Hotelier Bill Clinton staat in een traditie

EEN CITAAT uit Putting People First, het uit 1992 daterende verkiezingspamflet in boekvorm van gouverneur Bill Clinton en senator Al Gore: 'De Amerikaanse politiek wordt gegijzeld door speciale belangengroepen, kliekjes en lobbyisten met veel, heel veel geld....

Een analyse waarop nog steeds niets valt af te dingen. 1996 was het verkiezingsjaar waarin rijke Amerikanen, de vak-, milieu- en homobeweging en het grote bedrijfsleven de politiek (Democraten en Republikeinen) overspoelden met in totaal twee miljard dollar. In ruil daarvoor kregen de donateurs invloed, toegang tot wettenmakers als Newt Gingrich, Trent Lott en Bob Dole of mochten zij bij de president logeren, koffie drinken, dineren of lunchen. Hoe vetter de cheque, hoe groter de toegang.

Clinton en Gore ontwikkelden zich tot de 'masters of the game', een activiteit waaraan zij, evenals Amerikaanse senatoren en afgevaardigden, meer dan de helft van hun tijd besteedden. Of de president en de vice-president wetten hebben geschonden, moet nog blijken, maar alles wijst erop dat zij niet al te zorgvuldig te werk zijn gegaan. Onder de honderden gasten bevond zich een veroordeelde drugshandelaar met mafia-connecties, een wapenhandelaar en nog een paar duistere figuren. Ook de rol van buitenlandse geldschieters, Aziatische zakenlieden in het bijzonder, is op zijn minst verdacht.

Bovendien is het verboden in federale gebouwen of met federale bezittingen (vliegtuigen, telefoons, etc.) fondsen te werven. Clinton onthield zich tactisch van rechtstreekse verzoeken om geld en houdt vol niets illegaals te hebben gedaan. De president verwijst naar de praktijken van zijn voorgangers en de Republikeinen. Dit kan moeilijk beschouwd worden als een bevredigende verdediging van een president die in 1992 hervormingen beloofde op dit terrein.

Inderdaad hebben ook zijn voorgangers meer dan eens hun rijke 'vrienden' te logeren gehad. Maar geen van hen, ook Reagan niet, heeft het presidentschap en het Witte Huis op zo'n grote schaal gebruikt voor fondsenwerving als Clinton. Carter en Reagan voerden in 1981 campagne met ieder 29,4 miljoen dollar, betaald uit federale middelen. Clinton, die geobsedeerd was met zijn campagne, had vorig jaar meer dan 200 miljoen dollar nodig.

Het is evenzeer waar dat Republikeinen grotendeels dezelfde praktijken hanteren, maar op een enkele uitzondering na pretenderen zij niet dat zij het systeem willen hervormen. 'This is the American Way', zei een laconieke senator Trent Lott onlangs.

De vraag is nu waar het tumult in Washington toe zal leiden. Alles wijst erop dat misschien nog deze week een onafhankelijke openbare aanklager zal worden benoemd die de financiering van de campagnes van 1996 van zowel Democraten als Republikeinen zal onderzoeken.

Dat lijkt een goede stap. In werkelijkheid is het een doorzichtige manoeuvre om - voor alle partijen pijnlijke - hoorzittingen en onderzoeken van het Congres te vermijden. Onafhankelijke aanklagers werken traag en tegen de tijd dat er een rapport verschijnt zijn er andere prioriteiten. Mogelijk levert het FBI-onderzoek naar de Chinese connectie strafbare feiten en vervolgens processen op. Er zullen koppen rollen van Democratische fondsenwervers en een paar partijfunctionarissen. Maar met grote zekerheid kan voorspeld worden dat de ophef in ieder geval niet het begin is van een drastische hervorming van het stelsel.

De kern van het probleem vormt het zogenaamde 'zachte geld'. Dat zijn de fondsen die geldschieters storten in de kassen van beide partijen, die dat geld mogen gebruiken voor algemene politieke activiteiten. Anders dan de openbare, aan maxima gebonden rechtstreekse bijdragen (1000 dollar per persoon, 5000 dollar per politiek actiecomité) zijn de stromen soft money geheim en in principe ongelimiteerd. De partijen gebruiken dit geld in de praktijk voor de tv-verkiezingscampagnes en niet voor algemene partijopbouwende werkzaamheden.

Dit gat in de wet is lastig te dichten. Het Hooggerechtshof heeft het doorsluizen van zacht geld naar de verkiezingscampagnes in een arrest goedgekeurd. Bovendien heeft het Hof in 1976 (kort na de laatste grote hervorming die was afgedwongen door het Watergate-schandaal) indamming van de geldstromen zeer lastig gemaakt door donaties, en het gebruik daarvan, gelijk te stellen met de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting en het actieve kiesrecht.

Ondanks deze hindernissen van formaat is er een politiek alternatief. De senatoren McCain (Republikein) en Feingold (Democraat) hebben een wetsvoorstel ingediend die politici en partijen ertoe verplichten 'zacht geld' te verbieden. Zij willen ook dat er meer gratis zendtijd komt, zodat de kosten van de campagnes worden verlaagd. Het is een veeg teken dat de wet McCain-Feingold, die kan worden beschouwd als een zeer acceptabele eerste stap, muurvast zit omdat Democraten noch Republikeinen zichzelf beperkingen willen opleggen. Hoe terecht de ophef over 'hotelmanager' Clinton ook is, tot het moment van hervorming werkelijk is aangebroken, klinkt de verontwaardiging bijzonder hypocriet.

Het antwoord op de vraag waar alle commotie toe zal leiden, luidt dus: tot veel krantenkolommen, tv-uitzendingen, maar verder tot niets.

Oscar Garschagen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden