Hotel de botel

Wes Anderson slaagt er keer op keer in met zijn werk een uniek universum te scheppen, verbeeld in een film die tot in de puntjes is verzorgd. Ook nu weer, met The Grand Budapest Hotel. Hoe doet-ie dat toch?

Hoe blanco kun je nog naar Wes Anderson kijken? De vraag dringt zich op vlak voor de wereldpremière van The Grand Budapest Hotel in Berlijn, waar hij later de speciale juryprijs zal winnen met zijn film. Anderson, schouderlang haar, sierlijke handen, ziet er jonger uit dan zijn 44 jaar, ondanks het strak gesneden en zorgvuldig met een wollen das gecombineerde tweedpak dat bijna ieder ander ouwelijk had gemaakt.


Dat komt door die grote heldere ogen, die constant op standje verwondering staan, denk je dan meteen. Alsof hij alles in het chique Adlon-hotel, met het marmer, het opgepoetste hout en stoelen waar je diep in kunt wegzakken, tot in de details opzuigt.


Of is dat projectie? Zijn liefde voor details is een van de kenmerken van zijn oeuvre. Minutieus herschept hij de wereld in highschoolfilm Rushmore (1998), soort van familiedrama The Royal Tenenbaums (2001), Jacques Cousteau-pastiche The Life Acquatic with Steve Zissou (2004), roadmovie-met-broers The Darjeeling Limited (2007), Roald Dahl-animatie Fantastic Mr. Fox (2009) en coming-of-agefilm Moonrise Kingdom (2012). Hij husselt talloze bronnen door elkaar en stopt zo veel liefde en aandacht in zijn vaak artificiële decors, dat de regisseur wel een man moet zijn aan wie niets ontglipt - en zeker niet in zo'n glorieus oud-Europa-hotel als centraal staat in de tragikomedie The Grand Budapest Hotel.


Wat hij vertelt tijdens het interview met een aantal journalisten, versterkt die indruk alleen maar. Voor het juiste hotel in zijn film bijvoorbeeld, struinde hij half Europa af: Oostenrijk, Duitsland, Tsjechië, Polen. Maar nergens vond hij precies wat in zijn hoofd had: zo'n plek waar oude Europese grandeur nog uit de muren wasemt. 'Wel kwamen we allerlei soorten details tegen die ik wilde gebruiken. En uiteindelijk hebben we het maar zelf gebouwd.'


Niet in een Amerikaanse studio uiteraard, maar in een verlaten warenhuis, in Görlitz (Duitsland). 'Zo'n verlaten pand, al stond er een kleine parfumerie in een hoek. Daar konden we niet alleen een groot deel van de film opnemen, maar ook de bovenste verdiepingen ombouwen tot kantoren en zo werd het een complete filmstudio in dat stadje. Ik had het eerlijk gezegd wel willen kopen. Maar dan hadden we allemaal naar Görlitz moeten verhuizen, en ik kreeg niet genoeg mensen mee.'


Het lijkt geen grapje - al is het een grappig idee hoe Anderson met zijn vrolijke volgelingen in een spa-stadje van pak 'm beet Doetinchem een eiland van buitenstaanders zou vormen.


'We vonden een klein hotel in het centrum, gerund door Georg en zijn vrouw Sabina, die ook allebei zelf nog in het hotel werkten. Vervolgens namen we hun hele hotel over, de complete cast woonde daar. Ze hadden geen restaurant, dus namen we een kok mee en die kookte op de plek waar het ontbijt werd gemaakt. De make-up werd er gedaan, de montage deden we in de hal van het stadhuis.'


En dan, alsof hij wakker wordt: 'Dit is een irrelevant verhaal, geloof ik.'


Maar dat is het niet. Tenminste, als je naar dat oeuvre kijkt. Andersons films draaien altijd om dit soort (surrogaat) families. Ook weer in The Grand Budapest Hotel. 'Zo'n hotel vormt een ingewikkeld systeem van relaties tussen verschillende mensen. Ons hoofdpersonage is er de baas: dit is zijn familie, dit organisme weerspiegelt zijn hele identiteit.'


De baas in kwestie is monsieur Gustave, de manager van The Grand Budapest Hotel. Het is 1932, het fictieve Oost-Europese land Zubrowka staat aan de vooravond van grote politieke omwentelingen. En hoe duister de wolken ook zijn die zich boven de wereld samenpakken en hoe invloedrijk de geüniformeerde 'ZZ'ers' worden, Gustave wil de illusie van beschaving in stand houden via zijn suikerspinroze hotel, een zelf gecreëerde wereld, een façade waar alles tot in de puntjes perfect is.


De charmante, snelpratende hotelmanager is gebaseerd op een vriend, vertelt Anderson. Maar toen hij werd gegrepen door het werk van de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942) en besloot een 'eigen Zweig' te schrijven rondom dat personage. 'Ik deel Zweigs gevoel voor nostalgie. Hij schetst zo'n levendig portret van de wereld waarin hij leefde en de cultuur waarvan hij zo enthousiast deel uitmaakte. En dan eindigt dat alles plotseling door grote politieke verschuivingen, door dogma's. Hij beschrijft het indrukwekkend en dat moment blijft ook terugkeren in zijn werk: het was een verlies waarvan hij niet kon herstellen. Dat fascineerde me.'


'Tijdens mijn reizen in Europa viel me op dat de ideologieën van de 20ste eeuw hier letterlijk terug te zien zijn in de architectuur, en hoe vaak mensen politiek gebruiken om gedrag en gebeurtenissen te duiden. Dus in onze film probeerden we ook die laag aan te brengen.'


Zo ontstaat zo'n film, benadrukt Anderson. Stap voor stap, beetje bij beetje. Er is geen overkoepelend plan. Elk van zijn acht films mag onmiskenbaar zijn handtekening dragen, wie hem in een interview naar die typische Andersonstijl vraagt, krijgt nul op het rekest.


'Iedere keer als ik een film maak, heb ik het gevoel een compleet nieuwe weg in te slaan. Voor The Darjeeling Limited ging ik naar India, en ik dacht echt iets te doen wat ik nooit eerder had gedaan. Maar toen de film af was zeiden mensen dat ze meteen zagen dat het er een van mij was. Dus ik probeer juist niet consistent te zijn; ik doe mijn best om iets anders te maken.'


Natuurlijk, erkent hij, zijn smaak is doorslaggevend. 'Ik maak niets wat ik zelf niet leuk vind.' En hij houdt er nu eenmaal van als scènes 'niet alleen serieus of alleen grappig zijn'. Vandaar die immer terugkerende droefkomische toon. 'En het heeft ongetwijfeld te maken met mijn ervaringen als filmmaker, het gereedschap dat ik in mijn eerdere films heb uitgeprobeerd, en de stijl waartoe ik me aangetrokken voel.'


Maar er is nooit een overkoepelend idee of vooraf verzonnen concept. 'Ik denk per scène hoe ik het zal aanpakken. In deze film zit een ski-achtervolging, bijvoorbeeld. Nu had ik van die oude victoriaanse foto's gezien van mensen die dan met hun hele familie voor zo'n geschilderde achtergrond met een berglandschap gaan staan, alsof ze op vakantie in de Alpen zijn. Prachtige foto's zijn dat, omlijst met ijzel. En ik dacht: wat als we die achtervolging nou eens niet James Bond-achtig maken, maar meer geïnspireerd door deze foto's, of door die tafereeltjes in sneeuwbollen.'


Maar toch, zo wil een journalist weten, die speelse blik, die erkent hij toch wel? En keek hij als kind al zo verwonderd naar de wereld? Zag hij het toen al als een sprookje? Anderson: 'Nee, volgens mij niet. En nog steeds niet. The Grand Budapest Hotel lijkt misschien een fabel, maar het was wel de bedoeling dat de mensen echt voelen. Het is het enige dat ik doe met acteurs: ik moedig ze aan om zo realistisch mogelijk te spelen, juist omdat het verhaal dat niet is. De dialoog - het is soms alsof die in een andere wereld plaatsvindt. De acteurs moeten het idee hebben dat ze een documentaire-versie creëren van die bedachte wereld.'



Zubrowka


Wie meer wil weten over Zubrowka, het land waar The Grand Budapest Hotel staat, kan via akademiezubrowka.com de cursus 'The Republic of Zubrowka Before the War: A Central European Case study of Social, Political, and Cultural Upheaval'


volgen. De filmwebsite is te vinden via zubrowkafilmcommission.tumblr.com,


oftewel de 'autoriteit voor internationale filmproducties in Zubrowka sinds 1922'.


Zubrowka, voor de twijfelaars, bestaat niet echt.


Foto links:


Hotels zijn een geliefde locatie in films, zoals deze vijf bijzondere gebouwen illustreren. Let wel: ze zijn niet allemaal in werkelijkheid te bezoeken.


Filmografie


1996 Bottle Rocket


1998 Rushmore


2001 The Royal Tenenbaums


2004 The Life Acquatic with Steve Zissou


2007 The Darjeeling Limited


2009 Fantastic Mr. Fox


2012 Moonrise Kingdom


2014 The Grand Budapest Hotel


Vervolg van pagina V3


Park Hyatt, Tokio

(Lost in Translation, Sofia Coppola, 2003)


Lost in Translation wekt trek op in een hotelverblijf, vanwege de lome hangsfeer en de omfloerste romance die zomaar ontstaat tussen twee toevallige hotelverstekelingen. Al kijkend wil je het liefst zelf aan die bar op de veertiende verdieping van het Park Hyatt zitten en dan net zo quasi-ontheemd doen als hoofdpersonages Bob en Charlotte. Jammer dat een simpel biertje hier omgerekend 7 euro kost en dat je (in het laagseizoen) voor een eenvoudige eenpersoonskamer al snel 300 euro per nacht betaalt. Kun je natuurlijk wel joggen op dezelfde hometrainer als Bill Murray deed, of dromen dat je op Scarlett Johanssons kussen slaapt.


Overlook Hotel, Colorado

(The Shining, Stanley Kubrick, 1980)


Ongetwijfeld het beruchtste filmhotel, waar schrijver Jack Torrance (Jack Nicholson) zich met zijn gezin laat insneeuwen. Het Overlook is een lappendeken van echte en fictieve locaties: het imposante exterieur komt van de Timberline Lodge in Oregon, dat Kubrick met een uitbouw in de Londense Elstree Studio's nóg groter maakte. De interieurs van The Shining stonden eveneens in de studio, maar waren geïnspireerd op onder meer het Biltmore Hotel in Arizona (het mannentoilet) en het Californische Ahwahnee Hotel (de lounge). Al met al claimt vooral het Stanley Hotel (Colorado) de hoofdrol: in dit neo-Georgische, schijnbaar behekste pand zou auteur Stephen King het verhaal van The Shining hebben bedacht. Kubricks film draait er permanent op kanaal 42.


Hotel de la plage, Saint-Nazaire

(Les vacances de monsieur Hulot, Jacques Tati, 1953)


Kijkend naar Tati's komische meesterwerk, kun je bijna niet geloven dat dit schattige oord daadwerkelijk bestaat. De vraag is natuurlijk of het daarbinnen zo knus en kneuterig is als in de film en of de eetzaal nog steeds een raar klinkende klapdeur heeft. Hoe dan ook is het hotel trots op Tati: overal hangen mooi gestileerde portretten van Monsieur Hulot aan de muur. Toen speculanten het hotel wilden kopen om er een appartementencomplex van te maken, stak de gemeente daar een stokje voor. Alleen al uit eerbied voor die beslissing zouden echte Tati-fans een (niet eens zo dure) kamer in havenstad Saint-Nazaire moeten boeken.


Hotel Earle, Los Angeles

(Barton Fink, Joel en Ethan Coen, 1991)


Als auteur Barton Fink bij dit hotel incheckt, weet je eigenlijk al dat hij het nooit meer zal verlaten. 'A Day or a Lifetime' staat er op de huisartikelen van Hotel Earle, dat de Coens zelf een 'spookschip' noemden en dat misschien eigenlijk de hel is. Het behang bladdert af terwijl Fink ernaar kijkt, er heerst een ondraaglijke hitte en de overige gasten maken zich alleen kenbaar door hun voor de deur gestalde schoenen. De façade van het fictieve Hotel Earle blijft buiten beeld; de interieurs werden in de studio gebouwd, op de stoffig chique foyer na. Die hoort bij het Wiltern Theater, een art-decobioscooppaleis uit 1931 aan de Wilshire Boulevard in Los Angeles.


Hotel de Gouden Klok, Holwerd

(De wederopstanding van een klootzak, Guido van Driel, 2013)


Een van de gezelligste hotels uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Maar Ronnie de Klootzak mag volgens de film dan wel in Dokkum verblijven, zijn bed en breakfast ligt feitelijk in het nabijgelegen Holwerd. Het tien kamers tellende De Gouden Klok lijkt als locatie onder meer uitverkoren vanwege de uitstulpende bovenverdieping: prachtig is het opwaarts gefilmde shot van Ronnie, die achter een van de zijvensters zijn forel met granaatappels zit te verorberen. Wat in de film voor de eetruimte van het hotel doorgaat, is in werkelijkheid de woning van de eigenaren. Die werd voor de opnamen tot en met de gordijnen opnieuw ingericht. Ook het washok en de parkeerplaats horen bij De Gouden Klok; de slaapkamer, het trappenhuis en de keuken werden gefilmd in Hotel Huis Te Zaanen in Wormerveer.


Lees verder op pagina V5


Wes Anderson Foto EPA

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden