Hoor het vogeltje (niet meer) fluiten

Kloppen de vogeltellingen wel? Ze zijn essentieel voor natuurbeheer, maar oudere vogelaars zouden door hun verminderde gehoor vooral de hoogzingers missen. Op naar het bos, met een oude en een jonge teller.

Albert de Jong (27) en Arend van Dijk (68) tellen vogels op het gehoor in het Nationaal Park Dwingelderveld in Drenthe. Beeld Harry Cock

Je zou het een telwedstrijdje kunnen noemen. Arend van Dijk (68) en Albert de Jong (27) staan doodstil naast elkaar, pen en papier in de hand, in een sparren-lariksbos met loofhout, tegen de rand van Nationaal Park Het Dwingelderveld. Ze registreren vogels op het gehoor, gedurende exact vijf minuten. De vraag is: in hoeverre registreren beide vogelaars hetzelfde? En: hoort de oudere, ervaren teller, Arend van Dijk, net zoveel als de jonge, maar ook ervaren teller, Albert de Jong?

Het experiment komt niet uit de lucht vallen. De achterliggende vraag is: hoe betrouwbaar zijn de broedvogeltellingen eigenlijk die dienen als basis voor beleid voor bescherming van vogels? Er is, wat betreft een aantal vogelsoorten, aanleiding daaraan te twijfelen. Bijvoorbeeld vanwege de gemiddelde leeftijd (52) van de duizenden vrijwilligers die in Nederland voor Sovon Vogelonderzoek de tellingen uitvoeren, die vervolgens door het CBS worden verwerkt in langjarige reeksen die de trends aangeven. De vogels worden geteld op het gehoor, terwijl vaststaat dat het gehoor verslechtert vanaf ongeveer het veertigste levensjaar. Vooral de hoge tonen worden op oudere leeftijd niet meer gehoord. Dat leidt, in combinatie met de relatieve telmethode, tot systematische fouten, aldus Rob Bijlsma, vooraanstaand vogelonderzoeker. 'Het is een idee-fixe (...) dat de uitkomsten van tellingen vergelijkbaar zijn met die van vijf, tien of twintig jaar geleden', schreef Bijlsma begin dit jaar in een artikel dat hij aanbood aan Sovon Vogelonderzoek.

Doe de vogeltest

Kunt u vogels aan hun geluid herkennen? Doe de test.

Waardeloos

Bijlsma refereerde onder meer aan de Zweedse ornitholoog Tony Foucard. Foucard mat zich op 63-jarige leeftijd een gehoorapparaat aan en hoorde opeens gemiddeld 30 procent meer vogels. En dat terwijl zijn gehoor zelfs met gehoorapparaat nog niet op 'normaal' niveau was. Dat bracht Foucard ertoe zijn tellingen door de jaren heen nog eens op een rijtje te zetten. Zijn bevindingen waren schokkend. Het goudhaantje - het vogeltje met de hoogste toon - was in zijn tellingen in zijn telgebied afgenomen van 34 in de periode 1975-79 tot 1 in 1995-99. Die afname gold ook voor andere notoire hoogzingers, zoals staartmezen (van 17 naar 3) en de heggenmus (van 28 naar 0). Zijn jarenlange tellingen waren, wat betreft een aantal soorten, in één klap waardeloos geworden.

In Canada bekeken onderzoekers (Robert Farmer c.s.) de eigen broedvogelatlas opnieuw, op basis van de leeftijd van de waarnemers. De trefkans van vogels bleek bij oudere waarnemers significant lager bij 13 van 43 soorten. Vooral bij negen soorten met een hoge geluidsfrequentie waren de verschillen groot. Maar de problemen deden zich ook voor in andere geluidsgroepen (vier van de zes). Farmer c.s. vonden in de broedvogelatlas ook een subtiele relatie tussen trends van vogelsoorten en frequentiehoogte van hun geluid. Relatief vaak werd een afname geassocieerd met vogelsoorten die hoge geluiden produceren. De vraag drong zich op: was het een werkelijke afname, of was het een verouderend waarnemerskorps?

Heggenmus. Contactroep, vooral in vlucht te horen, enigszins klingelend, trillend, zeer fijn tihihihi. Zang: (...) een vrij luide, 2 sec. lange, gehaaste, kwetterende reeks, TUUtelliTIEtelletiTUUtelluuTOtelitelleTI Beeld ANWB vogelgids van Europa, Illustratie: Karl Aage Tingaard, Vogels in Kleuren

Ongeveer evenveel soorten

De eerste van vier tellingen is voorbij. Twaalf overlappingen op 24 soorten, dat is alvast verrassend: een overlap van slechts 50 procent. Maar uit niets blijkt dat het gehoor van Van Dijk achterblijft bij dat van De Jong. Ze horen ongeveer evenveel soorten. 'Twee merels?', vraagt De Jong ongelovig, als de twee hun lijstjes vergelijken. Op zijn beurt is Van Dijk verbaasd dat hij onder meer de boomkruiper en de pimpelmees heeft gemist.

Het experiment waaraan Van Dijk en De Jong zich vrijwillig onderwerpen ligt in zekere zin gevoelig. Van Dijk, oud-medewerker van Sovon Vogelonderzoek en al bijna vijftig jaar een verwoed vogelteller, stelt zich er kwetsbaar mee op. Maar, zo zegt hij, 'ik ben zelf ook nieuwsgierig. Heel zinnig om dit eens te bekijken.' Van Dijk is zich ervan bewust dat zijn gehoor is afgenomen, maar er zijn methoden om dat deels te ondervangen, zegt hij. 'Zo heb ik de gebieden waarin ik tel kleiner gemaakt. Ik hoop ook maar dat mijn ervaring, zeker in bossen, iets compenseert.'

Sprinkhaanzanger. Roep een scherp, doordringend psvitt. Zang insectachtig, mechanisch, droog snorrend sir'r'r'r'r'r'r'r'r'r'r'... Beeld ANWB vogelgids van Europa, Illustratie: Karl Aage Tingaard, Vogels in Kleuren

Overstappen op watervogels

Voor Sovon Vogelonderzoek en Albert de Jong (naast verwoed vogelteller is hij persvoorlichter van Sovon) ligt de kwestie delicaat. Zij willen de oudere vrijwilligers vooral niet desavoueren. En uiteraard is het niet leuk als in tientallen jaren verzamelde data ter discussie staan. Maar De Jong is er niet bang voor. 'Het gaat om een kleine selectie van soorten waarvoor de problemen in potentie spelen. We wijzen de tellers er ook op dat ze er rekening mee moeten houden dat hun gehoor achteruitgaat. Mijn ervaring is dat oudere tellers zich heel goed bewust zijn van dit probleem. Ze stappen dan bijvoorbeeld over naar het tellen van watervogels. Daarbij speelt het gehoor nauwelijks een rol.'

Het Dwingelderveld is niet voor niets gekozen als locatie voor de proef. De tweede telling is op een open plek in gemengd bos, daarna volgt er een op de heide en de laatste telling vindt plaats aan een bosrand, tegen de ruige oever van een ven. Vier min of meer verschillende biotopen, dicht bij elkaar. Met de mogelijkheid dat de twee hoogste zangers, de goudhaan en de sprinkhaanzanger, zich doen gelden. Gaandeweg de tellingen openbaart zich een verschil tussen de mannen: De Jong (27) hoort meer soorten die zich op grotere afstand bevinden, Van Dijk (68) scoort dichtbij iets beter. Dat eerste is een bekend verschijnsel: oudere waarnemers horen op afstand minder goed.

Trends

De tellingen die vrijwilligers van Sovon Vogelonderzoek sinds 1984 uitvoeren in het kader van het Broedvogel Monitoring Project (BMP) zijn gestandaardiseerd. Vaste tellers stellen in een vastomlijnd gebied in de loop van het broedseizoen meerdere keren vast hoeveel en welke soorten er in het gebied broeden. Die data leiden tot langjarige trends. Maar hoe gestandaardiseerd je het ook aanpakt, stelt Rob Bijlsma, 'er blijft een verschil in trefkansen tussen soorten, tussen en binnen habitats, tussen waarnemers, van jaar op jaar, ad infinitum.'

De variaties tussen vogelaars die in hetzelfde jaar in hetzelfde gebied tellen liggen tussen de 16,6 en 34 procent, ontdekte Sovon in de internationale literatuur. Maar, zo zegt De Jong: 'In de praktijk telt een vaste waarnemer een gebied voor meerdere jaren, waardoor dit verschil al minder relevant wordt. En er zijn honderden broedvogeltellers in Nederland. De uitschieters, naar boven en beneden, worden dan vanzelf gecorrigeerd. De gemiddelden en de trends kloppen echt wel.'

Roerdomp. Baltsroep van mannetje tot op 5 km hoorbaar, zeer diep, uitademend, misthoornachtig whoemp, 3-8 maal herhaald met intervallen van 2,5 seconden. Van dichtbij ook inademende beginklank uh-WHOEMP en inleidend zacht gorgelen en snavelklapperen te horen. Beeld ANWB vogelgids van Europa, Illustratie: Karl Aage Tingaard, Vogels in Kleuren

Hoge frequenties

Terug naar het gehoor. De gehoordrempel bij mannen van zestig ligt gemiddeld op 4 kHz. De meeste vogelgeluiden vallen daar nog onder, maar veel vogelgeluiden liggen ook hoger, in het geval van het goudhaantje rond de 6 kHz. Albert de Jong relativeert: 'Het gaat in Nederland in feite om vijf of zes vogelsoorten die er wat betreft hoge frequentie kunnen uitvallen. Met de sprinkhaanzanger, de goudhaan, de staartmees, de buidelmees en de heggenmus ben je er al bijna. En aan de onderkant, qua lage toon, kan de roerdomp wegvallen.'

Maar, zegt Bijlsma, 'een vogelaar let als het goed is ook op roepjes en contactgeluiden. Vaak zachte geluidjes. Daardoor mis je veel, bij afnemend gehoor. Dat geldt ook voor geluiden op afstand.'

Goudhaan. Meest gehoorde roep een hoog, piepend zrie-zrie-zrie. Zang een cyclische herhaling (4-6 keer) van hoog, ritmisch pitIETIuu, eindigend met korte triller of Taigaboomkruiperachtig wijsje, zezesuZRIEo. Beeld ANWB vogelgids van Europa, Illustratie: Karl Aage Tingaard, Vogels in Kleuren
Albert de Jong (27) en Arend van Dijk (68) tellen vogels op het gehoor in het Nationaal Park Dwingelderveld in Drenthe. Beeld Harry Cock

Gehoorapparaat

Ook vogelonderzoeker en ervaringsdeskundige Leo Zwarts gelooft dat de invloed van afnemend gehoor op tellingen aanzienlijk kan zijn. 'Zelf had ik al heel vroeg een slecht gehoor. Het is net alsof je met een emmer op je hoofd door het bos loopt. ' Een gehoorapparaat helpt, zegt Zwarts, 'maar de drempel om zo'n ding in je oor te stoppen is veel groter dan het aanschaffen van een bril. Veel vogelaars wachten er lang mee.'

Zwarts deed vooral veel ervaring op met het tellen van watervogels. 'Dat gebeurt gewoon op zicht. Heel simpel: je kiest een vakje en kijkt wat er zit: vijf scholekster, twee wulp.' Deze absolute telmethode pasten Zwarts, Bijlsma en anderen ook toe in Afrika. In de Sahel telden ze boom voor boom Nederlandse en Europese vogeltjes die aldaar overwinteren, op zicht en gehoor. Een sterk staaltje calvinisme in de Sahel. In de verzengende hitte bleven de onderzoekers net zo lang bij een boom staan totdat ze zeker wisten dat ze alle vogeltjes in die boom (vaak nul) hadden geteld. Dat leidde, uiteindelijk, tot een bijna honderd procent nauwkeurige bepaling van de absolute aantallen.

Staartmezen

Ondoenlijk in Nederland natuurlijk, geeft Zwarts toe, alleen al omdat de bomen hier niet verspreid staan in het land, maar dicht op elkaar. Voorlopig blijft het gehoor dus cruciaal bij de tellingen in Nederland. Rob Bijlsma: 'Het is maar wat je wilt met tellingen. Als je, zoals ik, iets wil weten over de ecologie van soorten, dan is de waarde nihil. Om een algemene trend te detecteren zal het aardig in de buurt komen. Maar dan nog moet je altijd valideren met andere reeksen en op andere manieren.'

Dat doet Sovon wel degelijk, aldus De Jong. Wel heeft Sovon zich voorgenomen, zo zegt hij, 'om samen met het CBS nog eens goed te kijken naar de datareeksen van een aantal lastig te horen soorten'.

Op de mooie lentedag in Drenthe blijkt overigens vooral dat Arend van Dijk op 68-jarige leeftijd nog altijd een uitstekende vogelteller is. Alleen tussen de tellingen door blijkt dat hij af en toe iets mist, of later opmerkt dan Albert de Jong. Op de heenweg, tijdens de wandeling richting een telpunt, houdt De Jong halt onder een boom: 'Staartmezen', zegt hij, en wijst omhoog. Maar Van Dijk zegt: 'Ik hoor ze niet.' En op de terugweg roept De Jong opeens: 'sprinkhaanzanger, sprinkhaanzanger!' Arend van Dijk klimt over een hek en spoedt zich richting pitrussen waarvandaan het geluid kwam. Maar de sprinkhaanzanger houdt zich inmiddels stil. Op de valreep, als de wegen zich scheiden, steekt De Jong opnieuw zijn vinger op: 'Goudhaantje!' Hij is de enige die het heeft opgemerkt.

Staartmees. Roep van rusteloos rondtrekkende groepen. Een scherp, drielettergrepig srieh-srieh-srieh en een enigszins explosief zerrr. Ook een klikkend pt (of zepp); bij opwinding een langgerekte, hoge triller. Zang nogal zacht, kwetterend, zelden te horen. Beeld ANWB vogelgids van Europa, Illustratie: Karl Aage Tingaard, Vogels in Kleuren

De uitslag

Telproeven Albert de Jong en Arend van Dijk, Dwingelderveld e.o.

Telling 1
Totaal waarnemingen 24. Overlap: 12. (50 %)

Telling 2
27 - 21 (74%)

Telling 3
18 - 9 (50%)

Telling 4
28 - 21 (75%)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden