'Hotel Dayton' serveert het menu van de armoede

In 'Hotel Dayton' in Lukovica wordt de lunch opgediend. Bewoners schuiven langs een kale balie waar een kokkin het eten uit een grote ketel in meegebrachte plastic emmertjes schept....

MICHEL MAAS

Van onze correspondent

Michel Maas

LUKAVICA

Ze somt het menu van de armoede op: er geen rijst, er is geen pasta, er is geen kool - er zijn na vandaag alleen nog bonen. En voor het ontbijt: geen melk, geen jam, geen eieren, maar zwarte thee en brood. Met dit menu moet Zivkovic haar gasten voeden, achthonderd Servische vluchtelingen uit Sarajevo die tweeëneenhalf jaar na 'Dayton' nog altijd in Lukavica zijn achtergebleven. Vergeten, zonder geld en met niet meer dan een kamer per gezin en het eten dat Zivkovic ze voorzet.

'Hotel Dayton' is geen hotel, het is een opvangcentrum. Hotel Dayton is niet eens de naam van dat centrum. Het is een bijnaam, erop geschilderd door verbitterde Serviërs voor wie 'Dayton' erger is dan een vloek. Het was immers de ondertekening van de akkoorden van Dayton die ze hierheen heeft gedreven. In die akkoorden werd de stad Sarajevo toegedeeld aan de Bosnisch-Kroatische federatie, de hele stad, inclusief de wijk Grbavica waar de Serviërs zich hadden verschanst.

De Serviërs hadden minder angst voor oorlog dan voor een vrede onder Bosnisch (Moslim-)

bestuur. Zij vreesden wraaknemingen van de Moslims en vluchtten weg naar Servisch grondgebied: naar de Republika Srpska. Zij werden 'vredesvluchtelingen'.

Lukavica ligt zo dicht bij Sarajevo dat je de flats van de stad kan zien. Hier, op loopafstand van hun stad maar toch op het grondgebied van de Servische Republika Srpska, streken in maart 1996 de eerste vluchtelingen neer. Ze werden ondergebracht in twee verlaten kazernes met het idee dat ze twee, drie maanden zouden blijven tot er een betere oplossing voor ze zou zijn gevonden. Die zou er komen, beloofde de toenmalige Servische leider Radovan Karadzic. En Lukavica zou uitgroeien tot het 'Servische Sarajevo', waarvan hij zelfs een maquette had laten maken.

Maar Karadzic is op de vlucht voor 'Haag', zoals het internationale tribunaal door de Serviërs wordt genoemd, Lukavica is nog steeds een gat, en de vluchtelingen zitten er nog steeds. De hulporganisaties die Hotel Dayton hielpen opzetten zijn uit het zicht verdwenen, en een overheid die zich om ze bekommert is er evenmin. Ljuza Zivkovic bestuurt haar gaarkeuken met de bonen en de rijst die alleen de Unhcr elke maand aflevert. 'In de oorlog was het eten veel beter', zegt ze. 'Toen waren er veel organisaties die hielpen. Maar nu is er niemand meer. Weet u misschien nog een organisatie die ons hulp kan geven? Een heel klein beetje kan echt vreselijk veel betekenen', zegt de struise vrouw bedremmeld.

Iedereen leeft van wat er gegeven wordt. Als er eens iemand naar Lukavica komt, moet dat liefst wat opleveren. 'Wat heb ik eraan als ik mijn verhaal vertel?' Branka Risticevic is verbitterd. Tweeëneenhalf jaar hangt ze hier nu rond. Hangen, liggen en zitten is het enige wat je hier kan doen. Met haar man en haar twee zonen bewoont ze een kamer van veertien vierkante meter. De eerste dagen werden ze stapelgek. Maar dat ging over. Zoals je aan oorlog kunt wennen, kun je kennelijk ook wennen aan een leven in Hotel Dayton, waar elke dag hetzelfde is.

Maar Branka wil hier niet zijn, ze wil werken, ze wil een huis. Ja, ze heeft een huis, maar dat ligt in Sarajevo, in Dobrinja dat je vanuit Lukovica kunt zien liggen. In dat huis wonen nu Bosnische vluchtelingen. Ze heeft een verzoek ingediend om haar flat terug te krijgen. 'Mijn man en ik hebben ons hele leven gewerkt om die woning op te knappen. Die is van ons', zegt ze, zonder overtuiging. Ze beseft dat ze nooit kan terugkeren.

Ze is bang, vooral voor de toekomst van haar zoons van vijftien en achttien. 'Zij zijn opgegroeid in de oorlog. Zij kunnen niet terug. Hoe moeten ze in Sarajevo leven dat ze alleen van de oorlog kennen? Vier jaar oorlog is niet weinig.'

De Bosnische overheid zal haar de flat trouwens toch nooit teruggeven. Die heeft zich (in de 'verklaring van Sarajevo') wel verplicht nog dit jaar 20 duizend Servische vluchtelingen te laten terugkeren, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. De regering voelt er niets voor Bosnische vluchtelingen uit hun huis te zetten om er een Serviër in te laten terugkeren. Daarmee zou ze zich niet geliefd maken - wat zwaar weegt, zo vlak voor de parlementsverkiezingen die dit weekeinde worden gehouden.

Maar zo lang Branka geen huis heeft is ze veroordeeld tot haar veertien vierkante meter. Ze wil hoe dan ook eruit, en gaat nu met de gemeente Sarajevo onderhandelen om dan maar in ruil voor haar flat een woning toegewezen te krijgen in de Republika Srpska. Dat is realistischer. 'Het kan me niet schelen waar.' zegt ze somber. 'Als ik niet in Sarajevo kan wonen, maakt het niet uit waar ik woon. Al het andere is geen Sarajevo.'

Ze houdt van de stad. Maar eigenlijk is ook de stad de stad niet meer waarvan ze hield, niet vanwege de verwoestingen, maar vanwege de mensen. 'Ik zou teruggaan naar Sarajevo als die vluchtelingen er niet waren. Dat zijn boeren, Moslims uit de dorpen, uit Srebrenica. Dat zijn niet de Moslims met wie ik vroeger bevriend was. Met de mensen van Sarajevo zou ik geen problemen hebben.'

Bogdana Kulenovic is een oudje. In een propvolle kamer leeft ze met twee kleinzoons tussen het opgestapelde meubilair uit hun driekamerflat. Kleinzoon Bojan hangt op een bank en wacht op zijn militaire dienst, die hem ergens in de loop van volgend jaar hier weg zal halen. Naast hem zit zijn vriendin Dejana die wacht tot ze naar vrienden in Colorado kan emigreren. 'Hier is zeker de komende vijf jaar geen enkele toekomst', zegt ze.

Bojans neef Mladen (Bogdana's tweede kleinzoon) houdt het op vijftig jaar zonder toekomst. Ook hij wacht op militaire dienst, dit najaar nog. Daarna gaat hij weg, zegt hij. Hij wil naar Canada . Sarajevo stikt van de vluchtelingen en Srpska is achterlijk. En niemand zal iets aan de situatie veranderen.

Zij zullen Hotel Dayton, de Republika Srpska en liefst ook Europa verlaten. Ooit. Maar Hotel Dayton, vreest iedereen, zal nog lang blijven. 'Sommige mensen zullen', voorspelt Rajko Odzakovic, hoofd van het opvangcentrum, 'op termijn terugkeren naar de federatie. Maar de ouderen zullen hier wel sterven.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden