Hoop voor vergeten Gelderse parken

Bijna niemand kent ze nog, de historische landgoederen van Gelderland. Dat komt doordat ze worden volgebouwd, of verwaarloosd. Moeten de parken in ere worden hersteld?...

Een spectaculair panorama. Daar ging het de bankiers en advocaten uit Amsterdam om toen ze in de negentiende eeuw hun landgoederen situeerden op de zoom van de Veluwe. Nergens zoveel hoogteverschil, nergens zoveel zicht op uiterwaarden en rivieren.

Maar o, de vooruitgang: precies op de hoofdzichtlijn van het landgoed Sonsbeek in Arnhem staan nu de knalgroene en lichtblauwe kantoortorens van Ben van Berkel.

Was de ontwerper van het nieuwe Arnhemse stationsgebied zich ervan bewust geweest, dan waren de torens er wellicht niet gekomen – of had hij er tenminste goed over nagedacht. Nu snijden ze rigoureus in het vergezicht. En laat dat nu net een van de kernkwaliteiten zijn van de Gelderse landgoederen, zegt Elyze Storms-Smeets, historisch geograaf van het Gelders Genootschap.

Op de zuidelijke rand van de Veluwe rijgen zich honderd historische landgoederen aaneen met lanen, sprengen (uitgegraven beken), cascades (trappen van water), panorama’s en grote hoogteverschillen. Dwars door de gemeenten Wageningen, Renkum, Arnhem Rozendaal en Rheden. Niemand die het door heeft, niemand die zich er iets aan gelegen lijkt te liggen.

Er staan wel bordjes aan het begin van een bos, de Oorsprong, de Bilderberg of Mariëndael, maar dat de landschapsparken zeer nauwgezet zijn bedacht – dat het dus om cultuur gaat en niet om natuur – heeft de argeloze wandelaar nauwelijks de gaten. Alleen als er nog een kasteel er of een buitenplaats (zomerhuis) staat is er enige notie, maar zonder dat ‘hart’ lijkt het landgoed een bos als alle andere.

Landgoederen als deze staan toenemend onder druk. ‘Gemeenten laten ze versnipperen door wegen en woningbouw’, zegt Storms-Smeets. Het Gelders Genootschap (de vereniging van gemeenten die zich bezighoudt met ruimtelijke kwaliteit) wil de verwaarlozing van de kwetsbare landgoederenzone stoppen. Storms-Smeets maakt dit jaar een atlas met een ruimtelijke analyse: hoe waren de landgoederen oorspronkelijk ontworpen, wat is er nog van over en wat moet er bewaard blijven? Ook brengt zij eigenaren bijeen in werkateliers, waar ze bijvoorbeeld kunnen leren hoe het beheer van een landgoed rendabel kan worden gemaakt. Het project heet het Nieuw Gelders Arcadië.

Het beste voorbeeld van de opgang en ondergang van een landgoed is Beekhuizen, nu hét uitloopgebied van de inwoners van Velp. Het is een van de grootste middeleeuwse landgoederen, maar volkomen vervallen. Het landgoed was ooit, volgens Storms-Smeets, ‘een juweeltje’; een uiterst esthetisch landgoed, door kenners als ‘dramatisch landschap’ getypeerd.

Eigenaar Baron van Spaen (1746-1827) wilde dat de wandelaar vanuit het licht in het donker zou komen, en door allerlei doorkijkjes in een bepaalde stemming zou geraken. Wat daaraan meehielp was het grote aantal follies; opzettelijk nutteloze, maar uiterst romantische bouwwerken als het kluizenaarshutje of de gigantische cascade. Overal stonden bordjes met tekstflarden en dichtregels.

‘Het moest een park zijn om te reflecteren’, zegt Storms-Smeets. ‘Gecreëerd uit trots en voor iedereen toegankelijk.’ Aan de vijver kon de wandelaar mijmeren, in het paviljoen na het theedrinken zijn gedachten achterlaten in het gastenboek.

Nam men de moeite om via het slakkenhuispad omhoog te klimmen dan wachtte daar op de Keienberg het ultieme panorama – tachtig kerken in de omgeving, het kasteel Biljoen (waarbij het park hoorde) en een verre schittering van de IJssel.

Nergens in Nederland is een park te vinden op dit niveau, alleen in Engeland, zegt Storms-Smeets. De reden? Het reliëf in het natuurlijke landschap leende zich goed voor een park als een Zwitserse ansichtkaart. ‘Dat land gold toen als een uiterst exotisch oord. Neem de dennenboom, die werd toen pas geïntroduceerd.’

Het voetpad slingert ook nu nog pal naast de spreng, maar de grote fontein en de rest is verdwenen. Er is niets meer van de plaatjes, die Storms-Smeets bij zich heeft, over. Bomen versperren de doorkijkjes, bladeren het uitzicht. Natuurmonumenten, de grootste eigenaar van Beekhuizen, heeft er zijn natuurvisie op losgelaten. Het park is volgegroeid, de zichtlijnen zijn niet bijgehouden, de overgangen kloppen niet meer, zagen de cultuurhistorici die zich tijdens het werkatelier bogen over de toekomst van het landgoed.

‘Het mooie is dat Natuurmonumenten dat zelf in de gaten heeft, en nu bereid is een cultuurhistorisch plan te maken’, zegt Storms-Smeets. Maar moet het park terug naar af? En zo ja, wie betaalt daarna het enorme onderhoud? Een hek eromheen, en entree heffen naar Engels voorbeeld is geen optie. ‘Het zou een economische drager van jewelste zijn, maar Natuurmonumenten wil dat niet. Het park moet openbaar blijven.’

Daar legt het Gelders Genootschap zich bij neer. De vereniging houdt zich strikt aan de rol van neutrale adviseur. ‘Het gaat ons om de discussie. Het samen brengen van mensen die erover gaan.’

Kan het adviesbureau niet iets meer sturen in deze taaie ruimtelijke materie? Storms-Smeets: ‘We zijn aan het denken om een paar voorbeelden van kansen voor landgoederen uit te werken. Zo ligt in en om het dorp Oosterbeek een cluster van wel tien landgoederen. Die landschappen trokken voorheen veel schrijvers en schilders. Daar moet iets mee te doen zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden