Vijf Vragen Over Syrië

Houdt beschadigde Blok zich staande in alweer een loodzwaar debat? Dit zijn de vijf vragen die hij moet beantwoorden over Syrië

De toch al beschadigde VVD-Minister Stef Blok moet zich dinsdagmiddag vanaf 16 uur verantwoorden in alweer een loodzwaar Tweede Kamerdebat. Ditmaal moet hij uitleggen hoe het kan dat ruim 25 miljoen euro belastinggeld terecht is gekomen bij Syrische strijdgroepen, die door het OM deels als terroristisch worden gekwalificeerd. 

Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken. Beeld ANP

Bloks positie is precair, niet in de laatste plaats omdat coalitiegenoot CDA hem verwijt geen open kaart te spelen over de fouten die zijn gemaakt. Dit zijn de vijf vragen waar Blok een zinnig antwoord op moet formuleren, wil hij zijn geloofwaardigheid als bewindspersoon behouden.

Waarom heeft Nederland jihadisten gesteund?

‘De bredere beeldvorming dat Nederland terroristische organisaties gesteund zou hebben is onjuist’, vindt Blok. Volgens hem stond geen van de 22 gesteunde rebellengroepen op de terreurlijst van de EU of de VN.

Zo simpel ligt het voor de Kamer niet. Een door Nederland gesteunde groep is Jabhat al-Shamiya, een club die door justitie wel degelijk wordt gezien als terreurbeweging, onthulden Nieuwsuur en Trouw op 10 september. Hulp ging ook naar de Sultan Murad Brigade, die kindsoldaten heeft ingezet en gelieerd was aan Al Qaida. Tot overmaat van ramp lijkt het erop dat Nederland ook groepen heeft gesteund die tegen elkaar vochten. Zoals de Koerden in Afrin enerzijds en de door de Turken gesteunde Sultan Murad Brigade anderzijds.

Nederland steunde deze Syrische rebellen in de hoop dat ze samen nog foutere groeperingen in de regio zouden verslaan. Het regime van president Assad zette in 2015 ‘vatenbommen en chemische wapens in tegen de eigen bevolking’, scheef Blok afgelopen week aan de Kamer. Ook terreurbeweging IS moest verslagen worden, want de groep ‘maakte zich schuldig aan grootschalige moordpartijen, mogelijke genocide en terroristische aanvallen in het hart van Europa’. Nederland gaf drie jaar lang alleen niet-dodelijke hulpgoederen (voertuigen, voedsel, uniformen) aan de gematigde rebellen die vochten tegen IS en Assad.

Waarom is de Tweede Kamer niet betrokken bij dit omstreden besluit?

Volgens Blok is de Tweede Kamer vanaf 2015 uitgebreid betrokken bij het besluit. Er was ‘brede steun in de Tweede kamer’ om niet-dodelijke hulpgoederen te sturen naar gematigde oppositie, schreef hij vorige week in een Kamerbrief. In diverse debatten is ‘de inzet van het kabinet in Syrië besproken’.

Maar in de praktijk gingen die debatten vooral over de vraag of Nederlandse F-16’s bommen mochten afgooien boven Syrië. Niet-dodelijke steun aan Syrische rebellen kwam ook aan de orde en er is zelfs over gestemd. Maar, zeggen oppositiepartijen nu, de Kamer is niet tijdig geïnformeerd over alle risico’s die het met zich mee bracht en al zeker niet over de signalen die er waren dat goederen daarna in verkeerde handen waren gevallen. Partijen als de ChristenUnie, het CDA en de PVV uitten in 2015 al hun twijfels over de steun.

Volgens het kabinet waren die zorgen onnodig. Het beloofde herhaaldelijk dat het alleen groeperingen zou steunen die het oorlogsrecht zouden naleven en die niet zouden samenwerken met extremisten. Blok gaf pas vorige week toe dat het toezicht ‘strakker’ had gemoeten.

Wanneer ontvingen het kabinet en het ministerie van Buitenlandse Zaken signalen dat het geld in verkeerde handen viel?

Dit is een van de belangrijkste vragen in het debat. Blok is vaag over het antwoord. Ook in zijn Kamerbrief van vorige week gaf Blok geen duidelijkheid. De laatste levering van niet-dodelijke hulpgoederen was op 7 april 2018, schrijft Blok, maar het publiek mag niet weten wat de exacte datum is dat signalen binnenkwamen dat het misging. Of wanneer de samenwerking met de rebellen volledig is gestopt. Blok schrijft bijvoorbeeld in zijn brief dat hulp aan Zuid-Syrische rebellen tot juli een mogelijkheid leek. Geen woord over de prangende vraag of hij toen al indicaties had dat de gesteunde groepen zich hadden misdragen.

Opvallend is dat premier Rutte tijdens zijn wekelijkse persconferentie op 14 september bezwoer dat hij pas over de mogelijke verkeerde besteding van het geld over hoorde tijdens de uitzending van Nieuwsuur, op maandag 10 september dus. Toen was zijn minister allang geïnformeerd over de op handen zijnde uitzending. ‘Zou Blok het Torentje over dit onderwerp in het ongewisse hebben gelaten?’, willen sommige Kamerleden weten.

Volgens Amnesty International liggen er bovendien al jaren rapporten waarin staat dat Syrische rebellen zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen. Amnesty zou daarover volgens Nieuwsuur in elk geval in 2016 hebben gemaild met Buitenlandse Zaken. Toenmalig PvdA-ministers Koenders (Buitenlandse Zaken) en Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) besloten dat de hulp toch gegeven mocht worden.

De tijdsspanne is interessant, omdat Blok ministerieel verantwoordelijk is voor de hulp aan jihadisten. Als hij het programma een maand na zijn aantreden (7 maart) heeft stopgezet zullen coalitiepartijen eerder met een beschuldigende vinger wijzen naar zijn verre voorganger Koenders. Maar als Blok de hulp maanden heeft laten doormodderen ondanks vele bezorgde Kamervragen en signalen van derden dat er mogelijk iets mis zat, valt hem directer iets te verwijten.

Klopt het dat adviseurs van het kabinet al eerder wezen op de gevaren?

Een groot pijnpunt voor Blok is dat er geen extern juridisch advies is ingewonnen voordat de hulp aan Syrische rebellen in 2015 begon. Er is wel een ‘intern volkenrechtelijk advies’ geschreven door ambtenaren van Buitenlandse Zaken. Het CDA heeft diverse malen verzocht om dit advies openbaar te maken, maar de VVD en PvdA zijn hiertegen. Dat voedt de geruchten dat er in dat advies misschien al stond dat de hulp te veel risico’s met zich mee zou brengen. Volgens Blok is het advies staatsgeheim.

Hoogleraar André Nollkaemper – die normaliter de extern volkenrechtelijk adviseur van het kabinet is, maar in 2015 niet werd gevraagd om zijn inzichten – twijfelt of de steun aan de gewapende groepen gerechtvaardigd was. Volgens hem heeft het kabinet hiermee de ‘volkenrechtelijke grenzen bereikt’.

Diplomaat en Syrië-gezant Koos van Dam vindt de steun ter waarde van 27,6 miljoen ‘volkomen terecht’, zei hij vorige week tegen de Kamer. Het toezicht op de hulp was ‘voldoende’ en als groepen toch over de schreef gingen, werden de leveranties stopgezet. Toch is ook hier twijfel. In recente interviews met BNR Nieuwsradio en Buitenhof betoogde Van Dam dat Nederland ‘beter niks had kunnen doen’ dan het verkeerde doen.

Hoe gaat Blok om met de ‘hypocrisie’ dat veel Kamerleden in 2015 wilden dat werd opgetreden tegen Assad en IS-terroristen, maar dat ze achteraf vinden dat dit met ‘schone handen’ had moeten gebeuren?

Kamerleden hebben boter op hun hoofd, vindt Blok. Zij zijn volgens hem uitgebreid geïnformeerd over de steun en stemden toe. De PvdA voorop, met maar liefst twee ministers die destijds aan het roer stonden van Buitenlandse Zaken. Koenders overwoog zelfs om wapens te sturen naar de rebellen. Het CDA is in zijn ogen ook hypocriet als het kritiek levert, want CDA-voorman Buma wilde nota bene grondtroepen sturen naar Syrië om ‘safe havens’ te creëren. 

Blok zal zijn verwijten dinsdag tijdens het Kamerdebat nog eens goed inwrijven: jullie wilden nog veel verder gaan dan de VVD. Voor Kamerleden, ook binnen de coalitie, ligt de vraag op tafel of Blok het kan opbrengen ook deemoedig toe te geven dat zijn departement fouten heeft gemaakt en dat hij daar eindverantwoordelijk voor is. Zijn observatie van vorige week – dat het toezicht strakker had gekund – is voor veel Kamerleden onvoldoende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.