Column

Hugo Claus zit veilig opgesloten in mijn hoofd

Een enkele keer houdt de gedachte aan gestorven vrienden me uit de slaap.

Hugo Claus. Beeld anp

Soms slaap ik slecht. Ik ga moe naar bed en sta moe op. Slaap valt niet te dwingen. Meestal denk ik aan niets. Niets bestaat uit vage voornemens voor de dag die ik tegemoet ga,

Een enkele keer houdt de gedachte aan gestorven vrienden me uit de slaap. Ik tracht me hun stem te herinneren, hun gezichten, hun gewoontes en mooie momenten samen doorgebracht. Net als ik waren ze dichters. De volgende dag herlees ik hun gedichten. Met weemoed denk ik terug aan de tijd dat iedereen nog in leven was en we nauwe banden met elkaar onderhielden. Waar is Hugo Claus gebleven, waar Simon Vinkenoog, waar Gerrit Kouwenaar? Ze zitten veilig opgesloten in mijn hoofd. Als eens mijn hoofd het opgeeft zijn ze vrij en leven voort in hun poëzie.

In Hugo Claus' Gedichten 1948-1993 (De Bezige Bij, 1994) schreef hij in het exemplaar dat ik bezit: 'Voor Remco, vriend, zoals altijd, genegen, Hugo'. Ik lees het, lichtelijk ontroerd. Uit die bundel het gedicht Vannachtmerrie:

Vannacht niet meer dan drie doden

uitgenodigd in mijn slaap.

In mijn slaap zeg ik voornamelijk

hun voornamen die ik gewetensvol

geweten heb gisteren nog

en nu vergeten ben nu zij mij wekken

en mij verraden bij dageraad.

Ik hou ze niet tegen

als zij in de tijd van mijn ontbijt

wegrennen in de regen en ergens verrekken.

Geen nood.

Ik kom ze wel weer tegen,

die drie jongens van de dood.

De dood spookt ook op de achtergrond van Gerrit Kouwenaars gedicht De laatste dagen van de zomer (Querido, 1998) dat hij aan mij opdroeg:

Trager de wespen, schaarser de dazen

groenvliegen grijzer, engelen gene, niets

dat hier hemelt, alles brandt lager

dit zijn de laatste dagen, men schrijft

de laatste stilstand van de zomer, de laatste

vlammen van het jaar, van de jaren

wat er geweest is is er steeds nog even

en wat men helder ziet heeft zwarte randen

men moet zich hier uitschrijven, de tuin

in de tuin insluiten, het geopende boek

het einde besparen, men moet zich verzwijgen

verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt

hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond

zal spreken wat hier overwintert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.