Hoop op een modern China als democratische rechtsstaat blijkt een illusie

Commentaar

Dat China zich zou voegen in het patroon van de westerse modernisering, is een illusie gebleken.

In de straten van Peking zijn al posters gesignaleerd met Xi Jinping en Mao Zedong broederlijk naast elkaar als Grote Roergangers. Foto anp

In de straten van Peking zijn al posters gesignaleerd met Xi Jinping en Mao Zedong broederlijk naast elkaar als Grote Roergangers van land en partij in heden en verleden. Het is letterlijk een teken aan de wand dat wijst op een koerswijziging in de vorm van een U-bocht sinds Deng Xiaoping in 1980 afrekende met het even chaotische als totalitaire regime van Mao.

Xi poseerde de afgelopen vijf jaar als een bedachtzame leider van een zelfbewuste, maar ook moderne, betrouwbare en zich verantwoordelijk gedragende grote mogendheid. Westerse leiders verwelkomden het nieuwe China als medespeler in de economische wereldorde.

Algemeen werd in het Westen verwacht dat economische integratie niet alleen van China op den duur een markteconomie zou maken, maar ook een ontwikkeling naar een democratische rechtsstaat op gang zou brengen. Naarmate de middenklasse zou groeien in aantal, welvaart en in contacten met het Westen, zou voor steeds meer Chinezen de smaak van de vrijheid onweerstaanbaar blijken, was de gedachte.

De besluiten van het Volkscongres halen deze verwachtingen ruw onderuit. Xi laat in de Chinese grondwet vastleggen dat er geen limiet is aan zijn machtsuitoefening als president, dat 'het Xi Jinping-denken' voortaan leidraad voor de natie is en dat China wordt geleid door een enkele partij: de Communistische Partij.

Terwijl Xi onder het mom van corruptiebestrijding al met politieke rivalen heeft afrekend, wordt nu het vervolgen van politieke vijanden, andersdenkenden en eigengereide overheidsfunctionarissen sterk geïntensiveerd. Repressie van dissidenten en media wijst in dezelfde richting: de heropbouw van een autoritaire controlestaat.

Het China van Xi zal zijn toegenomen economische en militaire macht inzetten om zijn invloedssfeer uit te breiden. Dit geldt zeker voor Oost-Azië en wellicht voor Taiwan in het bijzonder. In plaats van zich te blijven koesteren in de ijdel gebleken hoop dat China zich zal voegen in het patroon van de westerse modernisering, zal het Westen waakzaam moeten zijn, de rijen moeten sluiten en vastberaden moeten optreden tegen misstanden en wangedrag.