'Huis als een stukje stad' behouden

Aankoop heeft een stokje gestoken voor het verval van een van de weinige huizen van de benedictijner architect dom Hans van der Laan.

Vereniging Hendrick de Keyser, notoir behoeder van Nederlands stadsschoon, heeft 2012 afgesloten met een opmerkelijke aankoop. Al bijna honderd jaar staat deze instelling bekend om de slimme manier waarop ze bedreigde monumentale huizen redt. Ze koopt deze aan, restaureert en verhuurt ze en alle huurinkomsten gaan op aan nieuwe aankopen en restauraties. Zo beheert ze nu al honderden gebouwen, waarvan het merendeel in historische binnensteden staat.

Maar nu haar jongste aankoop, een piepklein huis met een onooglijk geveltje. Het staat aan een jarentachtigwoonerf in een buitenwijk van het Brabantse dorp Best. Zelfs zijn leeftijd is niet indrukwekkend: het werd gebouwd in 1983. Toch is de vereniging beslist niet gek geworden. Sinds kort schaft ze ook bijzondere gebouwen aan van eigentijdse architecten. Het afgelegen huisje in Best verraadt wat dat betreft een delicate smaak. Het is ontworpen door een uniek architect: dom Hans van der Laan (1904-1991).

Deze benedictijner monnik is wereldberoemd onder vakgenoten, zij het voornamelijk om de architectuurtheorie die hij ontwikkelde. Zijn gebouwde oeuvre is bijzonder klein. Maar met zijn bekendste Nederlandse gebouw, de kerk (1960/67) die hij bij 'zijn' klooster Benedictusberg in Vaals realiseerde, overtuigde hij vriend en vijand van zijn uitzonderlijke talent.

Die kerkzaal is een uiterst simpele, kale en rechthoekige ruimte, slechts ingedeeld door hoekige kolommen. Er is geen enkel visueel spektakel maar dat doet aan de schoonheid ervan niets af. Integendeel zelfs: die eenvoud versterkt juist dat de ruimte zich doet voelen. Daar was het Van der Laan om te doen. Diens hele theorie, waaraan hij ruim vijftig jaar heeft gewerkt, gaat over ruimtelijke beleving. Dat ook is het bijzondere van het woninkje in Best. De buitenkant is de eenvoud zelf, maar binnen kun je iets unieks ervaren.

Het initiatief voor het huis kwam van de pater zelf. In 1977 zocht hij eens zijn goede kennis Jos Naalden op. Die bewonderde de monnik al twintig jaar, vanaf het moment dat hij in de jaren vijftig in Tilburg architectuur studeerde. Naalden, die werkte bij de Technische Hogeschool in Eindhoven, had in die stad een patiowoning, naar ontwerp van de Rotterdamse architect Jaap Bakema. Dat was een modern, licht huis. Van der Laan vond het niks. Dus stelde hij voor zelf een veel beter huis te ontwerpen. Zo gebeurde, en toen Naalden in 1978 zijn 50ste verjaardag vierde, gaf de monnik hem de maquette van het latere huis in Best cadeau.

Met dit geschenk deed Van der Laan niet enkel de jarige een plezier. Voor alles was het een geschenk aan zichzelf. De monnik was, ruim 70 jaar oud, op de toppen van zijn kunnen. Net het jaar ervoor, in 1977, had hij eindelijk zijn architectuurtheorie afgerond en gepubliceerd in het boek De Architectonische Ruimte. Ruim veertig jaar lang had hij zijn 'ideeën in wording' uitgedragen. Tientallen vakgenoten had hij geïnspireerd en in Brabant was een heuse stroming ontstaan van architecten die met zijn gedachtegoed werkten, de zogeheten 'Bossche School'. De mogelijkheden voor Van der Laan om zelf te bouwen, waren al die tijd heel schaars gebleven.

Hij moet ernaar hebben gesnakt zijn theorie in de praktijk te kunnen toetsen. Dat gold vooral één gloednieuw onderdeeltje daarvan, dat hij zelf heel gewaagd vond, en dat ging over het samenvoegen van gebouwen (hij noemde dat: stedenbouw).

Een vrijstaande woning voor Jos Naalden leek hem daarvoor een perfecte kans. De pater was daar trouwens eerlijk over. Hij zei tegen de jarige dat de maquette 'niet een woonhuis voor Jos Naalden' was, maar 'een model' waaraan de monnik zijn ideeën kon uitleggen. Naaldens wensen deden er nauwelijks toe.

De theorie van Van der Laan is tamelijk zware kost, maar de essentie ervan is simpel. Hij was ervan overtuigd dat architectuur niet gaat over het maken van mooie vormen. Het echte doel is van wezenlijker aard: architectuur moet de wereld bewoonbaar maken. De natuurlijke buitenruimte is te groot voor ons, daar voelen we ons verloren. We moeten daarin dus ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd. Het geheim daarvan lag volgens hem puur in maatvoering, - maar die maatvoering moest dan wel herkenbaar worden gemaakt met driedimensionale elementen. Aan muren waarvan je alleen het oppervlak ziet, heb je helemaal niets.

Wie dit eenmaal weet, kan Huis Naalden begrijpen. Het meest opvallend is, als bij alle architectuur van Van der Laan, dat de muurdikte duidelijk zichtbaar is. Ramen liggen diep in de gevels en vormen rijen met een duidelijk ritme. Muren zijn vormgegeven als kolommenrijen, ter verheldering van het matenspel. Dat heeft een wonderlijk en weldadig effect: alle ruimten, en de massieve elementen eromheen, vormen samen één harmonische compositie.

Die ordening geeft een grote rust, een samenhang die weldadig aanvoelt. Het grappigste is dat Van der Laan, ondanks de geringe omvang van het huis, er ook nog zijn ideeën over stedenbouw in heeft uitgeleefd. Wie er wat langer is en beter kijkt, kan zien dat Huis Naalden is opgezet als een 'stukje stad.' Dat ervaar je het beste in de binnenhof: daar zie je dat het huis uit drie 'zelfstandige' volumes bestaat die allemaal net een andere hoogte hebben. De kleinste en laagste is een open galerij (tevens carport). Haaks daarop staat een wat grotere 'vleugel' (een gang die langs wat kleine kamers voert), haaks daar weer op staat een hoge 'zaal': een woonkamer die subtiel is onderverdeeld met pilasters.

Van der Laan zelf vond zijn 'proeve' uiteindelijk maar deels geslaagd: bij de uitwerking van het ontwerp waren nogal wat concessies nodig. Naalden daarentegen was er zeer mee in zijn nopjes. Hij hield de inrichting sober als was het een klein klooster en genoot daar met zijn vriendin vele jaren van.

Nadat hij eind jaren negentig verhuisd was, kwam het pand in de verdrukking. Er trok een jong gezin in en voor hen was het al snel te klein. De verstilde ruimtes kwamen overvol te staan en op de binnenhof werd een zwembad aangelegd. Dat had het begin van het einde kunnen zijn.

Nu ook zij vertrokken zijn, lagen verbouwingen voor de hand. Het ontbreken van voorzieningen voor huishoudelijke apparatuur, de kleine slaapkamers en de platte daken: dat alles had een volgende koper makkelijk kunnen verleiden tot het uitbreken van muren en tot uitbouwsels op het dak.

Dat is dan ook precies waar Vereniging Hendrick de Keyser nu een stokje voor heeft gestoken. Een eenmaal aangekocht pand wordt nooit meer afgestoten. En huurders worden verplicht de architectuur te eerbiedigen, zowel de buiten- als de binnenkant.

Architectuur is als muziek

Vereniging Hendrick de Keyser heeft sinds de oprichting in 1918 al ruim 350 panden gered, verspreid over heel Nederland. De meeste daarvan zijn eeuwenoud. Een kanteljaar was 1990, toen het leeggekomen raadhuis van het Groningse stadje Usquert werd aangekocht, een gebouw uit 1930 van architect H.P. Berlage. Sindsdien wordt stelselmatig ook jonge bouwkunst aangekocht, wat sinds 2000 structureel wordt ondersteund door de Bankgiroloterij. Onder de recente aankopen zijn een kunstenaarshuis (1954) in Velp van G.Th. Rietveld, een vakantiehuisje (1934) in Groet van Ben Merkelbach en Charles Kartsen en het monumentale woonhuis (1963) van Abe Bonnema in het Friese Hardegaryp. Huis Naalden (1981/83) in Best van dom Hans Van der Laan is veruit haar jongste bezit.

Toen Hans van der Laan in 1923 bouwkunde ging studeren in Delft, stoorde hij zich aan de willekeur die hij aantrof: architecten volgden hun eigen smaak of lieten zich leiden door technische fascinaties. Hij zocht naar universeler maatstaven en trok zich daarom al in 1927 in een klooster terug.

In de jaren veertig ontdekte Van der Laan het 'plastische getal', een verhoudingsgetal dat op de gulden snede lijkt maar is toegesneden op de driedimensionale werkelijkheid van architectuur. De betekenis ervan valt uit te leggen aan de hand van muziek.

Componeren zou veel lastiger zijn als geluid niet was geordend via toonhoogteverschillen die voor mensen duidelijk te onderscheiden zijn: muzieknoten (do, re, mi, fa, sol etc.), die samen octaven vormen. Het plastische getal is een vergelijkbaar stelsel voor ruimtelijke composities, gebaseerd op duidelijk zichtbare maatverschillen. Dit gegeven is door Van der Laan verwerkt in een alomvattende architectuurtheorie. Het oeuvre van Van der Laan omvat naast nieuwbouw aan zijn klooster in Vaals, drie geheel nieuw gebouwde kloosters (twee in België, een in Zweden), plus de woning in Best. Zijn voornaamste boeken zijn: Het plastische Getal (1960 en 1967), De Architectonische Ruimte (1977) en Het Vormenspel der Liturgie (1985).

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden