Hout

Een groot nadeel van stoppen met roken is dat je daarna niet meer rookt. Dat is ook precies het voordeel dat je op het oog hebt en ziedaar de paradox van het stoppen....

Martin Bril

De eerste tip die ik kreeg toen ik kenbaar maakte dat ik met roken wilde stopen was zoethout. Het advies kwam per sms binnen en was getekend door ene Cor. Nu ken ik geen Cor (althans geen levende Cor) en ook het nummer had ik nog nooit eerder gezien. Daar breek je dan urenlang je hoofd over.

Maar goed.

Er gingen enige dagen overheen voor ik bij een drogist was die zoethout verkocht. Dit was in Norg, niet ver van Assen, in Drenthe. Het was aan het einde van de middag en de feestverlichting van het dorp was al aan. De klant voor mij was een mevrouw met onwezenlijk grote handen. Toen zij eindelijk betaald had, was ik aan de beurt.

Zoethout.

'Hebben we dat? Zoethout?' vroeg de vrouw achter de kassa aan een man die ineens tussen de schappen shampoo opdook, een klein, wat achterdochtig kijkende heerschap met rode wangen en een sigaartje tussen de lippen - duidelijk de drogist himself.

'Ik dacht het wel', bromde hij.

De vrouw dook onder de toonbank en na enige tijd kwam ze weer boven met een grote zak in haar armen. De zak deed me denken aan de meelzakken waarin Franse bakkers hun stokbroden vervoeren. Maar deze zak zat vol zoethout; dikke takken, dunne takken, kromme takken.

Ik kocht zes takken, min of meer rechte, met de dikte van een klein sigaartje. Daar ga je al, dacht ik - het hout lijkt op rookwaar, wat het goedbeschouwd ook is natuurlijk, want als iets kan branden is het hout wel. En waar vuur is, is rook, of andersom.

Ik verliet de drogist, en Norg meteen ook maar.

De volgende dag maakte het hout zijn debuut in mijn strijd tegen het roken. Ik sneed de takken keurig op maat en stak toen voor de spiegel een stuk in mijn mond. Ik moet zeggen: het deed mij meteen denken aan de potloden waar ik als jongetje een vloeitje omheen draaide, zodat je bij voldoende koude buitenlucht een soort sigaret had: diep ademhalen en mooie pluimen uitblazen.

Gelukkig was het zoethout niet wit. Maar buiten bleek het wel twee graden gevroren te hebben, dus een soort rook kwam er wel uit mijn mond. Twee keer stond ik al zuigend op het hout op het punt mijn aansteker te pakken en er de brand in te steken. Als ik het uit mijn mond haalde, deed ik het op de manier waarop ik een sigaret placht vast te pakken; ofwel met wijs en middelvinger, de bekende V-methode, ofwel tussen duim en wijsvinger, een wat volksere manier van roken, vooral te zien bij shagrokers.

In de loop van de ochtend begon ook de smaak van zoethout zich in de strijd te mengen. Erg lekker vond ik het namelijk niet, en bovendien moest je je te pletter zuigen om überhaupt wat zoetigheid te pakken te kregen. Al met al was het een nieuwe stap in mijn lijdensweg. Letterlijk: op een houtje bijten.

Maar waar geleden wordt, dreigt ook verlossing, we weten dat van de Here Jezus - over hout gesproken! Ik draag mijn kruis dus dapper, en heb inmiddels mijn hoop gevestigd op Sinterklaas en een slof chocoladesigaretten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden