Hugo de Jonge: ik voel me het meest senang met de handen aan het stuur

Hugo de Jonge in drie thema's

Als minister van VWS wil Hugo de Jonge de ouderenzorg verbeteren en de eenzaamheid onder ouderen stoppen. Merkbaar en meetbaar. 'Dat vinden ze hier eng, want stel je voor dat je erop wordt afgerekend.'

Als minister van VWS wil Hugo de Jonge de ouderenzorg verbeteren Beeld Aurélie Geurts

De man

De schilderijen die Edith Schippers liet ophangen in haar werkkamer, gemaakt door verstandelijk gehandicapten, worden geleidelijk vervangen door werk van Jacob de Jonge, jongste broer van de nieuwe minister. De eerste hangt er al: God machine, een gestrande duikboot met gebrandschilderde voorkant - de stijl is magisch realistisch.

Ook op het ministerie wil Hugo de Jonge geleidelijk de sporen van zijn voorganger laten vervagen. 'Niets dan lof voor Schippers en Van Rijn. Maar ik wil dat mensen zelf ervaren dat de zorg merkbaar, meetbaar beter wordt. Zodat je bent af te rekenen op de resultaten.'

Hugo de Jonge is domineeszoon. Hij werd geboren in Bruinisse, woonde in Alphen aan den Rijn, Zaamslag en Puttershoek. Als student belandde hij in Rotterdam, waar hij nooit meer weg wil: 'Ik ben verliefd geworden op die stad, en vooral op Zuid.' Hij kocht er onlangs een nieuw huis, in Feijenoord, deze week was de verhuizing.

Het vele verhuizen in zijn jeugd maakte hem flexibel, denkt hij. 'Je bent aangewezen op een kleiner clubje. Mijn broers' - hij heeft twee broers en twee zussen - 'zijn mijn beste vrienden.'

Had u als domineeszoon een voorbeeldrol?

'In Zaamslag ging ik met vriendjes de straat op. Dan hadden we zo'n pvc-buis en rode besjes die openbarsten als ze iets raken. Die bliezen we door open ramen, liefst als er witte vitrage hing. Ik weet nog dat een vrouw naar buiten kwam.' In Zeeuws dialect: 'Joe ken ik wè, jie bint 'r ín van den dòmenie.' Voor ik thuiskwam was mijn vader al gebeld. Dat glazen huis is de minder leuke kant. Maar mijn ouders hebben ons nooit extra streng behandeld.'

De Jonge is van huis uit Nederlands Hervormd. In Rotterdam was hij een tijdje lid van de kerkenraad, totdat het wethouderschap te druk werd. Nu bekleedt zijn vrouw die functie.

Zijn vader ging vanuit Puttershoek met de brommer naar Rotterdam om patiënten in het Ikazia ziekenhuis te bezoeken. Op zo'n tocht ontdekte hij een goedkoop huisje voor zijn toen 19-jarige zoon: in de Millinxbuurt in Charlois, Rotterdam-Zuid.

'Ik kreeg al snel door waarom het zo betaalbaar was. Dit was het putje van de stad. Tegelijk was het fascinerend. Ik liep stage op basisschool De Akker, kreeg er ook mijn eerste baan. Nog geen procent van de kinderen was autochtoon. Antilianen vormden een grote groep. Veel kinderen kregen van huis uit weinig richting, weinig grenzen en vaak ook weinig liefde mee. Als onderwijzer kun je dan in het leven van kinderen zo betekenisvol zijn. Prachtige tijd.'

Wat maakt Rotterdam zo mooi?

'Rotterdam is de stad waar het gebeurt en waar je het verschil kunt maken. Mijn vrouw zit er net zo in, daarom doet zij daar schoolmaatschappelijk werk.'

Maakte u vrienden onder de Antilliaanse bevolking?

'Het mixt niet, dat is het drama van een deel van die grote stad. Rotterdam doet zich grootsteeds voor, maar is eigenlijk een verzameling dorpen. Maar juist dat deel van Zuid heeft een snelle doorstroming. Dan ontstaat er weinig binding. Tegelijk is die rauwe kant mooi. Daar zit de energie van de stad.'


Zijn dochter bracht hij deze week voor het eerst naar haar nieuwe basisschool vlak bij hun nieuwe huis; zijn zoon doet de tweede klas van het Zuider Gymnasium. 'We hebben altijd gekozen voor een school om de hoek. Kinderen die in de wijk met elkaar wonen, moeten ook met elkaar in de klas zitten. School is zo'n belangrijke oefenplek. De samenleving neigt naar segmentatie. School, sport en toch ook kerk zijn de plekken waar je dat kunt doorbreken.'

De politicus

Zoals voor velen van zijn generatie was Pim Fortuyn voor Hugo de Jonge een belangrijke reden om de politiek in te gaan. 'Hij verwoordde de immigratiepijn van de stad, zei de dingen waarover het in de lerarenkamer ook ging, maar waarover het daarbuiten moeilijk praten was. Ik zag hoe het ging: ouders die zelf op de Da Costa School hadden gezeten, kwamen er hun peuter brengen die dan nauwelijks een woord Nederlands sprak. Dat benoemen was fout rechts. In die periode ben ik actiever geworden voor het CDA.'

Waarom niet voor de LPF?

'Het agenderen van de problematiek is wel wat anders dan antwoorden geven. Bij het CDA vond ik een visie op de samenleving. Daar voelde ik me thuis. Mijn ouders waren van het CHU. Mijn vader stemt dat nog steeds, denk ik, dan tekent hij er een vakje bij op het stembiljet.'

Hoe belandde u in de politiek?

'In 2004 zag ik een vacature: beleidsmedewerker onderwijs bij de CDA-fractie. Ik dacht: daar kan ik mijn eerste en nieuwe liefde verbinden.'

Het was het begin van een snelle loopbaan op het Binnenhof, als assistent van CDA-bewindspersonen en van premier Balkenende. In 2010 werd hij in Rotterdam geparachuteerd als wethouder, vanaf 2014 was dat in een college met Leefbaar Rotterdam.

Hoe was het om met Leefbaar samen te werken?

'Goed te doen. Mensen die in Rotterdam Leefbaar stemmen, stemmen landelijk CDA, VVD, PVV of niet. Ook als je het over veel onderwerpen oneens bent, kun je samenwerken. Het gaat in de politiek om vertrouwen op het persoonlijke vlak. We werkten op de inhoud samen. Dat zal nu in de regering niet anders zijn. De Bijbel zegt het: behandel een ander zoals jezelf behandeld wilt worden.'

Was u in 2010 een van die CDA'ers die samenwerking met de PVV een goed idee vonden?

'Klopt. Dat was om dezelfde reden. De PVV was heel groot geworden, en we hadden nog geen bestuurlijke ervaring met hen. Dan moet je niet zeggen: jullie ideeën staan ons niet aan, je mag niet meedoen.'

Is dat voor herhaling vatbaar?

'Nu het avontuur achter de rug is, denk ik niet dat ons land en onze partij er goed aan doen dat te herhalen. Dat wil niet zeggen dat je niet kunt samenwerken. De PVV is erg actief in de zorg. Met Fleur Agema en alle andere Kamerleden werk ik graag samen om zorg beter te maken.'

Wanneer kwam de vraag of u minister wilde worden?

'Net na de zomer kwam Sybrand Buma naar het stadhuis in Rotterdam. Toen kwam het ministerschap snel op tafel. En meteen ook de vraag of ik eventueel vicepremier wilde worden. Al weet je dat de politiek zich niet leent voor uitgestippelde routes.'

U kon ook op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer. Waarom wilde u dat niet?

'Ik voel me het meest senang met de handen aan het stuur. Het is mooi om een tent te runnen.'

Hoe zijn de eerste weken op het ministerie u bevallen?

'Zo onbekend was het niet, ik overlegde als wethouder zowat wekelijks met Van Rijn. Er is veel overeenkomst met mijn werk in Rotterdam, qua thematiek maar ook qua omvang. Het is intensiever, ook in de wijze waarop jullie van de media ons volgen. Ik zou de lokale politiek die aandacht gunnen.'

Bent u ook hierheen gehaald om warm te lopen als opvolger van Sybrand Buma?

'Echt helemaal niemand is bezig met die vraag. Sybrand niet, de partij ook niet. Hij is de leider en dat blijft hij nog lang.'

De voornemens

Wat wilt u in Den Haag bereiken?

'We moeten ons voorbereiden op een samenleving met meer ouderen. Nu zijn er 1,3 miljoen 75-plussers. Over een paar jaar, in 2030, zijn het er 2,1 miljoen. Ruim 90 procent woont thuis. We moeten ons inbeelden wat dat betekent.

'Ik ga met iedereen in de ouderenzorg om tafel om de grote opdrachten beet te pakken. Dan gaat het over eenzaamheid, over de zorg thuis en over verpleeghuiszorg.

'Eenzaamheid is nu een groot probleem onder ouderen. Dat neemt toe, behalve in Rotterdam. Daar zijn we begonnen met huisbezoeken. Gewoon eropaf, alle deuren langs. Niet dat een bezoekje de eenzaamheid doorbreekt, maar dan blijkt dat extra zorg nodig is of iemand moet komen om samen boodschappen te doen. Natuurlijk, eenzaamheid ziet er overal anders uit, de aanpak in Raalte zal anders zijn. Ik denk vanuit Den Haag een hoop te kunnen stimuleren.

'Ik wil de toenemende eenzaamheid onder ouderen stoppen, merkbaar en meetbaar. Dat vinden ze hier eng, want stel je voor dat je daarop wordt afgerekend. Het kan gebeuren dat je over een paar jaar moet zeggen: we hebben het niet gehaald. Daar moet je open over zijn. Dan moet je je doel bijstellen of de aanpak wijzigen. Veel erger is het als je geen doelen stelt.'

U krijgt 2,1 miljard euro extra om de zorg in verpleeghuizen te verbeteren. Hoe gaat u dat besteden?

'We gaan zorgen dat het geld naar echte zorg gaat - naar tijd en aandacht voor onze ouderen. Volgend jaar wordt een forse eerste stap gezet met 435 miljoen euro extra voor verpleeghuiszorg. Daarmee kunnen zo'n tienduizend extra mensen aangenomen worden. Als het geld daar niet aan wordt uitgegeven, moet het kunnen worden teruggevorderd. Nu kan dat niet altijd - het hangt af van de contracten met verpleeghuizen. Die moeten dan zo worden aangepast dat terugvorderen wel kan.'

De Nederlandse Zorgautoriteit en de Inspectie voor de Gezondheidszorg vinden dat 1,2 miljard euro extra ook genoeg is als de slechte verpleeghuizen een voorbeeld nemen aan de goede. U valt de IGZ en de NZA af?

'Nee, want zij nemen de 25 procent beste verpleeghuizen als norm. Dan ben je er nog niet. En het gaat niet om geld alleen. Het is belangrijk dat een organisatie daadwerkelijk weet wat liefdevolle zorg is en hoe die te organiseren. Elke vestiging moet in beweging komen. Iedereen moet zich daar elke dag afvragen: zou dit het huis zijn waar ik mijn eigen moeder zou willen onderbrengen? Dat is de norm der dingen. Die spiegel moet iedereen die in een verpleeghuis werkt zichzelf voorhouden.'

De 2,1 miljard euro is beschikbaar gekomen omdat het Zorginstituut kwaliteitseisen voorschrijft. Moet de politiek niet het laatste woord hebben bij het vaststellen van zo'n rekening?

'Het is goed dat de kwaliteitseisen een zaak van professionals zijn. Bij de vaststelling van die eisen zijn checks-and-balances ingebouwd, ook wat de kosten betreft. Dat werkt goed. Omdat de professionals er niet uitkwamen, heeft het Zorginstituut de kwaliteitseisen vastgesteld. Het is logisch dat er een politieke weging wordt gemaakt op het moment dat zo'n bedrag wordt uitgegeven. Dat het nu juridisch een automatisme is, vind ik merkwaardig. Daar moeten we een oplossing voor bedenken.'

Wilt u de wet zo wijzigen dat de politiek het laatste woord heeft als het Zorginstituut kwaliteitseisen opstelt, zodat die niet nog eens verrast wordt door een gepeperde rekening ?

'Het vorige kabinet is een onderzoek gestart hoe dat precies is vorm te geven. Wetswijziging lijkt me logisch.


c.v. Hugo de Jonge

Geboren 26 september 1977 in Bruinisse

1999-2000 onderwijzer Christelijke Basisschool De Akker, Rotterdam-Tarwewijk

2000-2004 adjunct-directeur Da Costa School, Rotterdam-Afrikaanderwijk

2004-2006 medewerker CDA-fractie Tweede Kamer

2006-2008 politiek assistent CDA-ministers

2008-2010 ambtenaar ministerie Onderwijs

2010-2017 voor het CDA wethouder van onderwijs, jeugd en (sinds 2014) zorg in Rotterdam

2017 viceminister-president en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Geboren 26 september 1977 in Bruinisse

1999-2000 onderwijzer Christelijke Basisschool De Akker, Rotterdam-Tarwewijk

2000-2004 adjunct-directeur Da Costa School, Rotterdam-Afrikaanderwijk

2004-2006 medewerker CDA-fractie Tweede Kamer

2006-2008 politiek assistent CDA-ministers

2008-2010 ambtenaar ministerie Onderwijs

2010-2017 voor het CDA wethouder van onderwijs, jeugd en (sinds 2014) zorg in Rotterdam

2017 viceminister-president en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.