf kinderen. 'Terwijl we drie slaapkamers hebben.' En een 'mannetje alleen'. Die vond de tuin te klein. Tja. Kerkhof bekeek zijn huis op de computersite van de makelaar. 'Nou, ik kreeg me daar toch beelden binnen... halve foto's. Alles liep in de prak.' Pas na een paar weken aandringen kreeg hij de makelaar zo ver dat deze de site aanpaste. Na een halfjaar wisselde Kerkhof van huizenhandelaar.

Ook de nieuwe makelaar was zeer enthousiast over de woning. 'Gerard, de communicatie is sterk bij ons! Het moet wel gek zijn als ik dat huis niet verkoop: ik ga ervoor.' In de praktijk valt dat toch wat tegen, zegt Kerkhof voorzichtig. Sinds juni zijn er drie kijkers geweest. De prijs is intussen gezakt naar 269.000 euro.

Kerkhof heeft zo zijn kleine ergernissen. Voorbeeldje: belde hij de makelaar, over een voorstel aan een potentiële koper, kreeg hij na drie voicemails antwoord. 'Bij mij op de zaak moet je binnen een kwartier een klant terugbellen. Gebeurt dat niet, krijg je op je donder.' Natuurlijk, zegt Kerkhof, 'makelaars kunnen ook geen kopers uit de hemel trekken.' Maar wat meer inlevingsvermogen zou prettig zijn. 'Blijkbaar kunnen zij zich niet voldoende verplaatsen in de spanning rond de verkoop van een huis.'

Angela Kerkhof, vanaf de bank: 'Je houdt continu rekening met de komst van kijkers. Normaal zeem je een keer in het halfjaar de ruiten buiten bij het balkon, nu doe je het elke keer, als er kijkers komen.'

Gerard Kerkhof: 'Nou ja, zo veel komen er jammer genoeg niet.'

Komend weekend hebben ze voor de derde keer open huis. Het huis staat al vol groenwitte boeketten, de fruitschaal wordt weer in stelling gebracht. Ze hebben een luifeltje boven de voordeur gemonteerd en het huis nog even laten schilderen. 'Het gaat tenslotte ook om de eerste indruk.'

De hypotheeklasten worden steeds zwaarder. 'Zondegeld', zegt Gerard, 'gelukkig ben ik niet materialistisch ingesteld.' Zijn vrouw: 'Maar je maakt het natuurlijk liever zelf op aan leukere dingen.'

Volgende zomer

Ze lopen tegen de zestig en hebben hun oude hypotheek al bijna helemaal afgelost, dus geld is niet het grootste probleem. 'Maar je begint wel te denken: er is nu een jaar voorbij, waarom zou er volgend jaar wel een koper zijn?', zegt Gerard. 'Als het volgende zomer nog niet weg is, krijg ik toch een beetje jeuk achter mijn oren.'

Zijn vrouw: 'Ik hoorde over een ander appartementencomplex hier in de buurt dat zes van de acht nieuwe bewoners hun oude huis nog niet kwijt waren.'

Nu is de vraag wat ze zullen doen als het nieuwe appartement is opgeleverd Gerard: 'Een bewoond huis verkoopt beter. Maar blijf je hier dan maar zitten, terwijl je eigenlijk daarheen zou willen?'

Een week na het gesprek laat Kerkhof weten een serieuze kandidaat te hebben. Spijtig: 'Hij wil eerst zijn oude huis hebben verkocht.'

Dat is ook de les die Betty Smits heeft opgedaan tijdens haar huizenavontuur. 'Mijn man en ik vertellen nu iedereen: verkoop éérst je huis. En wees kritisch ten opzichte van je makelaar. Aarzel niet om te veranderen.' Zoals de VEH-woordvoerder zegt: 'Vroeger kon het niet op voor de makelaars. Het huis verkocht zichzelf wel. Tegenwoordig moeten ze veel scherper zijn. Dat zijn ze nog lang niet allemaal gewend.'

Betty Smits en haar man hadden nooit verwacht dat het zo'n hachelijk onderneming zou worden. Hun oude huis is een 'geweldig leuk huis', een huis met aparte vormen - het is zelfs genomineerd geweest voor een architectuurprijs. Eigenlijk wilden ze er tot aan hun pensioen blijven wonen, totdat ze de plannen zagen voor een nieuw appartementencomplex op de 'mooiste plek' van Nijmegen, de stad waar ze allebei vandaan komen. Iedereen zei: 'Ach, dat oude huis ben je zo kwijt.' Drie makelaars beoordeelden de woning, en alledrie kwamen ze uit op dezelfde vraagprijs: 525.000 euro. Prachtig, vond het echtpaar, maar laten we toch maar op 499 gaan zitten.

De makelaar die ze uiteindelijk kozen, was er heilig van overtuigd dat het huis voor deze prijs binnen de kortste keren weg zou zijn. Hij adviseerde het echtpaar zelfs uit te kijken naar een tijdelijk onderkomen, in afwachting van de bouw van het nieuwe appartement. 'Bereid jullie er maar op voor dat je twee keer moet verhuizen.'

En toch. Betty Smits kreeg al vrij snel in de gaten dat de verkoop weleens helemaal niet zo soepel zou kunnen verlopen. In het begin kwamen er wel kijkers, maar ze hadden allemaal een lijstje in hun hand, met daarop nog een hele reeks huizen. Aanbod genoeg, keus genoeg, alle tijd om te zoeken. 'Ik werd al droevig als ik met de hond door de wijk wandelde: er stond hartstikke veel te koop.'

Droevig verhaal

Wat volgt is een treurig relaas, over een bijzonder huis dat desondanks maar niet werd verkocht. Over telkens fervent poetsen, bloemschikken en alles in kasten op stapeltjes leggen voor kijkers, die terloops opmerkten dat de zeven jaar oude keuken 'wat gedateerd' was.

Over een 'weinig actieve' makelaar, die het spoor al snel bijster was en voor in totaal 5000 euro adverteerde, tot aan de Gay Krant toe - hoewel op de huizenmarkt steeds meer via internet gaat. Over dubbele lasten in een tijd dat banken niet meer zo scheutig zijn met overbruggingskredieten, terwijl de kosten van de hypotheek en de Nuon en de Essent en wat al niet voor instanties ineens opgebracht moesten worden voor twee huizen. Over een neefje dat opmerkte over makelaars: 'Tante Betty, die lui hebben nooit geleerd te werken. Die gaan er niet achteraan.'

Het was een afschuwelijke tijd, zegt Smits. 'Wat is er mis met ons huis?', begon ze zich steeds vaker af te vragen. 'Hebben we niet opgelet, toen we het kochten?' Het beheerste haar hele leven. 'Ik kon nergens meer van genieten.' Collega's durfden zelfs niet meer te informeren, uit angst dat er weer een droevig verhaal zou komen. Met het nieuwe huis wilde Smits geen band opbouwen. 'Kom ik hier ooit te wonen?, vroeg ik me af, als we erheen gingen. Dat begon heel erg te spelen.' Voor het appartement waren liefhebbers genoeg. Sterker nog: de makelaar adviseerde hen zelfs dat maar weer te verkopen.

Ze waren er intussen wel achter waarom de verkoop niet opschoot. Hun huis zat in het hogere prijssegment, de aparte bouw was niet aan iedereen besteed, en 5 kilometer verderop werden kavels verkocht waar je voor 5 ton je eigen huis kon laten bouwen.

Verbouwingen

Haar man, minder emotioneel dan zij, nam een resoluut besluit: we verhuizen tóch. In september 2004 vertrokken ze naar Nijmegen. 'En ik was helemaal niet blij.' Plannen voor een nieuwe inrichting en luxe verbouwingen hadden ze intussen laten varen. De toestand was al duur genoeg en ze waren al twee keer gezakt in vraagprijs.

Daarom aarzelden ze ook van makelaar te veranderen. In hun contract zat een boeteclausule ('Altijd een dikke zwarte viltstiftstreep doorheen zetten', adviseert de VEH). Mochten ze van hun makelaar afwillen, dan moesten ze 800 euro 'intrekkingskosten' betalen.

Gelukkig hebben ze beiden een goed inkomen. En gelukkig steunde haar man Betty erg. Er kwamen kijkers die wisten dat het huis al heel lang te koop stond. Ze boden veel te weinig.

'Als we het maar kwijt zijn', dacht Betty, die allang niet meer meeging naar de oude woning - die voelde koud en kil aan. De makelaar vond het, veelzeggend genoeg, nog niet zo'n gek idee. Maar Betty's man was straight: 'We gaan dit huis niet zwaar onder de prijs verkopen.'

Overdracht

Intussen nam de makelaar geen enkel initiatief meer. Alles lag stil. Een kennis greep in: 'Jullie moeten écht van 'm af.' Ze switchten. De nieuwe makelaar mopperde wat over een collega die het had verprutst en dat hij het nu moest 'opknappen', maar vanaf de dag dat hij de opdracht aanvaardde, ging het snel. Hij was eveneens makelaar van het nieuwbouwproject 5 kilometer verderop en boog dit nadeel om in een voordeel. Elke keer als daar kijkers kwamen, nam hij ze mee naar het huis van Betty en haar man. 'Jullie kunnen wel een nieuw huis laten bouwen, maar ik heb ook een hele leuke woning voor een leuke prijs in een leuke wijk die al is aangelegd.' Binnen een paar maanden verkocht hij het huis, voor uiteindelijk 10 procent onder de oorspronkelijke vraagprijs. De kopers wilden nog wel een halfjaar de tijd om hun eigen huis kwijt te raken, maar eind vorige maand was de definitieve overdracht. Toen was het écht voorbij. Bijna 2,5 jaar nadat het huis in de verkoop kwam.

'We denken er niet over na, wat dit avontuur ons heeft gekost', zegt Betty. 'Het heeft vooral veel frustratie opgeleverd. Nu kan ik erom lachen. Nu kan ik zelfs zeggen: ik zal de spanning missen. Maar we doen dit nóóit meer.'

Besmette huizen

De makelaar uit het zuiden des lands zegt dat hij geregeld meemaakt dat een collega een huis bewust veel te hoog taxeert, om maar een opdracht te krijgen. 'De klant is redelijk naïef en gemakkelijk beïnvloedbaar. Die gaat blind in op de hoogste prijs.' Gerard Kerkhof uit Hillegom erkent ook dat voor zijn huis aanvankelijk te veel is gevraagd, op advies van de professional. 'En nu is het nieuwe eraf. Nu weet iedereen dat dit huis al een tijd te koop staat.' In de woorden van de makelaar uit het zuiden: 'Zo raakt een huis besmet.'

Het omgekeerde gebeurt ook, zegt deze makelaar. Woningbezitters die, door allerlei goudenbergenstory's, zelf aandringen op een te hoge vraagprijs. 'Ze willen te veel en krijgen het deksel op hun neus. Zulke klanten weigeren wij.'

Ach, weet hij uit ervaring, het is ook niet snel goed. Dan verkoopt hij een huis binnen een week, 'voor een reële prijs' en zeggen leken tegen de woningbezitter: 'Die makelaar van jou heeft dat veels te goejekoop verkocht.' Maar liever snel verkopen voor een nette prijs, dan eindeloos te blijven zitten met een huis dat te hoog is getaxeerd, met alle bijkomende kosten. Bovendien, zegt André de la Porte van de VEH: 'Niemand heeft récht op een bepaalde opbrengst, hoor. Dat wordt nog weleens vergeten.'

Eigen geld

Bea van Koppel en haar man Emiel van Dongen waren ook wat verbaasd nadat de makelaar hun huis had getaxeerd op 339.000 euro. Zo veel? 'Wij dachten: nou, best leuk. Als we dat ervoor krijgen, zou dat mooi zijn. Nu denken we wel van... eh.'

De vorige keer dat ze hun huis verkochten, woonden ze een tijdje in een camper. Dat was geen onverdeeld succes en dus maakten ze deze keer niet zo'n haast. Maar nu staat hun nieuwbouwhuis in het Brabantse Ravenstein sinds juni te koop, terwijl ze per 1 september ook de eigenaars zijn van hun grote-liefde-boerderij in het land van Maas en Waal. Zorgen maakt Van Koppel zich nog niet, maar leuk is anders. 'Het kost zoveel geld, hè?'

De overbruggingshypotheek wordt gefinancierd met het eigen geld uit de nieuwbouwwoning. Jammer, want voor de verbouwing van de boerderij kunnen ze nog wel wat gebruiken.

Bea is beeldend kunstenaar, Emiel staat voor de klas. Van hun inkomen kunnen ze geen twee hypotheken betalen. 'Nu moeten we het toch wel gaan verkopen', zegt Bea. 'Want voordat de overdracht rond is, ben je alweer drie maanden verder.'

Emiel is gemakkelijker, zegt ze. 'Die maakt zich nooit zorgen over geld. Je moet je pas zorgen maken over iets als het echt een probleem is, vindt hij. Nu kunnen we toch nog gewoon boodschappen doen?'

Binnenkort vertrekken ze naar de boerderij. Dan staat het huis leeg. Spijt heeft ze absoluut niet: 'Die boerderij is ons droomhuis. Dat is zo'n bijzondere plek. We willen daar zo graag heen.'

Sinds juni zijn er zeven bezichtigingen geweest. De makelaar hebben ze al een tijd niet gesproken - ze krijgen telkens een juffrouw van het kantoor aan de lijn. Maar, zegt Bea, 'binnenkort staan we weer in zo'n makelaarskrantje'.

Ze kijkt de grote tuin op het zuiden in, op een van die laatste stralende nazomerdagen. Het rennetje staat leeg - de kippen zijn al verhuisd naar de boerderij. 'Iedereen zegt: het is zo'n mooi, fijn huis, dit raken jullie zo kwijt.'

Is er alweer een nieuwe bezichtiging gepland?

Bea van Koppel denkt even na. 'Geeneen', zegt ze, toch nog wel monter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden