Horecapaus fleurt buurten op

Al 24 cafés opende Frédéric Nicolay in Brussel en elk ervan werd een icoon van het nachtleven.

LEEN VERVAEKE

Een idyllisch plekje, die Brusselse Arduinkaai. Een plein tussen de bomen, met een vijver, een intrigerend kunstwerk van Wim Delvoye en uitzicht op de gerestaureerde Vlaamse Schouwburg. Een prachtig plaatje.

Maar wat doen die schaarsgeklede vrouwen in de deurgaten van de schouwburg? En rijden die auto's niet erg traag voorbij? Dit is niet alleen een charmante theaterwijk, maar ook een tippelbuurt.

Typisch Brussel, waar trendy wijkjes en haveloze achterbuurten kriskras door elkaar liggen, tot wanhoop van toeristen die een 'foute' hoek zijn omgegaan. Typisch een plek ook voor Frédéric Nicolay (1969), de 'horecapaus' van Brussel, die etablissementen uit de grond stampt in buurten waarvan iedereen pas vijf jaar later de potentie ziet.

Afgelopen juni opende hij hier Flamingo, een grand café met immense art deco-ramen, hoge plafonds en een uitgestrekte bar. En zoals altijd voorzag hij een slimmigheidje: op de gebouwen aan de overkant van de straat staan spiegels die het zonlicht weerkaatsen op het terras. Dat maakt deze bar weer net even anders.

De buurtbewoners hopen op een Nicolay-effect. Want elke horecazaak die de 'nachtburgemeester' inrichtte - het zijn het er al 24 - werd een icoon in het Brusselse uitgaansleven. En elke buurt waar hij neerstreek, fleurde op. Een kroegentocht langs Nicolay's imperium leidt langs wijkjes in alle stadia van hipheid.

'Brussel biedt heel wat kansen, meer dan Amsterdam of Parijs', zegt Frédéric Nicolay in zijn kantoor, een loft op de onderste etage van een oude fabriek. 'Wij krijgen iedere week ongelofelijke voorstellen. Er staan hier echt prachtige gebouwen leeg.'

De voormalige kok die zichzelf omschoolde tot interieurarchitect legt uit hoe in de meeste steden de rijken in het centrum wonen en de armen in de banlieue. In Brussel, dat omringd wordt door het rijkere Vlaanderen, is dat omgekeerd.

'Maar er is een mutatie gaande', zegt Nicolay. 'Door de files en het toenemende milieubewustzijn willen jonge mensen centraal wonen. De komst van de Europese Commissie heeft dat nog versterkt. Het centrum van Brussel wordt weer een centrum. Maar dat vergt tijd en reorganisatie. Op dit moment wonen arme sloebers en rijke eurocraten door elkaar.'

Voor toeristen is dat labyrint van arm en rijk, van schitterend en scabreus, niet eenvoudig te doorgronden. Maar voor een ondernemer met lef is het een fantastische speeltuin.

Aan bezoekers dus deze raad: ga op zoek naar Nicolay's speeltjes, en ontdek de meest levendige buurten van Brussel.

SNOBS OP HET TERRAS OF EEN WALVIS AAN HET PLAFOND

Sint-Goriksplein

Het grootste succes van Nicolay is het Sint-Goriksplein, beter bekend onder de Franse naam Place Saint-Géry. Het romantische plein, rond een marktgebouw uit de 19de eeuw, was in de jaren tachtig helemaal verloederd. Nicolay, die hier opgroeide, opende er in de jaren negentig vier cafés. Op het plein zit nu een twintigtal horecazaken, de fruitmarkt is een expositieruimte geworden, en de bedelaars en prostituees hebben plaatsgemaakt voor jonge Brusselaars en toeristen.

Zebra, Roi des Belges en Mappa Mundo zijn hier de populairste Nicolay-cafés, vooral door hun grote terras. Maar ze krijgen ook wel eens het verwijt vol bobo's (snobs) te zitten. Café Central, wat verderop, heeft meer karakter. Bijzonder zijn de houten piramiden aan de muren, en de goed gevulde en gedurfde concert- en filmagenda. 'We krijgen iedere dag vijf e-mails van groepen die hier willen spelen', zegt de uitbaatster. 'Dit is de place to play.'

Walvis

De laatste biertap voor de theehuizen beginnen: zo zou je de Walvis oneerbiedig kunnen beschrijven. De gemoedelijke kroeg ligt in Rue Antoine Dansaert. Pal op de grens van Molenbeek, oftewel Klein-Marokko, waar alcohol taboe is. Maar het succes alleen daaraan toeschrijven, zou de Walvis tekort doen. Dit café is zowat een monument in Brussel. Toen de kroeg in 2006 even dicht moest, gingen de buurtbewoners zelfs de straat op.

Het interieur is vintage Nicolay. Houtbekleding aan de muren, een honderdtal dimlichten aan het plafond en manshoge ramen. De acht deuren in het hoekcafé zijn een herinnering aan de acht winkeltjes die hier ooit huisden.

Nicolay, die zijn kroegen na een tijdje doorverkoopt, krijgt soms de kritiek dat hij zijn aandacht te snel verlegt. De Walvis toont het tegendeel. Omdat de weg van Brussel-centrum naar de Walvis nog steeds wat grimmig oogt, opende hij halverwege het iets hippere BarBeton. Vastberaden ook deze buurt te doen opleven.

Potemkine

Dit is Nicolay's favoriet en het is niet moeilijk te zien waarom. Potemkine, in een oude bioscoop tegenover de Hallepoort, is prachtig ingericht. Een subtiel lichtspel aan de muur, een vleugel en rode zeteltjes op de entresol: het ademt de sfeer van een rokerige jazzkroeg. Aan het vijf meter hoge plafond hangt een skelet van een walvis - een verwijzing naar café de Walvis?

Op de eerste etage zit een piepklein filmzaaltje, waar normaal (het is tijdelijk gesloten) elke avond filmklassiekers worden getoond. Een culturele injectie, precies op de goede plek. Potemkine ligt aan de rand van Sint-Gillis, dat bekend staat als een van de gezelligste delen van Brussel. De wijk bruist, met zijn dagelijkse markt, zijn mix van Poolse, Portugese en Spaanse immigranten. Maar sommige straten zitten vol sjofele nachtwinkels en hier en daar piekt de kleine criminaliteit. Dankzij Potemkine is een van die rafelrandjes nu opgefleurd.

Café Belga

'Weet je wat ik hier zo goed vind?', zegt een jongen met skateboard voor de deur van Café Belga op het Flageyplein. 'Ik ben een Maghrebijn, maar ik kan hier gewoon binnen. Dat moet ik in de andere chique cafés in deze buurt niet proberen. Maar in de Belga is iedereen welkom.'

Iedereen is er welkom en iedereen komt. Café Belga - een grand café met plaats voor 350 man - zit bijna altijd stampvol. Studenten, eurocraten in pak, jonge gezinnen, stoere hiphoppers: ze zitten hier allemaal door elkaar.

Voor een deel komt dat door de ligging: op de onderste etage van het magnifieke Flageygebouw, waar tot 1996 de publieke omroep huisde. Aan de ene kant liggen de vijvers van Elsene, waar de beau monde in magnifieke huizen woont. Aan de andere kant een volksere migrantenbuurt, die uitmondt in de Congolese wijk Matonge. Mooi symbool: de bewoners komen samen in een fenomenaal staaltje oer-Belgische architectuur.

WARM

DE KROEGEN VAN NICOLAY ZIEN ER ALLEMAAL HEEL VERSCHILLEND UIT, MAAR OVERAL ZIE JE DEZELFDE ELEMENTEN. GROTE RAMEN EN SPIEGELS VOOR DE LICHTINVAL, HEEL VEEL HOUT, EN ONGEWONE MATERIALEN, ZOALS BETON OF GOLFPLAAT. ZIJN STIJL IS SOBER, MAAR WARM. 'IN BELGIë REGENT HET DRIEHONDERD DAGEN PER JAAR', ZEGT NICOLAY. 'DE MENSEN WILLEN EEN WARM INTERIEUR.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden