How to Hazes

Hoe maak je van een documentaire een musical? Frank Ketelaar en Kees Prins leggen uit.

De loopbaan van André Hazes begon op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt als 8-jarig rock 'n rollertje, dat een cadeau voor zijn moeder bij elkaar wilde zingen. In zijn latere leven werd hij bijgestaan door Amsterdammers als Willy Alberti en Joop van den Ende. Hazes kende de meeste kroegen in de Jordaan van binnen en zijn uitvaartceremonie werd gehouden in de Amsterdam Arena. Toch hebben tekstschrijvers Frank Ketelaar en Kees Prins van de biografische musical Hij Gelooft in Mij geen Amsterdams en zelfs geen Hollands stuk gemaakt, maar een universeel rockverhaal.


Ketelaar: 'Je kunt de naam Hazes vervangen door Jerry Lee Lewis, dan hou je in grote trekken hetzelfde verhaal.'


Kees Prins had het zich in zijn Jiskefet-tijd nauwelijks kunnen voorstellen, maar nu zit hij met zijn schrijfpartner Ketelaar in het kantoor van Joop van den Ende. Prins: 'Dit is wel een andere Joop van den Ende dan de man van de 1-2-3 Show. Hij heeft zich ontzettend ontwikkeld. Nadat Joop de dvd had gezien van Bij Ons in de Jordaan, de televisieserie over Johnny Jordaan die ik met Frank heb gemaakt, heeft hij ons gevraagd het script voor de Hazesmusical te schrijven.'


Hoe werkt samen schrijven? De een neemt de scène over Hazes' ruzie met zijn vrouw Rachel, de ander over het reclamefilmpje waarin Hazes knakworsten aanprijst?

Prins: 'We zoeken samen naar het idee waarlangs je het verhaal kunt vertellen, en dan pingpongen we om tot de beste oplossing te komen. Vervolgens schrijft Frank de dialogen.'


Ketelaar: 'Kees heeft meer theatrale achtergrond. Ik werk vooral als scenarioschrijver voor televisie en film en wist nauwelijks iets van musicals. We zijn op kosten van de zaak op musical-les gestuurd naar Londen en New York. Het heeft mij de ogen geopend voor wat musical allemaal kan zijn, van tralala-flauwekul tot zeer inhoudelijk. In New York hebben we de invalshoek bedacht: het verhaal wordt verteld door de ogen van zijn derde vrouw Rachel. Ze was 15 toen ze verliefd werd op haar idool. Dat werd een buitenechtelijke verhouding en een huwelijk. Toen moest ze maar zien te leven met een, op zijn zachtst gezegd, onmogelijke man, een groot kind. Ze valt voor zijn talent, maar krijgt die man ook in haar bed. Haar personage maakt in de voorstelling een harde coming-of-age door.'


Artiestenweduwen, van Yoko Ono tot Joop Schafthuizen, zijn vaak de hel voor biografen.

Prins: 'We kregen carte blanche en tompouces van haar. Aan het eind van het eerste gesprek zei ze dat Hazes een groot Jiskefet-fan was en dat hij het leuk zou hebben gevonden dat ik het script schrijf. Dus ik heb ook nog de zegen van gene zijde.


'Hazes viel voor mijn volkszanger-type Melvin uit Jiskefet. Hij heeft mij nog uitgenodigd als gast op te treden bij een groot concert in het Olympisch Stadion. Drie dagen voor de show werd ik door zijn manager afgebeld met de ontnuchterde woorden dat Johnny Logan toch kon.'


Is Hazes echt zo bijzonder?

Prins: 'Sinds Eenzame Kerst, het begin van zijn platenloopbaan, heb ik hem gevolgd en ben ik fan. Ik heb dat simpele, Amsterdamse sentimentele altijd gewaardeerd. Er zijn geen dubbele bodems.'


Ketelaar: 'Ik ben geen die hard fan, maar hij heeft tien tot vijftien evergreens op zijn naam staan, waaronder De Vlieger, dat ik echt niet met droge ogen kan aanhoren. Maar hij moet het zelf zingen. Als Dries Roelvink zoiets zingt klopt het niet meer.


'Die topnummers moesten natuurlijk allemaal in de voorstelling. Maar tekstueel zijn ze allemaal toch een beetje hetzelfde en ook het 6/8ste ritme is eenvormig. We hebben de arrangementen wat spannender en meer bluesy gemaakt.'


Moet je Hazes-fan zijn om naar de musical te gaan?

Ketelaar: 'Het is een redelijk klassiek verhaal, als van de grote rocksterren die zich te buiten gaan aan drank, drugs en vrouwen. Wij hebben ter inspiratie naar Walk the Line over Johnny Cash gekeken. De overeenkomsten zijn duidelijk: succes, een zelfdestructief karakter en mensen eromheen die daar maar mee moeten zien te dealen. Wat wel specifiek bij Hazes hoort - ofschoon dat ook voor Beethoven en Phil Collins geldt - is dat hij doof werd. Dat is een tragedie. Maar tragedie is drama en daarom mooi voor de musical.'


Prins: 'De echte Hazes-fan heeft het wel even moeilijk, ook al is de herkenning aan het begin aangenaam, met Martijn Fischer met de bekende Hazes-hoed en jas en bijbehorend postuur in het tegenlicht. Heel wat vrouwen zullen dan denken: ga jij maar eens met mij mee naar huis.


'Maar het is een dramatisch verhaal en geen concert of singalong musical. Er komen hele fanclubs en smartlappenkoren binnen met Hazes-hoedjes die net een maaltijd met drank achter de kiezen hebben en niet weten hoe een theater er van binnen uitziet. Die neuriën in het begin nog wel mee, maar worden toch meegetrokken in het verhaal en zijn na afloop de hardste klappers. Het zou niet gek zijn om een Kleenex aan de kaartjes te nieten.'


Hij Gelooft in Mij door Joop van den Ende Theaterproducties, script: Frank Ketelaar en Kees Prins, regie: Ruut Weissman. Tot eind maart in het DeLaMar Theater Amsterdam.

Hazes volgens Rachel

In de musical Hij Gelooft in Mij komen de laatste twintig levensjaren van André Hazes (1951-2004) voorbij, gezien door de ogen van zijn laatste vrouw Rachel. Net als in de documentaire Zij Gelooft in Mij (1999) van John Appel, die de ingezakte carrière van de zanger een nieuwe impuls gaf, zien we Hazes ook in de musical voorbij komen als een onzekere artiest die het zijn omgeving zwaar maakt. Producent Joop van den Ende was begin jaren tachtig de manager van André Hazes. Hij haalde hem uit de kroeg en bracht hem via het circus naar de concertzalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden