Hotz nam zijn verhaal weer mee

ALS HET AAN F.B. Hotz (1922-2000) had gelegen, was na zijn dood geen 'nieuw werk' meer verschenen. Per testament bepaalde hij dat al zijn manuscripten en documenten moesten worden verbrand, en zijn zus Atie heeft aan dat verzoek voldaan....

Toch is in elk geval één briefwisseling aan het vuur der vergetelheid ontkomen. Die bevond zich dan ook niet in Hotz' sobere kamer in Oegstgeest. Van 1945 tot 1978 correspondeerde de gescheiden jazztrombonist, die pas na zijn vijftigste debuteerde met de schitterende verhalenbundel Dood weermiddel (1976), met zijn oom Herman Kunst, een in muziek en literatuur geïnteresseerde chemicus die in het Spaanse Pau woonde en abonnee was van het literaire tijdschrift Maatstaf.

Kunst heeft zijn neefje jarenlang gestimuleerd en hielp hem over zijn chronische bescheidenheid heen, zodat Hotz in 1974 eindelijk het verhaal 'De tramrace' naar Maatstaf inzond, en was oprecht zielsblij toen redacteur Martin Ros direct zijn grote talent herkende. Het verhaal werd geplaatst, en in 1975 kwam Hotz naar Amsterdam om met de directeuren Ros en Sontrop van De Arbeiderspers te praten over zijn aanstaande debuutbundel.

Het is allemaal na te lezen in Een beetje levensbestemming, de briefwisseling tussen Hotz en Kunst die na de dood van beiden én van Kunsts vrouw terechtkwam bij hun schoonzoon Henri E. Schütte, die tekent voor de samenstelling van dit boek, dat wordt ingeleid door Hotz-adept Aleid Truijens.

'Ik werd op Singel 262 als een vorst ontvangen!', roept Hotz uit tegen zijn oom. Hij typeert zijn jongere uitgevers op komische wijze, en onthult waarom hij als F.B. Hotz zou debuteren en niet als Frits Hotz: 'Dat laatste klinkt krik-krak', vond Sontrop: 'F.B. is wel voornáám!'

Van jongs af aan was de auteur, wiens weemoedige verhalen over eenzelvige mannen en zijn geliefde jaren twintig direct in 1976 als uitzonderlijk werden bestempeld (behalve door Henk Spaan in Het Parool), dol op zijn 'oom Her', en dat is uit diens afgedrukte epistels al te zeer voorstelbaar. Enthousiast en vaderlijk ('nog even over het frankeren: je plakte fl 1.50 waar fl 1.05 genoeg was geweest') staat hij Hotz terzijde, die in al zijn opmerkingen geheel zichzelf blijft: 'Mijn vriend Jan Schoondergang gaf me gisteren een herdruk van. . . de His Master's Voice catalogus van 1914-18; verschenen in het door nostalgie geteisterde Engeland. Daarin méér leven, pathos, ontroering, huiver, enz. enz. dan in menig stuk literatuur. Ik kan er dagen in lezen en uren achter elkaar.'

Ook vernemen we dat Hotz zijn uitgevers het verhaal 'De Dogmatici' heeft laten zien, waarin uitsluitend muggen optreden. 'Ik hou niet van beesten', zei Sontrop, waarop Hotz het verhaal schielijk weer mee naar huis nam. Het notenapparaat meldt vervolgens: 'Voor zover bekend is dit verhaal nooit gepubliceerd.' Te vrezen valt dat zus Atie dit typoscript heeft vernietigd, zodat we na lezing van deze onverwachte en vrolijk getoonzette voetnoot bij een uniek oeuvre toch een tikje aangedaan zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden