Hoogtijdagen van de Ba'ath lijken voorbij

In Syrië wordt deze week een congres gehouden van de regerende Ba'ath-partij. Door velen wordt dit congres gezien als de laatste mogelijkheid om het regime van binnenuit te hervormen....

Ayman Abdel Nour is een van de grote voorbeelden van de nieuwe generatie van kritische, hervormingsgezinde en westers georiënteerde Syriërs. Hij is een politiek waarnemer, geeft een verboden bulletin uit dat alleen per e-mail mag worden verspreid en hij wordt gretig door de buitenlandse pers geciteerd. En toch is hij lid van de regerende Ba'ath-partij, die zich maar niet lijkt te kunnen hervormen.

De Ba'ath is zoals Abdel Nour het voorstelt niet een partij, maar een beweging waar twee miljoen van de 17 miljoen Syriërs bij aangesloten zijn. 'Ga ervan uit dat de gemiddelde familie hier vijf mensen telt en je hebt een netwerk van tien miljoen mensen. Je hebt alle verschillende ideologieën binnen de Ba'ath.'

Partij of beweging, de 'Arabisch Socialistische' Ba'ath domineert Syrië al sinds begin jaren zestig. Tien jaar later legde Hafez al Assad, de vader van de huidige president Bashar, de rol van de partij als 'leidende kracht in de staat en de maatschappij' vast in artikel acht van de grondwet. Maar de hoogtijdagen van de Ba'ath lijken voorbij te zijn. In een land waar 57 procent van de bevolking onder de 24 is, behoort meer dan de helft van de leden tot een steeds ouder wordende minderheid.

Het zijn helaas vooral deze oudgedienden, 'dinosaurussen', zegt Abdel Nour, die deze week bijeen zijn op het belangrijke en met veel tamtam aangekondigde congres van het 'Regionale Commando' van de partij om over hervormingen te praten. Het wordt door velen binnen en buiten Syrië gezien als een laatste kans voor het regime om van binnenuit geleidelijk te veranderen. De signalen zijn echter niet bemoedigend, want in de aanloop naar het congres hebben de autoriteiten tientallen opponenten opgepakt.

De druk van buitenaf neemt toe. Amerikanen en Europeanen willen dat Syrië een 'constructievere' rol gaat spelen in de regio. Ook de economische druk neemt toe. Syrië komt steeds verder achter te liggen in de globaliserende wereldeconomie en heeft te maken met toenemende werkloosheid onder de snel groeiende bevolking, die er steeds minder vertrouwen in heeft dat de Ba'ath alle antwoorden heeft. De partij houdt het land slechts in de greep omdat alle 700 duizend manschappen van het leger en de veiligheidsdiensten verplicht lid zijn.

De Amerikaanse hoogleraar Joshua Landis, die met een Syrische vrouw is getrouwd en vanuit Damascus een veelgelezen blog over het land schrijft, kan op zijn balkon kleurrijke verhalen vertellen over het Ba'ath-gehalte van zijn schoonfamilie .

Vroeger, zegt Landis, was het hele

schoolsysteem totaal doordrongen van de Ba'ath. Toen zijn zwager 14 was, werd hij gevraagd voor de Ba'ath jeugd-parachutisten, de elite van de jeugdbeweging. De jongen kreeg een gouden ster opgespeld en een pistool en de opdracht klappen uit te delen als wie dan ook zich laatdunkend durfde uit te laten over de president, de partij of het land.

Als jongetje vond hij het prachtig en hij zette zijn zin door toen zijn moeder het hem wilde verbieden omdat ze het een enge bedoening vond. Nu kan hij erom lachen en is het toch een aardige kerel geworden,

zegt Landis. Sinds Bashar al Assad in 2000 aan de macht kwam, heeft de Ba'ath de teugels iets gevierd op school. De speciale lessen zijn afgeschaft, al is er nog wel een klas in socialisme en maatschappijleer die stijf staat van de ideologie en verwijzingen naar 'de onsterfelijke leiders' vader en zoon Assad .

Maar de teloorgang van de Ba'ath op de scholen is niet bemoedigend voor de rest van het systeem. De discipline die de partij verschafte ontbreekt nu vaak, vertelt Landis. Het is een illustratie van de vrees van veel Syriërs voor al te onstuimige ontwikkelingen. Als de partij verdwijnt, zou wel eens de chaos kunnen volgen. Het grote voorbeeld is buurland Irak, dat ook werd bestuurd door een Ba'ath-partij .

Landis kijkt uit op het kantoor van de Syrische communistische partij, waar hamer en sikkel nog op de gevel prijken. De partij heeft zich gelieerd aan het door de Ba'ath geleide Nationale Progressieve Front, het enige forum waar partijen gedoogd worden. Landis zegt de partijleider af en toe naar het kantoor te zien komen. Niet zo vaak, in een dikke Mercedes, om te kijken of het gebouw er nog staat.

Geld en banen hebben altijd een grote rol gespeeld in de Syrische politiek. Het Zaim-systeem, van de politieke bazen die een cliëntelistisch stelsel bestieren, heeft zich ook binnen de Ba'ath-partij gevestigd. De bevolking ziet de Ba'ath, Arabisch voor renaissance, nu dan ook vaak als de bron van de corruptie, niet de oplossing ervoor die de partij nog altijd beweert te zijn.

Er wordt veel gesproken over het volgen van een 'Chinees' model in Syrië -economische liberalisering zonder politiek de teugels al te veel te laten vieren. Maar Syrië is China niet en de effecten van de voorzichtige economische hervormingen van de afgelopen jaren zijn al te voelen in de politiek. De iets grotere ruimte voor de private sector leidt al tot een sterke afname van het aantal jongeren dat geïnteresseerd is in de Ba'ath.

Waar de partij vroeger vrijwel garant stond voor een baan, weigeren tegenwoordig juist veel privébedrijven, waar de beste salarissen verdiend worden, om Ba'ath-leden aan te nemen. Volgens Landis is dat omdat de partij allang niet meer de beste mensen aantrekt. Abdel Nour meent echter dat het is omdat veel mensen nog altijd het idee hebben dat Ba'ath-leden allemaal spionnen zijn voor het regime, 'en dat is allang niet meer zo', zegt hij enigszins verongelijkt.

Abdel Nour gelooft nog altijd in de partij, maar die moet dan wel hervormen. Hij ziet de Ba'ath als een seculier bolwerk tegen de dominantie van religieuze en regionale belangen. 'Ik ben christen en het is logisch dat ik bij de Ba'ath hoor. De oprichter van de Ba'ath, Michel Aflaq, was een christen. Als wij alleen een christelijke partij zouden hebben, zouden we machteloos zijn.'

Hij meent dat de Ba'ath best verkiezingen zou kunnen winnen. 'We hebben competitie nodig, dat houdt je puur en alert. Zonder competitie verslap je en komt er rot in het systeem.' Hij is niet bang voor het spook van de radicale islam dat veel Ba'ath-leden oproepen als ze de dominantie van de partij rechtvaardigen. Begin jaren tachtig vermoordde de fundamentalistische Moslim Broederschap honderden Ba'ath-leden en regeringsfunctionarissen. Het regime sloeg keihard terug en doodde vele duizenden mensen in de opstandige stad Hama. Maar Abdel Nour meent dat de politieke islam nooit meer dan 10 tot 15 procent van de stemmen zou krijgen in Syrië.

Parlementslid Mohammed Hallack van de Ba'ath meent dat hij al verkiezingen heeft gewonnen. 'Ik heb meer stemmen gekregen dan andere, hogere Ba'ath-leden', zegt hij trots. In het onmachtige parlement zijn 167 van de 250 zetels gereserveerd voor het NPF, en de Ba'ath bezet daarvan 132. Hallack zegt dat er onlangs twee partijen zijn toegetreden tot het NPF, communisten en Syrische nationalisten en dat daarmee de uitbreiding van de politieke vrijheid al is uitgevoerd. Hervormingen moeten langzaam gaan, de ideeën zijn nog niet rijp.

In het 'Ba'ath gebouw' in Damascus, langs de weg naar Beiroet, probeert ook hoofdredacteur Elias Mourad van de krant B a'ath de balans te bewaren tussen de door de president zelf aangekaarte noodzaak voor veranderingen en de stelling dat de Ba'ath altjd al democratisch, open en progressief was. Uiteindelijk komt hij terug op een van de weinige stokpaardjes waar de Ba'ath nog redelijk op kan vertrouwen, de strijd tegen Israël: 'We moeten sterk blijven. Ons land is nog bezet en zelfs daarna moeten we de Arabische eenheid bewaren. Dat kan alleen onder de Ba'ath .'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden