Houten tulp

'Soms gaat iemand er per ongeluk op staan, of hij waait uit doordat mensen er vlak langs lopen.' Esther bukte zich en wipte het metalen plaatje dat om de eeuwige vlam lag met een soepele beweging los....

'Kijk', ze wees op een blauw knopje vlak boven het kraantje. 'Als je dit een paar tellen indrukt, en je trekt aan dat palletje, dan springt hij vanzelf weer aan.'

Esther haalde kort adem en blies de eeuwige vlam uit: 'Probeer maar.'

Ik hurkte, hield het blauwe knopje een paar tellen ingedrukt, trok aan het palletje en floep, daar was het vlammetje weer.

'Vooral als er een schoolklas langs is geweest, moet je er op letten dat het vlammetje nog brandt.'

Het aansteken en controleren van de eeuwige vlam was een van de weinige dingen die ik echt moest kunnen voor ik aan de slag kon als suppoost bij de Hollandse Schouwburg. Verder was het zaak erop toe te zien dat mensen de geplastificeerde informatieboekjes teruggaven bij het weggaan. 'Vooral op het Engelse boekje moet je zuinig zijn', had Esther ons gezegd, 'daar hebben we geen reserve meer van.'

'Anne Frank is hier nooit geweest', werd verteld op de voorlichtingsmiddag voor suppoosten van de Hollandse Schouwburg. 'Toen de Familie Frank gedeporteerd werd, waren er zo weinig joden over dat de Schouwburg niet meer in gebruik was.'

Dat was goed om te weten, want als bezoekers van de Schouwburg in één ding geïnteresseerd waren, dan was het wel of Anne Frank hier ook gezeten had. Een ontkenning leidde vaak tot een lichte teleurstelling op het gezicht van de vragensteller.

Het was beslist een prettig baantje. Het grootste gedeelte van de dag kon je rustig potjes thee zetten, de krant lezen of wat studeren. Als een bezoeker binnenkwam, moest je op het knopje van de telmachine drukken. Een grappig apparaatje dat nog het meest leek op de kilometerteller die ik vroeger op mijn fiets had.

Aan het einde van iedere dag moest het precieze aantal bezoekers in de agenda worden bijgeschreven. Soms, als het erg stil was, telde ik ook de postbode maar mee, en de mensen die binnenliepen om te vragen wat er deze week in de Schouwburg zoal werd opgevoerd.

Vaste bezoekers waren mevrouw Levi en de Indische meneer. Zij bezocht het monument op de verjaardagen van haar vermoorde man, ouders en kinderen. Wat de Indische meneer precies met het monument te maken had, wist niemand. Hij kwam wekelijks, was stil, droeg een kaki regenjas met baret, had altijd een aantal versleten boodschappentassen bij zich en rook sterk naar trassi. Soms bleef hij beneden, soms liep hij meteen door naar boven. Daar kon ik hem via de monitoren volgen. Soms bleef hij er tien minuten, soms een half uur.

Minder rustig waren de bezoeken van groepen. Zoals de stadswandelaars die zich door een gepensioneerde Amsterdammer door de hoofdstad lieten leiden. Een van die gidsen liep altijd recht op de bak met keppels af. 'Alle mannen moeten hier een keppel op', stelde de gids, en zette er een op zijn hoofd. De groep deed gedwee wat door de gids werd opgedragen.

'Over vijf minuten zie ik u weer buiten', zei hij dan. Als zijn groep langs de muur met namen en de eeuwige vlam wandelde, pakte hij een flinke stapel folders. Bij de uitgang nam hij de keppels in ontvangst en drukte iedereen een folder in de hand. Door het raam kon ik zien hoe de folders na een korte, zorgvuldige bestudering in de jaszakken verdwenen.

Op een dag stonden twee in zwart leer geklede mannen voor mijn tafeltje. 'Can we see some pictures of the atrocities?' informeerde de langste, hij had een Zuid-Afrikaans accent. Het museum voor martelwerktuigen hadden ze die dag al gezien, vertelde zijn vriend.

Voor scholieren was er een speciaal educatief programma. Na afloop kregen alle kinderen een briefje om een boodschap op te schrijven of te tekenen. Die briefjes werden dan met een ijzertje aan een houten tulp geknoopt. De houten tulpen werden vervolgens opgehangen in speciale houders die daartoe tegen de muur van de binnenplaats waren aangebracht. Op die kaartjes stonden tekeningen van duifjes, gele jodensterren, hakenkruisjes met een rode streep erdoor en soms de tekst 'Joden zijn ook mensen.'

Aan mijn werk bij de Hollandse Schouwburg moest ik terugdenken toen ik in de souvenirshop van de Nieuwe Kerk een briefkaart te koop zag. Op de kaart staat Máxima, gekleed in een feestelijk wit mantelpakje en in haar hand een snoezig boeketje van gele roosjes. Ze buigt zich over Willem-Alexander die gezeten aan een tafel iets op een briefje schrijft. Op de tafel liggen een houten tulp en een ijzerdraadje. Achter het koninklijk paar hangt een tiental houten tulpen met briefjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.