Opinie

'Hou toch op met die poppenkastdebatten over Afghanistan'

De verwachtingen van de Tweede Kamer over de training van de Afghaanse politie zijn volkomen wereldvreemd in een land van 'eten en gegeten worden'. Dat betoogt Bert van Hijfte.

Een Nederlandse ISAF-eenheid maakt een voetpatrouille in Tarin Kowt. Beeld ANP

And never the twain shall meet... Die Kipling toch. Toen hij deze woorden in 1892 schreef, had hij het specifiek over de Britten die druk doende waren met hun mission civilisatrice in dat oneindig grote en diverse India. Terugkijkend deden die Britten het lang zo slecht nog niet in het gebied dat zich uitstrekte van het huidige Afghanistan tot ver in Birma.

Opstanden en oorlogen waren ook toen aan de orde van de dag, vooral in het Wilde Westen (het huidige Afghanistan). Verdeel en heers door repressie, controle en ontwikkeling: een goede infrastructuur garandeerde een snelle verplaatsing van troepen (in grote meerderheid Indiërs) en scholen zorgden voor een klasse van Indiase bureaucraten die het land onder de hoede van de blanke baas moesten besturen.

Wat de westerse mogendheden in Afghanistan voor ogen staat, is niet zoveel anders dan toen, met één verschil: de Britten wisten met enkele eeuwen praktijkervaring veel meer van de lokale bevolking dan de Nederlandse politiek die de manschappen met allerlei onrealistische opdrachten het veld in stuurt. Beginnen de Nederlanders net wat van het land en zijn lappendeken van etnische groepen met hun eigen talen, codes en bedekte manier van communiceren te begrijpen, moeten ze weer terug naar Nederland.

Ook na zoveel jaren Afghanistan wil het maar niet tot de politici in Den Haag doordringen dat hun discussies over de rol van de Afghaanse agenten (wel zelfverdediging, geen aanvalsacties) nergens op slaat. Ondanks hun bezoekjes aan Uruzgan en Kunduz hebben de politici weinig kaas gegeten van de realiteit op de grond. Zo ongeveer iedereen heeft wapens in Afghanistan en die worden ook gebruikt.

Kalasjnikov
Zelfverdediging is er een verreikend begrip dat niet zonder wapens kan. Of zoals een Pasthu ooit tegen me zei: 'Zonder wapens om onze schouder verliezen we ons evenwicht.' En terwijl ik zelf een salvo mocht afvuren hoorde ik hem naast me roepen: 'Wow, met een kalasjnikov schieten, verveelt nooit.'

Wellicht dat hij dat gevoel eens in de Tweede Kamer moet komen uitleggen. Hoe trots en familie-eer hier hand in hand gaan met puur lijfsbehoud. Voor een Afghaan klinkt een discussie over het wel of niet gebruiken van wapens door onze parlementariërs even idioot als een discussie in het Afghaanse parlement over het al dan niet uitzenden van porno op de staatstelevisie.

De motieven om de Afghanen te helpen met de training van hun politie zijn nobel, maar het doel en de verwachtingen, zoals door de politiek geformuleerd, zijn onrealistisch om niet te zeggen wereldvreemd en het resultaat kan dan ook niet anders dan tegenvallen. Een Afghaanse agent vertellen wat hij met een geweer wel en niet mag doen, is even zinloos als het trainen van AFC voor een overwinning op FC Barcelona. Hou op met die poppenkastdiscussies in de Tweede Kamer. Van dit Theater van de Lach wordt niemand gelukkig en het vertrouwen in de politiek zal er verder door afnemen.

Schietseizoen
Accepteer dat als je een Afghaan traint in het uitdelen van bonnen en het geciviliseerd mishandelen van een verdachte dat in een extreem gevaarlijke situatie gebeurt. De raadgevingen van de Nederlandse spoedcursus moeten concurreren met de dagelijkse praktijk van 'eten of gegeten worden' en daarbij kan een 'geplande offensieve militaire actie' onvermijdelijk zijn. Vanuit Nederland controleren of een wapen wel of niet legitiem is gebruikt, is ten enenmale onmogelijk. Daarvoor is de lokale context te ongewis en ontbeert Nederland de lokale expertise om dat afdoende te beoordelen. De situatie in Afghanistan geeft weinig hoop op verbetering en zal met de zomer voor de deur (het traditionele schietseizoen) verder verslechteren.

Of zoals Anatol Lieven in de laatste New York Review of Books schrijft: 'De situatie in Afghanistan doet me denken aan een oude Russische grap over het verschil tussen een optimist en een pessimist. De optimist zegt: 'Slechter dan nu kan het niet gaan'. En de pessimist: 'O jawel, het kan nog veel slechter.'

Schieten is in Afghanistan al eeuwenlang even belangrijk als ademhalen en zal dat ook in de verre toekomst blijven. Maakbaarheid kent zo zijn grenzen.

Bert van Hijfte is Zuid-Azië-deskundige.

 
Schieten is in Afghanistan al eeuwenlang even belangrijk als ademhalen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden