Hout van ver stookt best groen

Nederlandse producenten van groene stroom schreeuwen om hout, om centrales milieuvriendelijk bij te stoken. Import uit het buitenland is daarbij zo gek nog niet, blijkt uit voorlopige studies....

BOMEN UIT Zuid-Amerika of de Baltische staten kunnen bijdragen aan een schoner milieu, zelfs wanneer ze in Nederland in de houtkachel worden gestopt. Dat is de verrassende conclusie van energieproducent Essent, die vergevorderde plannen heeft om hout uit diverse werelddelen te importeren om ze te verstoken als biomassa. Elektriciteit die met zulke biomassa wordt opgewekt, kan worden verkocht als groene stroom.

De vraag naar groene stroom is groter dan het aanbod. Maar met de bouw van nieuwe windmolenparken in Nederland schiet het niet op, en het binnenlands aanbod van snoeihout en houtafval is beperkt. De elektriciteitsmaatschappijen doen daarom in toenemende mate een beroep op het buitenland om aan de schone energiebehoefte te voorzien. Nuon vooral door windenergie te importeren uit Duitsland, Essent in bescheiden mate door stormschadehout uit Frankrijk naar Nederland te halen.

Van alle Nederlandse groene stroom (125 duizend megawatt per maand) komt nu al eenderde uit het buitenland. Om te voldoen aan de doelstellingen van het klimaatverdrag van Kyoto en vijf procent minder kooldioxide (CO 2) uit te stoten dan in 1990, zal het aandeel duurzame energie in Nederland echter fors moeten stijgen. Hiervoor zullen kolengestookte energiecentrales flink moeten worden bijgestookt met hout, concludeert Essent.

Hout neemt tijdens de groei evenveel kooldioxide op als het tijdens het verbranden ervan vrijkomt. Zolang voor elke verstookte boom een nieuwe wordt teruggeplant en er tijdens het oogsten zorgvuldig met het bos wordt omgegaan, geldt het als een duurzame brandstof die het broeikaseffect niet versterkt.

Maar dat stelt hoge eisen aan de plantages en houtproducenten die het bedrijf op het oog heeft. Op verzoek van de energieproducent onderzoekt de Universiteit Utrecht of het plan inderdaad zo duurzaam is als door Essent wordt verondersteld. Ook de sociaal-economische omstandigheden van de betrokken boeren zullen daarin worden meegewogen.

In een eerste workshop hebben de milieukundigen van de universiteit al globaal becijferd wat de energiebalans is van bomen die van ver worden gehaald en hier in de oven worden gestopt. De productie en het vervoer van hout uit Brazilië, bijvoorbeeld, kost ongeveer tien procent van de energie die in het hout zelf zit. Voor bomen uit Oost-Europa is de energiebalans nog iets voordeliger.

Essent wil dunningshout (jonge bomen die worden gekapt om grotere de ruimte te geven) importeren uit de Baltische staten. Wanneer dat met kleine schepen naar Nederland wordt vervoerd, is het energiegebruik volgens de Utrechtse milieukundigen ongeveer vijf procent van de inhoud.

Met een betere logistiek en een transparantere houtmarkt zou ook winst te behalen zijn. Volgens woordvoerder Riny Kok van Essent wordt nu hout uit Nederlandse bossen naar Scandinavië getransporteerd om daar te worden verstookt in stadsverwarmingcentrales. Vergelijkbaar hout uit het bosrijke Scandinavië komt echter in aanmerking om in Nederlandse biomassacentrales te worden verstookt.

Prijs en kwaliteit van een kubieke meter hout bepalen nu nog waar ter wereld die terecht komt. 'Maar het is niet aan ons om te oordelen over de duurzaamheid van export van Nederlands hout naar Scandinavië', aldus Essent.

Het bedrijf heeft op korte termijn enkele honderdduizenden tonnen hout nodig, met name voor het bijstoken van de kolencentrales van Geertruidenberg en Borssele. Die hoeveelheid is veel groter dan wordt omgezet aan binnenlands hout.

De bio-energiecentrale in Cuyk, de grootste in Nederland, verwerkt jaarlijks 250 duizend ton schone biomassa; vooral snippers van snoeihout en zaagresten uit de houtindustrie. Als de kolengestookte Amercentrale voor slechts eenvijfde met hout zou worden bijgestookt, is daarvoor vijf keer meer biomassa nodig dan in Cuyk wordt verwerkt.

Andere experimenten om hout te gebruiken als brandstof voor elektriciteitscentrales zijn nog weinig succesvol. In Geertruidenberg wordt gesleuteld aan een vergassingsinstallatie voor verontreinigd afvalhout, dat gas aan de Amercentrale zou moeten leveren. Technische problemen verhinderen de ingebruikname van de centrale, maar volgens Kok zijn de problemen wellicht eind dit jaar verholpen.

Bij gewone verbranding zou het vaak geverfde sloophout teveel verontreiniging veroorzaken. Geïmpregneerd hout, zoals bielzen of gewolmaniseerd tuinhout, zijn zelfs voor het vergassingsprocédé ongeschikt en zullen daarom niet in Geertruidenberg worden verwerkt.

Een andere discussie betreft het verbranden van rioolslib (vooral door energieproducent Eneco), mest en diermeel. Ook die organische afvalstromen worden soms beschouwd als biomassa, maar volgens de milieubeweging is de productie ervan niet duurzaam. In mest bijvoorbeeld is gedurende de productie veel meer energie gestoken dan eruit komt.

De 30 duizend ton diermeel die nog verbrand moet worden, is het gevolg van de massale vernietiging van vee tijdens de MKZ-crisis. Essent heeft vergunning om het diermeel bij te stoken in een kolencentrale op de Maasvlakte, maar heeft na protesten uit milieuhoek besloten de opgewekte stroom niet als 'groen' te gaan verkopen.

Biomassa levert nu al 41 procent van groene stroom in Nederland, tegen 27 procent uit wind, 2 procent uit waterkracht en 30 procent uit buitenlandse bronnen. Het aandeel biomassa zal de komende jaren waarschijnlijk stijgen en voor een principieel tegengeluid lijkt het te laat. Maar toch zijn er volgens hoogleraar milieukunde prof. dr. Lucas Reijnders wel kanttekeningen te zetten bij de inzet van bomen voor groene stroom.

Niet alle bossen kunnen immers beschouwd worden als 'opslurpers' van CO 2 zegt hij. Vooral bossen die groeien op hogere breedtegraden zoals in het noorden van Scandinavië, stoten ruwweg evenveel koolstof uit dan ze opnemen. Dat komt door de verademing van in de bodem aanwezige koolstofverbindingen. Die wordt gestimuleerd wanneer de temperatuur stijgt, maar ook door activiteiten als de houtkap zelf.

Voor bomen uit andere delen van de wereld ligt de rekensom gunstiger, maar volgens Reijnders kan in elk geval het verstoken van noord-Scandinavische bomen niet worden aangemerkt als kooldioxide-neutraal. Die discussie is Essent niet ontgaan, reageert Kok, en is een belangrijke reden dat het bedrijf een milieukundige studie heeft besteld om de import van brandhout te rechtvaardigen.

'Het is ons bekend dat de CO 2-winst gering of zelfs negatief kan uitpakken wanneer je biomassa betrekt uit gebieden die niet duurzaam worden beheerd. Dat is uiteraard niet onze opzet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden