Hotelgast moet zich warmen aan sharia

De naam, Intercontinental Hotel, klinkt naar een sterretje of vier, wat ooit terecht is geweest. Maar nu hangen er ijspegels uit het plafond van het restaurant, en heeft bijna de helft van de 257 kamers door het Afghaans oorlogsgeweld geen glas in de ramen....

ROB VREEKEN

Kabuls enige hotel is uitgestorven. Onheilspellend stil is het er, donker en stervenskoud. 'Heeft u nog een kamer vrij', vraag ik de man achter de balie, maar die doet niet zichtbaar aan ironie. Zwijgend haalt hij no. 112 uit het sleutelkastje.

Hoewel er behalve mij geen gasten zijn, moet ik naar het eind van een lange, schaars verlichte gang. Kamer 112 heeft, à 65 dollar per nacht, een schoon bed en biedt, vanaf een heuvel, uitzicht op Kabul.

Alle andere luxe is aan de jihad ten prooi gevallen. Geen verwarming, geen warm water, stroom die af en toe uitvalt. Vier dagen lang draag ik een coltrui en winterjas. Buiten is het 's nachts tien graden onder nul. Binnen ook. Het straalkachteltje verwarmt, als ik de stoel er tegenaan schuif, alleen m'n onderbeen.

Bijna aandoenlijk doet het Intercontinental z'n best een hotel in vol bedrijf te lijken, een hotel van de wereld. Van de eerdere 250 personeelsleden zijn er nog honderd in actieve dienst, zegt de manager.

Mufti Hayatollah Haity - woeste baard, zwarte tulband - is een hotelier van het type gelukkig heb ik meer verstand van de sharia. Hij genoot zijn opleiding aan een koranschool, en wist geen bal van het hotelvak toen hij in oktober 1996 werd aangesteld, vier dagen nadat de Taliban Kabul hadden veroverd.

De mufti komt aangelopen uit de personeelsmoskee in de kelder, waar de staf onder leiding van Qari Faisal Rabi, hotel-imam, zojuist een van de vijf dagelijkse gebeden heeft gedaan. 'In ons hotel wordt gewerkt op grond van de sharia', legt hij uit. 'Maar voor buitenlanders zijn de regels niet zo streng.'

Verder vraagt hij begrip voor de vele ongemakken, die, als ik op zijn beleidsvoornemens mag vertrouwen, spoedig verholpen zullen zijn.

Vooralsnog staan er her en der teilen en pannen het lekwater op te vangen. En is van de menukaart bijna niets beschikbaar. Minestronesoep vooraf en keuze uit lamsschnitzel en spaghetti als hoofdgerecht. Van het mangosap, geserveerd in een kartonnetje met rietje, is de houdbaarheidsdatum nog maar twee maanden overschreden.

Aandacht van het bedienend personeel kom ik niet te kort. Nu begrijp ik hoe mufti Haity zijn personeel aan het werk houdt. Er is een man die een straalkacheltje naast de tafel zet. Een man die bord en bestek neerlegt. Een man voor de gerechten. Een man voor het mangosap. Een man die me continu vanaf drie meter aanstaart en het lege bord onder de laatste hap vandaan trekt. Een man voor de rekening.

Umrad, chef housekeeping, is mijn favoriet. Elke avond komt hij met een stralende lach op m'n bed zitten, vergezeld van zijn verlegen hulpje Najibullah. Na vijf minuten uitwisselen van ditjes en datjes stapt hij weer op, tevreden zuchtend. Goed gesprek gehad.

Elke avond heeft Umrad de zelfde mededeling. De toevoer van warm water is helaas niet in orde. Maar er wordt aan gewerkt.

's Ochtends op half zeven staan Umrad en Najibullah weer voor mijn kamerdeur. Ze torsen vier emmers, twee met heet water, twee koud. De emmers worden neergezet in de badkamer, waar Umrad ook een kaarsje ontsteekt, want de stroom is uitgevallen.

Ik meng heet en koud water in een plastic bakje en stort het, terwijl het kaarsje langzaam dooft, gelukzalig over me uit.

Wereldhotel, het Intercontinental Kabul.

Rob Vreeken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden