Howl in Amsterdam

Tijdens het nu verfilmde, legendarische proces over de dichtbundel Howl wandelde dichter Allen Ginsberg door Amsterdam. Met vriend Simon Vinkenoog.

Het proces dat in 1957 in San Francisco is gevoerd over de vraag of de dichtbundel Howl and Other Poems van Allen Ginsberg wel of geen literaire waarde heeft, geldt nog steeds als een van de belangrijkste rechtszaken uit de Amerikaanse literatuurgeschiedenis. De bundel werd 'niet obsceen' bevonden en opende zo de deur voor andere Amerikaanse auteurs om onbezorgd te kunnen schrijven wat ze wilden. Het proces is verfilmd en de film Howl draait nu in de bioscoop.


De dichter zelf was in 1957 niet bij de rechtszaak aanwezig. Allen Ginsberg was in Amsterdam, waar hij kennismaakte met geestverwant Simon Vinkenoog en de basis legde voor een vriendschap voor het leven.


Allen Ginsberg en zijn levenspartener Peter Orlovsky arriveerden op 28 september 1957 in tamelijk berooide toestand in Amsterdam. Ze waren Gregory Corso achterna gereisd met wie ze eigenlijk in Parijs hadden afgesproken. Corso, het enfant terrible van de Beat Generation, was naar Amsterdam uitgeweken nadat hij een ongedekte cheque had verzilverd bij twee kruimeldieven die nu naarstig naar hem op zoek waren. Voor 3000 francs kocht hij een treinkaartje naar Amsterdam, waar ze hem zeker niet zouden zoeken. Een betaalbare kamer vond hij aan de Reijnier Vinkeleskade en in een plaatselijke boekhandel informeerde hij of er ook hippe dichters in de stad waren. En zo moet hij zo'n beetje rechtstreeks in de armen van Simon Vinkenoog zijn gelopen.


Al na één dag in Amsterdam schreef hij aan Ginsberg in Parijs: 'Nederlandse dichters te gek. Simon Vinkenoog, jong, hip, kent veel Amerikaanse dichters, dichter en redacteur van het Nederlandse Podium. Wil mij publiceren, jou en iedereen. Hij organiseert een lezing als je komt.'


Vinkenoog was enkele maanden eerder naar zijn geboortestad teruggekeerd na een verblijf van acht jaar in Parijs. Hij had er gewerkt als special request documents officer bij de UNESCO en had zich tegelijkertijd ontwikkeld als dichter, schrijver en journalist. Terug in Amsterdam kwam hij in dienst bij de Haagse Post als assistent van hoofdredacteur G.B.J. Hiltermann met de opdracht het blad van jeugdig elan te voorzien. Geboeid liet hij zich door Corso bijpraten over de recente ontwikkelingen in de Amerikaanse literatuur. Corso vertelde over Ginsberg en over de Beat Generation, een jonge literaire stroming die zich tegen de academische poëzie keerde. Vinkenoog bracht de Amerikaanse dichter in contact met Adriaan Morriën en Jan Vermeulen, die de redactie vormden van Literair Paspoort, een meertalig tijdschrift dat zich richtte op buitenlandse literatuur. Het leverde Corso een betaalde opdracht op om een verhaal te schrijven over de ontluikende Beat Generation. Een paar dagen na zijn eerste ontmoeting met Vinkenoog ontving Corso een postpakket van uitgever Ferlinghetti met vijfentwintig exemplaren van Ginsbergs Howl and Other Poems.


Vinkenoog kreeg een bundel cadeau en was meteen diep onder de indruk van deze nieuwe poëzie. Op aanwijzing van Vinkenoog kon Corso de overige bundels in enkele Amsterdamse boekwinkels slijten. Het waren de eerste Howls in Nederland.


Ondertussen waren Ginsberg en Orlovsky in Parijs aan het einde van hun geld gekomen. Een betaalbare hotelkamer bleek pas op 15 oktober beschikbaar en tot die tijd konden ze bij Corso in Amsterdam op de grond slapen. In het kort daarvoor geopende jazzcafé Bohemia aan de Looiersgracht stelde Corso de nog onbekende Ginsberg aan Vinkenoog voor. In zekere zin keken de Amerikanen op tegen Vinkenoog, die enkele dichtbundels en prozaboeken op zijn naam had staan en over een duizelingwekkende hoeveelheid parate kennis beschikte. Over de Franse surrealisten bijvoorbeeld, een inspiratiebron de hij met Ginsberg deelde.


Vinkenoog wees ze de weg in Amsterdam, werd dronken met ze in kunstenaarssociëteit De Kring en liet ook toen al een stickie rondgaan. Net als in andere Europese steden bezocht Ginsberg ook in Amsterdam alle grote musea; het Stedelijk Museum, het Rijksmuseum, het Van Goghmuseum, het Kröller-Müller museum in Otterlo.


Ook bezochten ze de Wallen, natuurlijk. Ginsberg doet verslag in een brief aan Jack Kerouac: 'hele straten vol meisjes achter heldere begane grond ramen - als een hemel - en ze roepen niet naar je of pakken je arm - ze gaan gewoon verder met breien. Neal (Cassady) zou gek worden'.


Het nieuws dat rechter Clayton W. Horn op 3 oktober vaststelde dat Howl and Other Poems niet obsceen was, zou pas veel later Amsterdam bereiken. Ginsberg, Corso en Orlovsky waren in de ban van heel ander nieuws. De Russen lanceerden de dag na de uitspraak met succes de allereerste satelliet Spoetnik. Die historische gebeurtenis inspireerde Ginsberg tot het gedicht 'POEM Rocket' met daarin de regels: 'O fellow travellers I write you a poem in Amsterdam in the Cosmos / where Spinoza ground his magic lenses long ago'.


De lancering van de Spoetnik markeert het begin van een wedloop tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten met als inzet de eerste mens op de maan. Het thema hield de dichters nog dagen bezig en resulteerde in een lang spontaan gedicht 'Moon Prevention' dat door Ginsberg, Corso en Orlovsky gezamenlijk werd geschreven in het anders zo rustige Hotel Americain. Vinkenoog en Adriaan Morriën waren er bij aanwezig en ook zij brachten dichtregels in. Het spontane scheppingsproces kende een dusdanig luidruchtig verloop dat het gezelschap vriendelijk doch dwingend werd verzocht het chique hotel te verlaten.


Pas een week na de uitspraak verneemt Ginsberg nieuws over het proces waarvan hij de impact nog niet kan overzien en dat zijn leven drastisch zal veranderen. Van zijn uitgever Ferlinghetti ontving hij een brief met de voorpagina van de San Francisco Chronicle.


'Howl' Not Obscene, Judge Rules', kopte de krant over de volle breedte. Het was niet het nieuws over de rechtszaak dat Ginsbergs verbazing wekte, maar Ferlinghetti's mededeling dat er al vijfduizend exemplaren van de dichtbundel waren verkocht en had besloten er nog eens net zoveel te laten bijdrukken.


'Denk je echt dat je nog vijfduizend exemplaren kunt verkopen?', antwoordde Ginsberg vanuit Amsterdam. Anno 2011 zijn er meer dan een miljoen exemplaren van Howl gedrukt en is daarmee met stip de best verkochte poëziebundel ooit. Vinkenoog kreeg de pagina uit de San Francisco Chronicle ook onder ogen en schreef een verhaal voor de Haagse Post waarin hij als eerste Nederlandse journalist melding maakt van Howl, Allen Ginsberg en de Beat Generation. Een paar dagen later vertrokken Ginsberg, Orlovsky en Corso weer terug naar Parijs waar ze een kamer betrokken in een vervallen hotel aan de rue Gît-le-Coeur. Het hotel zou bekend worden als het 'Beat Hotel'. Vinkenoog zocht zijn nieuwe vrienden er enkele maanden later op.


Allen Ginsberg en Simon Vinkenoog bleven de rest van hun leven met elkaar bevriend. Vinkenoog publiceerde in 1966 een eerste bundeling met vertalingen van Ginsberg waaronder het gedicht Howl. Vanaf 1973 heeft Ginsberg met enige regelmaat Amsterdam bezocht waarbij hij steevast kon logeren bij Vinkenoog die hem als vaste vertaler vergezelde tijdens optredens in Nederland en Vlaanderen. Ginsberg noemde hem liefkozend 'mijn lijfvertaler'.


In januari 1992 was Ginsberg voor het laatst in Nederland. Samen met Vinkenoog trad hij onder meer op in Paradiso in Amsterdam en het Paard van Troje in Den Haag. Ginsberg overleed in april 1997. Vinkenoog bleef zijn hele verdere leven een warm pleitbezorger van het werk van zijn vriend. Nog tot kort voor zijn overlijden werkte hij aan een nieuwe reeks vertalingen van Ginsbergs poëzie.


-----------


Journalist Joep Bremmers heeft eerder de verzamelde gedichten van Simon Vinkenoog samengesteld en werkt nu aan een brieveneditie met de nagelaten correspondentie van Allen Ginsberg en Simon Vinkenoog voor Nijgh & Van Ditmar en een bundeling van alle Ginsberg-vertalingen van Vinkenoog voor uitgeverij IJzer.


-----------


Howl in de bioscoop

De film Howl draait nu in de bioscoop en kreeg ***** van de Volkskrant. Het beste acteerwerk levert James Franco als de jonge, nog niet wereldberoemde Ginsberg: 'Afwezig tijdens het proces, maar middelpunt van alle aandacht wanneer hij in een rokerig café, voor een publiek vol aanstaande Beat Generation-beroemdheden als Jack Kerouac en Neal Cassady, zijn gedicht voordraagt.


In authentiek aanvoelende interview-sessies vertelt Ginsberg daarnaast over zijn niet aflatende worsteling met zijn homoseksualiteit; en bekent hij dat hij Howl eerst niet wou publiceren uit angst voor het oordeel van zijn vader.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden