Houthakker met goed publiciteitsgevoel

Pet achterstevoren, de paarse polo nonchalant in de bandplooibroek, bootschoenen, het fototoestel in oranje huls aan de riem. Met Mark Rutte (VVD) scharrelt hij wat rond op de drooggevallen rotsen in de Surinamerivier. ‘Coalitiebesprekingen’, kopt De Telegraaf de volgende dag.

Kort daarvoor heeft Alexander Pechtold op verzoek van journalisten verklaard dat hij géén premier wordt, mocht D66 bij de volgende verkiezingen de grootste worden. Als enige van de acht fractievoorzitters is hij te gast in een Surinaamse talkshow.

Hoog staan in de peilingen heeft zijn prijs. Die middag op het Surinaamse jungle-eiland Dan Paati, halverwege de fractievoorzittersreis in oktober, gaat bij Pechtold het licht uit. Hij blijft thuis, een hele middag, in zijn hutje tussen de palmbomen, verstopt achter een boek. ‘Living up to expectations’, verklaart Roger van Boxtel. De oud-D66-minister en vriend van Pechtold, nu topman bij Menzis, leidt de delegatie die middag langs de Surinaamse zorgprojecten van de verzekeraar. ‘Tórenhoge verwachtingen, al twee jaar. De druk is enorm.’

Wie hem bezig ziet in de Tweede Kamer, zou het niet zeggen. Als iemand moeiteloos door debatten fladdert en achteloos tv-ploegen te woord staat, is het Alexander Pechtold wel. ‘De draaglijke lichtheid van het bestaan, dat straalt hij uit’, zegt Van Boxtel. Rap van de tongriem, de juiste grap op het juiste moment, met zijn drie zeteltjes de onbetwiste oppositieleider. Pers en publiek kozen hem tot Politicus van het Jaar.

Een Pietje Bell, noemde Lousewies van der Laan hem, zijn tegenstrever voor het lijsttrekkerschap van D66 in 2006. Schamper bedoeld, maar treffend: net zo ondeugend en vol vrolijkheid.

En met de bijbehorende missers waarop Van der Laan ongetwijfeld ook doelde: als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties had Pechtold het voortdurend aan de stok met premier Balkenende. Hij hekelde diens overdreven terrorismewaarschuwingen, pleitte doodleuk voor legalisering van softdrugs en beperking van de hypotheekrenteaftrek. De Haagse politiek, en zeker het gekonkel van ministers in de Trêveszaal, was ‘vuil en vunzig’, liet Pechtold in een splijtend interview in Opzij weten.

Het was een ongelukkig ministerschap, waarin de D66-leider bijnamen verzamelde als ‘kereltje Pechtold’ (Jan Blokker) en ‘minister van spek en bonen’ (Youp van ’t Hek). Als opvolger van Thom de Graaf, die in de Eerste Kamer de strijd om de gekozen burgemeester verloor, erfde Pechtold een gehavende portefeuille. Met initiatieven als het Burgerforum en de Nationale Conventie probeerde hij de democratiseringsslag die D66 wil maken nieuw leven in te blazen.

Van het ministerschap staat weinig meer overeind, of het moet de staatkundige hervorming van de Antillen zijn, waarvoor Pechtold de basis legde. De ‘kroonjuwelen’ van D66 staan sindsdien op het tweede plan.

Alexander Pechtold (44) werd in 1965 geboren in Delft en groeide op in Rhoon, onder de rook van Rotterdam. Hij was een ingetogen, zachtaardige jongen, herinnert zijn vier jaar jongere broer Roland zich. ‘Observerend, rustig. Hij hoorde niet bij de groepjes, maar werd overal geaccepteerd. Het interesseerde hem niet zo.’

Alexander zat op hockey en speelde piano, beide niet tot grote vreugde – om nog maar te zwijgen over judo en de padvinderij. Door toedoen van zijn ouders belandde hij op het gymnasium – het schoolhoofd had mavo/havo geadviseerd. Als enige uit zijn klas ging Pechtold naar het Rotterdams Lyceum, 13 kilometer verderop, waar hij in de tweede klas bleef zitten: net die ene 4 te veel.

Ze hadden het goed thuis. Vader was na een lange klim president-directeur bij Dura Bouw, moeder zat om 4 uur klaar met de thee. Financieel niets te klagen, maar dat was allesbehalve vanzelfsprekend, zegt broer Roland. ‘We waren een echt opganggezin. Het was bij ons niet: we waren advocaat en we blijven advocaat.’

Ze bleven een rijtjeshuis huren, hooguit werd de auto iets groter en er kwam een zeilboot, de Cap de Long, vernoemd naar de Franse stuwdam waaraan pa had mee gebouwd. Veel geld ging naar de opvoeding: twee weken Engels leren in Cambridge moest kunnen.

Vader Pechtold – voor beide jongens hun grote voorbeeld – ging op zijn 19de naar Indië, om na omzwervingen in Frankrijk en Israël op zijn 30ste nog een universitaire opleiding te beginnen. ‘Van hem leerden we iets van ons leven te maken’, zegt Roland Pechtold. ‘Dat was geen recht, maar een plicht.’

Ziekte hoorde bij het leven. Moeder leeft al twintig jaar met leukemie, vader overleefde darmkanker maar overleed op zijn 72ste aan botkanker. Het doorzettingsvermogen hebben ze van hem, zegt Roland. ‘Toen zijn rechterhand brak, leerde hij links schrijven. Toen die pols ook brak, schreef hij verder met een pen in zijn mond.’

Het introverte jongetje Pechtold kwam pas los op zijn 17de. Het schooltoneel werd een ommezwaai in zijn ontwikkeling. Het was het begin van een opstandige periode. Met zijn vertrek naar Leiden zette Pechtold de banden met thuis op een laag pitje. Hij weigerde de ouderbijdrage, bracht zijn was niet mee naar huis. Hij stopte na een half jaar met rechten en koos voor kunstgeschiedenis, zonder enig perspectief op een baan. Hij proefde van drank, seks en drugs. De hiërarchie van het Minerva-studentenhuis – zeven mannen – hield hem binnenboord.

Al tijdens zijn studie werd Pechtold fractieassistent van D66 in de Leidse gemeenteraad, om in 1994 zelf raadslid te worden. Vooral het idee dat de staat er is om het individu te dienen, en macht verdiend moet worden (wat hem een hartgrondig republikein maakt), trok hem naar D66. Pechtold werd veilingmeester, studeerde na tien jaar eindelijk af, en schopte het tot adjunct bij Van Stockum’s Veilingen. Op zijn 32ste was hij wethouder in Leiden, op zijn 38ste burgemeester van Wageningen.

Hij viel op, ging bij de mensen thuis eten, zette zijn bureau op de markt voor praatsessies met burgers – hij had meteen een goed gevoel voor publiciteit. Pechtold haalde de landelijke media met zijn verzet tegen de identificatieplicht en zijn strijd voor de ‘pik van Bernhard’, een 10 meter hoge koperen fallus die Wageningen aan de Tweede Wereldoorlog moest herinneren.

‘Hij viel mij direct op’, zegt oud-CDA-senator Wolter Lemstra, destijds waarnemend burgemeester in Leiden. ‘Alexander is intelligent, niet wars van ijdelheid en durft zijn nek uit te steken.’ Een pragmatisch politicus, oordeelt Lemstra. ‘Niet van de diepzinnige betogen, geen visionair. Maar resultaatgericht, groot bestuurlijk inzicht.’

Studievriend Bommel van der Bend herkent zich in de typering. ‘Alexander is een handelsman, een macher. Geen ideoloog, hij blijft niet zweven.’ De Pechtold van tv is precies dezelfde als die hij kent, zegt Van der Bend. ‘Geen dubbele bodems, dit is hem: eerlijk, naturel.’ Ook zijn verontwaardiging over Geert Wilders is allesbehalve spel. ‘Dat komt uit zijn tenen.’

Alexander Pechtold is een man van beelden; hij ziet ze voor zich en neemt zijn publiek erin mee – het bonnetje bij de aanschaf van de JSF, de stapel rapporten en ‘het nietje’ bij de Algemene Beschouwingen. Hij gebruikt ook beelden uit de kunstwereld, refererend aan Mondriaan of Rembrandt.

Het is nog altijd zijn grote passie, kunst. Hoewel volgens vriend en collega-veilingmeester Jop Ubbens ‘budgettair beperkt’ verzamelt Pechtold 18de-eeuws Nederlands zilver. ‘Heel gepassioneerd. Het zijn conversation pieces.’ Uren kan hij genieten van zijn duurste zilveren beker (een paar duizend euro) – ronddraaiend, strelend haast, denkend aan wie er zoal uit hebben gedronken. Het is een contrast met zijn andere hobby: houthakken. Maar ook dat gaat vol vuur, bezweert broer Roland. ‘Stuur Alexander met een bijl het bos in, en je ziet hem de hele dag niet.’

Beelden, geen letters. Dyslexie is nooit vastgesteld, maar vaststaat dat Pechtold een hekel heeft aan lange rapporten en grote dossiers. Om zijn kennis bij te spijkeren, belt hij clubjes mensen. Van Boxtel zit in de belronde, evenals vriend Paul van Meenen, collegevoorzitter van de Haagse scholengroep Spinoza. ‘Als hij wat over onderwijs wil weten, belt hij. Alexander vertrouwt op anderen, hij heeft geleerd te luisteren.’ Van Boxtel: ‘Na een debat hoor je altijd even terug wat hij aan je heeft gehad. Hij heeft soms wel een stimulans nodig om de details te beheersen.’

Die inhoud, of liever: het gebrek eraan, is volgens opiniepeiler Maurice de Hond Pechtolds achilleshiel. ‘Bij de gemeenteraadsverkiezingen kan D66 het nog hebben van de frustratie bij kiezers over het kabinet. Maar Tweede Kamerverkiezingen gaan over wat D66 zélf voor de toekomst wil.’

Volgens CDA’er Lemstra kan Pechtolds ‘eenzaamheid’ een gevaar zijn. ‘Hij is een einzelgänger. Alexander opereert zelfstandig en strijkt in zijn eentje met de eer. Hij moet correctiemogelijkheden inbouwen en zich omringen met mensen die even goed zijn.’ Oppassen is het ook voor de polarisatie met Wilders, zegt Van Boxtel. ‘Die sfeer moet hij niet zelf creëren.’

Na twee jaar stijgen en lovende commentaren krijgt Pechtold kritiek te verduren. Hij zou een windvaan zijn, met het debat mee buigen. Hij zou een ‘geenprobleempartij’ leiden, die moeilijkheden met integratie ontkent, en net als Wilders bevolkingsgroepen uit elkaar spelen. Een moeizaam optreden bij De Wereld Draait Door bewees vorige week dat de tijd dat Pechtolds boodschap voor zoete koek werd geslikt, voorbij is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden