Hou vol, de Führer haalt jullie eruit, zeiden ze

Het was een van de laatste vliegtuigen waarmee de Duitsers de omsingeling van het Rode Leger nog konden ontvluchten. Günter Mai lag tussen andere gewonden op een brancard in de sneeuw, zwak en uitgehongerd, bij dertig graden onder nul....

Van onze correspondent Philippe Remarque

Om zijn nek hing de gewondenkaart die hem recht gaf op een plaats in het vliegtuig. 'We waren bang dat de Russen ons zouden doodschieten. We hadden de brandende dorpen gezien en verwachtten dat ze wraak zouden nemen', zegt Mai.

Plotseling kwam een jeep aanrijden met zes weldoorvoede officieren in witte bontjacks. Ze hielden een machinepistool dreigend voor hun borst. 'Wij gaan eerst. Bevel van de Führer!' Ze stapten in het vliegtuig en de deuren sloegen dicht. Sommige gewonden renden in doodsangst achter het toestel aan, vergeefs.

'Dat was voor mij een beslissende ervaring', vertelt Mai, die achterbleef en in krijgsgevangenschap raakte. 'Ik voelde me bedrogen. Ik haatte de officieren.'

Het is zestig jaar later, maar de slag om Stalingrad blijft Duitsland bezighouden. 4,2 Miljoen mensen keken naar de documentaire-reeks van het ZDF: oude mannen die hun tranen nauwelijks kunnen bedwingen als ze vertellen over honger, angst en bevriezing, over soldaten die stukken van hun dode kameraden opeten.

'Stalingrad toont hoe ver het nazi-fanatisme ging', zegt documentairemaker Manfred Oldenburg. Ook toen na vier maanden de slag allang eerloren was en het Duitse leger was omsingeld en uitgehongerd, volgde generaal Paulus het bevel van Hitler door te vechten 'tot de laatste kogel'. Een kwart miljoen Duitsers en hun bondgenoten sneuvelden. Van de 91 duizend Duitse krijgsgevangenen stierven de meesten al snel aan de gevolgen van de uitputtingsslag in Stalingrad. Slechts zesduizend keerden naar de Heimat terug.

Mai, nu 81, ademt de frisse lucht in buiten zijn huisje aan een bosrand in Oost-Berlijn. 'Ik besef steeds weer dat ik geluk heb gehad dat ik het wel heb overleefd', zegt de weduwnaar. Hij heeft grijs haar tot over zijn oren, een vriendelijk gezicht, en kan helder vertellen over zijn leven, dat zich heeft afgespeeld in vier periodes uit de Duitse geschiedenis: de Weimar-republiek, nazi-Duitsland, de DDR en de herenigde Bondsrepubliek.

Günter Mai zat als jongen bij de Hitlerjugend. Vanaf de eerste dag nam hij deel aan de veldtocht tegen de Sovjet-Unie, als korporaal bij de artillerie. Hij zag hoe dorpen en oogsten werden afgebrand en partizanen opgehangen. 'Ze vertelden ons dat het Untermenschen waren, die ons veel ergere dingen zouden aandoen.'

Het geloof in de leiding was onvoorwaardelijk, zelfs toen de Duitsers omsingeld waren en steeds verder werden teruggedrongen. 'De leus was: Soldaten haltet aus, der Führer holt euch raus', zegt Mai.

Maar van de bevoorrading bereikte slechts een tiende deel de soldaten. Mai had het geluk een bevroren paard aan te treffen, waardoor ze op kerstavond een feestmaal hadden: twee balletjes gehakt en een snee brood. Ze zongen Stille Nacht en keken strak naar de foto's van hun naasten. Mai had er één: van zijn geliefde oma, bij wie hij was opgegroeid. 'Veel mannen huilden. We omhelsden en troostten elkaar.' Ze konden de kanonnen horen van het Duitse leger dat ze te hulp schoot en probeerde te ontzetten. Maar op eerste kerstdag werd het stil op de steppe.

Begin januari lagen Mai en zijn kameraden in een greppel, toen de Russen uit dubbeldekkers strooibiljetten uitwierpen met een aanbod tot capitulatie. Paulus weigerde.

'We waren vertwijfeld. We hadden allemaal verschrikkelijke honger en bevroren bijna in de sneeuwstorm. De meesten waren door ondervoeding te zwak om te vechten. Hoe kun je dan doorgaan?'

Toch moest het. Sommige soldaten schoten in deze dagen hun officieren dood. Maar Mai voerde nog een opdracht uit aan het front. Zijn voet werd verbrijzeld door een granaatscherf. Hij loopt nog steeds met een stok.

Na het vertrek van het vliegtuig at hij alleen nog maar sneeuw, tot de Russen hem arresteerden. Ze schoten hem niet dood, maar gaven hem warm eten. 'Dat maakte een enorme indruk op een 22-jarige', zegt Günter Mai. Hij was rijp voor de Duitse communisten in ballingschap, die onder de krijgsgevangenen zieltjes wonnen voor het Nationalkomitee Freies Deutschland.

Groot-industriëlen als Krupp hadden de oorlog veroorzaakt, vertelden ze. 'Ik wilde een nieuw, democratisch Duitsland opbouwen zonder oorlogsmisdadigers', zegt Mai. Het was verraad in de ogen van de officieren, die in gevangenschap Hitlers verjaardag vierden en van brood een taart maakten met Heil mein Führer erop.

Maar Mai koos voor de DDR toen hij in 1946 terug mocht naar Duitsland. Hij werkte er tot zijn pensioen bij de spoorwegen. 'Ik zeg altijd tegen mijn kleinkinderen: onze generatie is haar jeugd afgepakt. Van 17 tot 24, dat zijn je mooiste jaren.' Over Stalingrad heeft Mai weinig gesproken. Hij is blij dat het verhaal nu wordt verteld aan een jong publiek, zonder de nog lang gebruikelijke heroïek. 'Het was een strijd om het naakte menselijke overleven, een verschrikkelijke tragedie. Daarvan heldendom maken is een misdaad.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden