‘Huig had aan de wal gegaan, hij wier báng’

In Katwijk wonen veertigduizend mensen plus 275: de sinds 1919 verdwenen zeelui die als geesten door de straten dwalen. Nu is er een monument....

Het weer was vliegens slecht en de KW 103 lag tien mijl van vuurschip Texel. Het was een solide scheepje, een bokkenvisser, maar door een golf achterovergedrukt en omgeslagen. Het was een vieze plek daar, in de gronden.

Wim van Welie was vlakbij, zijn KW 33 lag op de wind en hij had zijn broer om zeven uur ’s avonds nog aan de radio gehad. Om tien uur bleef het stil. Die zondag visten ze op wat overbleef: twee dingy’s, twee vlonders, geen broer. Veertig mijl meegedreven met de stroom, in 1970.

Nu is Wim van Welie ‘aan de wal verdaagd’ en staat hij bij het monument voor de Katwijkers die op zee zijn gebleven. Vandaag is de onthulling en krijgt broer Antonie zijn graf. Hij was 28 toen en had drie kinderen.

Het monument staat hoog op de boulevard, naast het Savoy hotel-panoramarestaurant: zes platen roestkleurig cortent-staal. Een verwrongen scheepshuid waaruit de namen zijn gesneden van alle omgekomen zeelui van Katwijk (1919-nu). Als je erdoorheen kijkt, zie je de golven. De laatste naam is Nico van der Kwaak, in 2000 overboord gegaan bij het zetten van de netten in het Nauw van Calais. Katwijk heeft nog maar twaalf kotters, tegenwoordig.

In Katwijk wonen veertiguizend mensen plus 275: verdwenen zeelui die nog altijd als geesten door de straten dwalen. Je hoorde iemand lopen in de gang, zegt Antonies zoon Jan van Welie, en dan dacht je: het zal ’m toch niet wezen? Je ging van Katwijk af, een paar dagen weg, zegt weduwe Teuna van Beelen-Vis, en dacht: stel dat ik hem tegenkom. Dat hij alleen maar zijn geheugen was kwijtgeraakt.

Teuna en Huig hadden samen vier jonge kinderen. Huig was 36; een foto staat in de vensterbank. ‘Hij had aan de wal gegaan’, zegt Teuna, ‘hij wier báng. Hij was het zat. Hij had gesolliciteerd bij Van Gend en Loos.’

Hij raakte verstrikt in een kabel aan boord, raakte gewond, werd met een helikopter van boord gehaald, maar viel naar beneden en verdween in het water. Het was 10 april 1970. ‘Wat zeg je dan tegen die kinderen?’

Bij een dikke bries wiegen de platen van het monument heen en weer, en giert het tussen de namen. Urk heeft een muur met namen in granieten platen, Moddergat heeft een monument, Katwijk had niks en het heeft mede-initiator Jan van Welie vierenhalf jaar gekost om dit te bereiken. Het was therapie, zegt hij. Hij was zes toen zijn vader verdween. ‘Katwijk is een gelovig dorp. Ze denken: het is je lot, je bestemming. Als je mij vier jaar geleden naar mijn vader vroeg sloeg ik dicht. Hier op Katwijk mág je er niet over spreken. Dit monument doorbreekt de stilte.’

Kunstenaar Gerard van der Leeden zag afgevallen bladen waaien over de boulevard, en kreeg zo het idee. Het is een hommage aan de achterblijvers, ook: de weduwen die niets hadden behalve een kleine uitkering van het zeerisico. Dat was armoe. Het is een plek en je kunt ernaartoe, zegt Teuna van Beelen-Vis. ‘Je kunt er mensen ontmoeten. Dat heb ik nog het meeste gemist, al die jaren. Ik ben nooit meer op het strand geweest. De zee was zijn graf. Maar met wie moest je erover praten? Tegenwoordig heb je slachtofferhulp en rouwverwerking. Vroeger was er niks.’

Oudste zoon Huig wilde varen en zij zei nee. Doe me dat niet an, had ze gezegd. Jan van Welie wilde ook varen maar mocht het niet. Nu is hij afdelingschef magazijn en diepvries bij Ouwehand’s Rederij en Visverwerking en op die manier toch in de visserij beland. ‘Weet je wat het lullige is?’, zegt hij. ‘Iedereen gaat dood en er blijven altijd mensen achter. En het medelijden duurt maar kort.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden