Houla

Op de nieuwssite van The Guardian verscheen gisteravond een verhaal over een 11-jarig jongetje dat met zijn ouders, broertjes en zusjes in Houla woonde, een stadje ten noorden van Homs, in het oosten van Syrië.


Om drie uur vrijdagmiddag kwamer er gewapende mannen bij zijn huis. Ze belden niet, ze schoten vijf kogels door de deur. Ze kwamen voor Aref, de vader van het jongetje, voor zijn broer Shawki en voor zijn oom Abu Haidar.


Toen die niet aanwezig bleken, schoot een kale man met een baard met een mitrailleur de moeder van het jongetje dood en daarna zijn zusje Rasha van 5. Zijn broertje Nader werd ook vermoord, met schoten in het hoofd en de rug. Het jongetje zelf werd geraakt, maar stierf niet. Toen de mannen verder het huis binnengingen, smeerde hij het bloed van zijn broertje op zijn gezicht, in de hoop dat ze ook hem dood zouden wanen. De mannen vonden vader, broer en oom in een andere kamer en schoten hen dood.


Ze namen drie tv's en een computer mee en vertrokken. Het jongetje vluchtte het huis uit, had later telefonisch contact met een journalist van The Guardian en vertelde zijn verhaal.


Er vielen volgens getuigen vrijdag zeker 108 doden in Houla, onder wie 49 kinderen. Volgens ruwe schattingen zijn sinds de lente van 2011 tienduizend mensen omgekomen in de Syrische opstand, onder wie veel kinderen.


De Hoge Commissaris van de VN voor de Mensenrechten, Navi Pillay, zei in maart van dit jaar dat het regime van president Bashar al-Assad het speciaal op kinderen heeft gemunt. Zij wist niet waarom.


Een aantal van de dode kinderen van Houla konden we op filmbeelden zien liggen, gewikkeld in witte doeken, in een moskee in de stad. Tienduizend is een getal, een soort abstracte realiteit waartegen je jezelf kunt wapenen. De beelden van tientallen kinderlijkjes maken je weerloos.


De eerste demonstraties tegen het regime van Assad dateren van januari 2011. Om de zoveel tijd leidt een uitbarsting van geweld tegen opstandelingen tot mondiale verontwaardiging, die daarna weer wegebt. Langzaam maar zeker treedt er gewenning op, en nieuwsvermoeidheid.


Alweer een stad onder vuur genomen door het Syrische leger. Alweer tientallen doden. Alweer verontwaardiging in de westerse hoofdsteden en bij de VN.


Maar dode kinderen, keihard in beeld, doorbreken dat cynische patroon. De verontwaardiging is nog niet zo groot geweest als na de moorden van Houla. De wereld heeft nog niet eerder zo hard geroepen om een einde aan de slachting. Alleen is het even de vraag wat het vervolg op die verontwaardiging zal zijn en wat het antwoord op de oproep.


Vandaag praat voormalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan weer met Assad. Hij zal hem wijzen op het staakt-het-vuren, en de president verzoeken zich daaraan te houden. De VN-Veiligheidsraad heeft de moordpartij unaniem veroordeeld. President Obama vindt dat Assad vrijwillig zijn biezen moet pakken. Onze minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken wil dat de internationale gemeenschap 'krachtig' op het drama van Houla reageert en vindt dat er onmiddellijk een zoektocht naar de daders moet worden ingesteld.


Het zijn formuleringen van machteloosheid. We weten niet hoe we een eind moeten maken aan de nachtmerrie - na Irak, Afghanistan en Libië is militair ingrijpen niet zo populair meer. En ver boven dode kinderen verheven spelen internationale politieke belangen en tegenstellingen.


Te vrezen valt dat de Syriërs heel erg pech hebben gehad.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.