Terugblik 2013

Hoogtepunten: 'Politici zijn voor mij net als rivaliserende Afghaanse bendes'

2014 is in zicht, Volkskrant.nl kijkt nog één keer achterom. Elke dag tot aan oudjaar doen de politiek redacteuren van de Volkskrant verslag van een persoonlijk hoogtepunt of memorabel moment uit het politieke jaar 2013. Natalie Righton keerde in 2012 terug uit Afghanistan en betrad afgelopen februari het strijdtoneel van het Binnenhof. 'Politieke partijen zijn voor mij net als rivaliserende Afghaanse bendes. Maar Nederlandse krijgsheren strijden liever met woorden.'

PVV-leider Geert Wilders in debat met permier Rutte. Beeld null
PVV-leider Geert Wilders in debat met permier Rutte.

Het is koud en ik glibber op hakken over de sneeuw die het Binnenhof bedekt. Het is maandag 4 februari en mijn eerste dag als politiek verslaggever in Den Haag, na drie jaar correspondentschap voor de Volkskrant in Afghanistan. Ik heb mijn boerka afgedaan en loop nu in een Westerse outfit mijn nieuwe wereld tegemoet.

Is het niet vreselijk saai om na drie jaar Afghanistan nu in politiek Den Haag te werken? Zo luidt de meest gestelde vraag aan mij sinds ik mij weer in Nederland heb gevestigd. Het antwoord is nee. Niet meer constant over mijn schouder kijken is niet saai, maar een levensbehoefte waar ik nog elke dag van geniet.

Bovendien, zo wezenlijk anders is het ambachtelijke journalistieke werk in Den Haag niet, merk ik al op die eerste dag op het Binnenhof. Politieke partijen zijn voor mij net als rivaliserende Afghaanse bendes die ik heb ontmoet, met elk hun eigen krijgsheer. Het grote verschil is dat de krijgsheren hier 'fractievoorzitter' heten en dat ze in Afghanistan elkaar overhoop schieten als ze het oneens met elkaar zijn, terwijl Nederlandse politici liever strijden met woorden.

Schrijf het op, maar niet met mijn naam erbij
Die eerste dagen snap ik nog weinig van die woorden van Nederlandse politici. Zo vertelt een Kamerlid aan mij en Volkskrant-collega Jan (die mijn rondleidt) 'off the record' iets over een stiekeme briefing van defensie die hij zojuist heeft gekregen. Jan ziet er mogelijk een verhaal in. 'Maar dat kan toch niet als we dit off the record van hem hebben gehoord?', vraag ik aan Jan. In Afghanistan betekent off the record namelijk: dit mag je niet opschrijven. Jan lacht. In Den Haag blijkt het te betekenen: schrijf het alsjeblieft op, maar niet met mijn naam erbij.

Intern overleg in de wandelgangen: vicepremier Asscher met PvdA-leider Samsom. Beeld null
Intern overleg in de wandelgangen: vicepremier Asscher met PvdA-leider Samsom.

Nederlandse politici spreken überhaupt een taal die ik die eerste dagen nog niet goed begrijp. Zo hebben ze het constant over AO's, VAO's, 'stemmingen', en 'weten wat er leeft in het land'. Ik pas mijn truc uit Afghanistan toe om mij door de gesprekken te worstelen. Ik luister dus niet zozeer naar wat de krijgsheren zeggen, maar ik observeer hun lichaamstaal en de toon van hun stem. Daaruit kun je bijna net zo goed opmaken wat iemand wil zeggen.

Zo is een van de eerst personen aan wie ik word voorgesteld D66-leider Alexander Pechtold. Hij zit in een statige kamer uitkijkend over het Plein, met houten parket op de vloer, een hoog plafond met dito ramen. Officieel is hij oppositieleider, maar zijn kamer ademt niet de sfeer van protest (zoals bij de SP), maar oogt juist als een oude studiekamer van een staatsman. Het enige dat nog ontbreekt is dat Pechtold een whisky inschenkt en een dikke sigaar opsteekt. Ik kijk naar hem en zie hoe hij achterover leunt in zijn stoel en iets vertelt over de democratie, met brede armbewegingen. Hij wordt geflankeerd door twee jongemannen, in pak, die tijdens het gesprek druk met hun I-phone in de weer zijn. Ze zeggen af en toe iets tegen hem over 'belangrijke afspraken'. 'Zou hij staatsman willen worden?', denk ik als ik het plaatje zo bekijk. Als ik het later vraag aan Jan, glimlacht hij.

Ergens anders in het Tweede Kamergebouw treffen we PvdA-leider Diederik Samsom. Het is de eerste keer dat ik hem hoor praten, want in Afghanistan had ik geen toegang tot Nederlandse televisiebeelden of de radio. Ik las slechts zijn woorden, via een zeer trage internetverbinding. In de late zomer van 2012 las ik dat hij ineens heel populair werd. Mijn vrienden zeiden dat dit kwam door televisiedebatten waar hij aan meedeed. Dat deed hij kennelijk erg goed. Het klopt als ik hem in het echt hoor. Een begenadigd spreker.

Alsof we een oude buurman tegenkomen
Ik kom ook premier Mark Rutte tegen, toevallig buiten op straat. Hij loopt alleen met een voorlichter over het Plein in Den Haag en groet mij en omstanders. Alsof we een oude buurman tegenkomen. Ik zie nergens bewaking. Dit zouden ze in Afghanistan nooit geloven. Daar gaat onze premier, zijn linkerhand losjes in de jaszak. Wat een veilige wereld is Nederland toch.

D66-leider Alexander Pechtold. Beeld null
D66-leider Alexander Pechtold.

Dat gevoel word versterkt als ik verder loop en rechts het ministerie van Defensie zie liggen: zie ik daar nou echt minister Jeanine Hennis aan een bureau in haar werkkamer zitten? Achter het glas, voor iedereen te zien? Dat er in Nederland geen zandzakken voor de deur van Defensie liggen of mannen met machinegeweren de deur bewaken, begrijp ik nog wel. Maar zoveel openheid verrast mij toch. Nederland is kennelijk toch nog veiliger dan ik dacht.

Behalve voor één man op het Binnenhof, merk ik snel genoeg. Voor mijn kennismakingsgesprek met Geert Wilders moet ik ineens wél door een detectiepoort en langs bewapende mannen met kogelvrije vesten. De voorlichtster verontschuldigt zich. Wilders praat ontspannen, onder meer over zijn doelen op het Binnenhof. Hij vraagt naar mijn ervaringen in Afghanistan en ik vertel hem hoe heerlijk het is om in Nederland weer over straat te kunnen zonder over je schouder te hoeven kijken. Ik leefde maar drie jaar zo, hij al negen jaar, realiseer ik mij ineens in zijn werkkamer. Wat zou hij het meeste missen? Als ik hem later in het Kamergebouw een interview zie geven aan journalisten en zijn bewakers om hem heen zie cirkelen, voel ik een mengeling van medelijden en bewondering voor zijn moed om dit leven met zoveel bedreigingen vol te houden.

En zo zet ik samen met collega Jan mijn wandeltocht door de krochten van het Tweede Kamergebouw voort, we leggen vele kilometers af. Tijdens een ontelbare hoeveelheid koppen koffie verzamelen we informatie over een nieuwe militaire missie naar Mali, de nog te kopen straaljager JSF, het sluiten van enkele diplomatieke posten en dat schrijven we op. Waarna de krant het voor u afdrukt of op internet zet.

Waar gáát dit over?
Inmiddels is het december, elf maanden na mijn vuurdoop in politiek Den Haag en nog steeds begrijp ik de taal van politici regelmatig niet. 'Waar gáát dit over?', roep ik wel eens over de redactievloer. 'Houd dat gevoel vast!', zegt mijn chef dan. Op dat soort momenten denk ik ook wel eens terug aan VVD'er Hans van Baalen, met wie ik in die beginperiode eens lunchte. Als ik niet wist waarom iets in Afghanistan gebeurde, dan was het antwoord meestal 'geld', zo vertelde ik hem. Hoe zat dat in Den Haag? Wat was het grootste geheim van het Binnenhof? Van Baalen leunde samenzweerderig over het tafeltje waaraan we zaten in een café aan het Plein en zei: 'Politieke verslaggevers geloven graag in complotten. Maar dat is meestal niet aan de orde. Als er iets op het Binnenhof gebeurt dat je niet begrijpt, is het antwoord meestal toeval of stupiditeit.'

Minister Jeanine Hennis van Defensie in de Tweede Kamer in gesprek met commandant der strijdkrachten Tom Middendorp. Beeld null
Minister Jeanine Hennis van Defensie in de Tweede Kamer in gesprek met commandant der strijdkrachten Tom Middendorp.

Elf maanden later kan ik mij ook nog steeds verbazen over de relatieve veiligheid en de rust die in Nederland heerst. Letterlijk álle debatten die ik in de Tweede Kamer heb gevolgd (en dat zijn er inmiddels veel), zijn zonder geschreeuw verlopen. In Nederland schieten de krijgsheren elkaar niet alleen NIET overhoop, ze schelden elkaar zelfs niet een keer passievol de huid vol (zoals bijvoorbeeld Franse en Engelse parlementariërs wel graag doen). Hier in Den Haag bevechten onze leiders elkaar met keurige woorden. Tijdens een debat wordt iedereen met U aangesproken, via de voorzitter van de Tweede Kamer nog wel. Wat een beschaving, denk ik met regelmaat.

Ondanks al onze zorgen over de recessie, het welles-nietes-spel over de JSF-straaljager versus 6 miljard bezuinigingen, het woonakkoord en al die andere akkoorden die constant wankelen, de positie van de Tweede Kamervoorzitter. Ondanks dat alles: Nederland blijkt vooral een beschaafd, net land, waar bijna iedereen veilig over straat kan en niemand honger heeft. Er is geen oorlog. Het gaat best goed in Nederland. In de waan van de dag op het Haagse Binnenhof lijkt dit feit nogal eens te worden ondergesneeuwd.

Natalie Righton is politiek verslaggever van de Volkskrant, ze schrijft in het bijzonder over Buitenlandse Zaken en Defensie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden