Houdt Google de innovatie tegen?

O p 15 mei 1911 speelde oliemagnaat John D. Rockefeller golf met een katholieke priester. Tijdens het spel kwam een boodschappenjongen langs die vertelde dat hij de anti-trustzaak bij het hoogste gerechtshof had verloren.

Rockefeller werd verplicht zijn machtige oliemonopolie, dat iedere concurrent tot dan toe had opgeslokt, op te splitsen in 34 vennootschappen die met elkaar zouden gaan concurreren. Rockefeller vroeg zijn golfmaatje: 'Father Lennon, heeft u geld bij u?' 'Nee', antwoordde de priester. 'Waarom?' 'Ik zou er anders aandelen Standard Oil voor kopen.'

Hij besefte onmiddellijk dat de 34 aparte vennootschappen veel meer waard zouden zijn dan de ene grote. Rockefeller, die aandelen had in alle 34 bedrijven, werd door de opsplitsing nog vele malen rijker dan hij al was.

De innovaties dankzij de nieuwe concurrentiestrijd in de sector leidden ertoe dat de producten van de oliemaatschappijen goedkoper en beter werden. Benzine won mede daardoor de strijd als brandstof voor de opkomende auto-industrie. Honderd jaar later behoren de oliemaatschappijen nog tot de machtigste ter wereld, hoewel van de 34 bedrijven door fusies en overnames een groot aantal, zoals Exxon en Mobil, weer bij elkaar is gekropen.

In 1984 werd bepaald dat het machtige telefoonconglomeraat AT&T, 'Ma Bell', zich zou moeten opsplitsen in zeven kleinere regionale maatschappijen: baby bells. Het veroorzaakte een concurrentiegevecht dat eind jaren tachtig leidde tot de ontwikkeling van mobiele telefonie en de komst van internet (waar Ma Bell weinig in zag). Dertig jaar later wordt gesproken van de digitale revolutie. Van de zeven baby bells zijn inmiddels weer vijf opgegaan in het nieuwe AT&T Incorporated. De andere twee bestaan nog als Verizon en Quest.

Adam Smith, de vader van de moderne economie, noemde monopolies ondingen en beschreef ze als schadelijk voor de economie en voor het land. Bedrijven die niet worden beconcurreerd, voelden veel minder de noodzaak tot innoveren.

De enorme machtspositie van Google in Europa staat niet ter discussie. Google verwerkt ruim 90 procent van de zoekopdrachten. Kleine bedrijven krijgen daar vooralsnog geen vinger tussen. Dat heeft er veel mee te maken dat Google continu innoveert en nieuwe dingen bedenkt. Gisteren nog presenteerde Google een simpele lepel die dankzij algoritmen Parkinsonpatiënten in staat stelt zonder morsen zelf te eten.

Of het economisch ook wenselijk is Google op te splitsen, zoals het Europees Parlement wil, valt nog te bezien. Macht alleen is daarvoor geen voldoende argument. Er moet ook machtsmisbruik worden aangetoond.

Start-ups is het niet verboden een efficiëntere en slimmere zoekmachine te ontwerpen dan die van Google. Tenslotte heeft Google zo ook zoekmachines als Altavista en Ilse in de vergetelheid doen belanden.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden