Hoogtij of decadentie

Honger wordt een luxe. De feesten hebben elkaar zo snel opgevolgd, chanoeka, kerst, oud en nieuw en weekenden vielen na en over elkaar, dat er geen dag meer overbleef om de maag rust te gunnen....

Het begon goed. Op 18 december opende de tentoonstelling van kunstenaar Zeger Reyers met een 'kerstshow'. Het permanente deel is nog steeds te zien in Stroom, centrum voor beeldende kunst aan de Toussaintkade in Den Haag. Een onderliggend thema van de show was overdaad en verspilling. Zeer van toepassing op het seizoen en niet minder op ons tijdperk.

De vloer lag verborgen onder een dik sneeuwtapijt van honderd kubieke meter fijngemalen piepschuim. De sneeuw reikte tot aan de knieën. Wie daarin iets verloor, kon het nooit meer terugvinden. Er schijnt nog steeds een portemonnee in de sneeuw te liggen. Misschien een stimulans om op de tentoonstelling te gaan rondkijken.

Veertig kerstbomen waren ook helemaal besneeuwd. Alles was verblindend wit en steriel, zoals in de jaren zestig het jaar 2000 werd voorgesteld. Midden in de ruimte zat iets met kleur: een vette kikker, gemaakt van knalrode lippenstift. Deze symboliseerde volgens Zeeger de fantasie, de droom en het sprookje waarin wij ons bevonden.

Een deel van de ruimte was gereserveerd voor een levensgroot, langzaam ronddraaiend edelhert, eveneens stralend wit, op een paar helderrode ogen na. De gasten mochten er op schieten met pijl en boog. Tweehonderd pijlen stonden klaar. Een jongetje trok een gezicht vol wreedheid telkens als hij de boog probeerde te spannen, maar het lukte niet raak te schieten. Toen anderen dat wel deden, begon het beest te bloeden.

Het bloed was niet alarmerend rood, zoals bij echte jachtpartijen in de sneeuw, maar had zachte pasteltinten. Roze, paars en blauw dropen langs het witte dier. Het bleef een droomwereld. 'Wat uit het hert komt, is de jus. Dat is ons eten', zei Zeger. Vervolgens mengde hij gips met voedingskleurstof en water tot een pastelkleurige saus. Deze werd in blikjes gegoten. Mensen in witte, futuristische pakken zetten de blikjes op bladen en droegen ze naar een ander deel van de ruimte.

Daar stond op tafel een gigantische berg serviesgoed gestapeld. Iedereen was bang dat er iets zou vallen en breken, maar er werden geen brokken gemaakt. De mensen in de witte pakken goten de blikjes gipssaus leeg over het servies. Een totaal van 1300 kilo gloednieuw porselein werd zo onbruikbaar. Doodzonde, want er was nog nooit van die borden gegeten. Pure verspilling.

'Mijn hart doet pijn als ik zo veel servies naar de kloten help', zei Zeger, al maakt hij er wel kunst van die waardevoller is dan gewone vaat. 'In hoeverre tolereer je verspilling binnen je werk, terwijl je er toch tegen bent? Maar ja, dan zou alle kunst verspilling zijn.' Dit soort materialen is voor kunstenaars beschikbaar. Zeger laat de overvloed van de maatschappij zien door het kostbare materiaal te gebruiken.

Hij wordt wel verdrietig van het feit dat groentes worden doorgedraaid en prijzen kunstmatig hoog worden gehouden, maar dankzij de overvloed krijgt iedereen wel alle kansen. Hijzelf geniet er fijn van mee. Zijn werk is geen felle kritiek op de maatschappij. Het is toegankelijk en leuk voor alle leeftijden.

De lege blikjes werden op een hoop gegooid om het afval te tonen. Zeger beweert zijn best te doen niet te esthetisch te zijn, maar daarin heeft hij dan gefaald. Zelfs de vuilnisberg van zilveren blikjes fonkelt helder in de sneeuw. Inmiddels was er een prachtig hert geschoten, waren er allerlei dingen geprepareerd, was er een gigantische berg vaat die voor altijd onbruikbaar zou blijven, maar nog steeds had niemand iets gegeten, op een paar gekleurde zoutjes na.

De maaltijd was geheel geestelijk. Geestverruimende drank en gekleurde sigaretten werden wel gepresenteerd. Meisjes met hertenmaskers op en met absurd lange wimpers verleidden de gasten door, lief als Bambi, met hun ogen te knipperen. Vervolgens offreerden ze margarita's. Een man in Tirools jachtkostuum had een kraantje in zijn dikke buik, waaruit blauwe Apfelkorn kwam.

'Decadent', zei een dame. Letterlijk betekent dat 'in verval', maar zo wordt het niet bedoeld. Het slaat meestal op culturele degeneratie en wat daarvoor doorgaat. De nazi's vonden alle moderne kunst decadent. 'Decadentie?', riep Zeger: 'Het zijn juist hoogtijdagen.'

'Fin de millénaire' riep een ander, refererend aan onze voorouders in de negentiende eeuw, die 'fin de siècle' riepen (naar het gelijknamige Franse blad), als de maaltijd wat overdadig was uitgevallen, terwijl moeders korset te strak zat om te kunnen eten. Ze excuseerden zich voor hun luxe door te refereren aan het jaartal.

In diezelfde negentiende eeuw stelde men zich voor dat het overschrijden van een millennium een nog veel grotere impact zou hebben op de menselijke psyche. Negentiende-eeuwse schrijvers en historici maakten zich achteraf wilde voorstellingen van de toestanden die zich in het jaar 999 zouden hebben afgespeeld. Zij schreven over massapsychose. Angst, omdat het duizendjarig rijk van Christus ten einde zou komen.

Dat betekende de Apocalyps, het einde van de wereld. Gebouwen werden niet meer afgebouwd, boeken niet meer gekopieerd. De gevangenissen zouden zijn opengegooid, terwijl de gevangenen hun straf wilden uitzitten. Stropers zouden zich vrijwillig hebben aangegeven bij hun landheren. De voorstellingen lijken nu een beetje overdreven. Er zijn niet meer bewijzen van apocalyptisch denken uit de late tiende eeuw te vinden dan uit andere periodes van de geschiedenis.

Nu wij bijna het nieuwe millennium ingaan, moeten we de negentiende-eeuwers teleurstellen. Het christendom en het apocalyptisch denken staan op een laag pitje. De komst van een nieuw millennium maakt weinig indruk. Anderzijds zijn zaken als vrije seks en drugs die in het tijdschrift 'Fin de siècle' beschreven stonden, nu gemeengoed geworden. Het hedonisme is vele malen toegenomen, maar niemand gebruikt de komst van een nieuw millennium als excuus.

'Het hele jaar 2000 is een gefabriceerde hetze', zei Zeger. 'Maar ik doe er graag aan mee. De mensen willen toch verneukt worden. We doen met deze show niet anders: een heleboel poeha om voor veel geld alleen een worst te verkopen.'

Maar er was niet eens een worst op de show. Wel kreeg ieder een kikkertje van lippenstift mee naar huis. Volgens Zeger 'om iedereen de moed te geven in dromen te blijven geloven'. Enkele verbaasde gasten pakten hun kikkertje uit, nog voor ze in de auto stapten. Ze namen er een hap uit, waarschijnlijk in de veronderstelling met een bonbon van doen te hebben. Of ze waren volkomen uitgehongerd. Wat een luxe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden