Hoogtepunt was een air-jockey die geuren naar het publiek liet blazen

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een geurend schilderij van Marc Mulders en de jager-verzamelaar in ons.

Het werk van Amalia Pica, de Grote Kunstshow Beeld Ernst van Deursen

Amsterdam, 29 november

It's a long way from hunter-gatherers to washer dryers, zong Jarvis Cocker van Pulp in de jaren negentig, maar toen ik vorige week op de kunst-, antiek- en designbeurs PAN Amsterdam mijn lustig kopende seksegenoten bekeek, concludeerde ik dat die regels voorbarig waren: wasdrogers prima, maar jager-verzamelaars zijn we nog steeds.

Ook ik. Ook ik kan niet zonder het jagen-verzamelen, al is het bij mij meer jagen zonder verzamelen. Fanatiek jagen, dat wel. Hoe toepasselijk was het dus dat ik daags na de PAN in de Flatland Gallery de tentoonstelling Hunting aantrof!

En dat op een sowieso al jachtige dag. 's Ochtends was ik in het Rijksmuseum en daar zag ik een fraaie d'Hondecoeter, een peinzende ekster bij een stapel dood pluimvee, maar ook Modern Times, de recentelijk geopende fotocollectie. In de zaal met straatfotografen was het jachtseizoen in volle gang.

Als je met een bepaalde blik naar de foto's keek, leek elk onderwerp een buit. Het bij een autowiel hurkende spinnenkind van Helen Levitt: een voltreffer. Een wegdromende Marilyn Monroe aan een speeltafel: de ultieme trofee. Toen ik m'n hoofd boven een vitrine met naaktfoto's van Sanne Sannes bracht, zag ik m'n eigen gezicht weerspiegeld: twee roofzuchtige blikken werden één. Toen moest ik nog naar Flatland Gallery.

Daar geen onverschrokken straatfotografen; wel een prachtige, met veel oog voor kleur en beeldrijm ingerichte presentatie over de overeenkomsten tussen jagen en kunst maken. Die overeenkomsten, zeg ik met enige goede wil, zijn overtuigend. Bij beide draait het om concentratie, om verhevigd bewustzijn, wachten, wachten en dan toeslaan; de hendel in een keer overhalen, noemde Isaak Babel dat.

Enfin, wat zag ik? Twee jagers, van wie eentje in klassieke safari-outfit. Die figureerde op een fotovierluik van Paolo Venture; op elk beeld groeide het aantal dode vogeltjes aan zijn voeten. Wat ik ook zag: veel (potentiële) jachtbuit. Een angstig naar de lucht kijkende ganzenkolonie in een haarscherp winterlandschap, bijvoorbeeld (Kim Boske). Een karkas van keramiek, hangend aan het plafond (Maartje Korstanje). Er was een door knip-en-plakwerk lekker maf ogende neushoorn (Ruth van Beek). En er was een dode gans in een donker bos.

Die laatste figureerde op een foto van Cornelie Tollens; het lag op schoot bij een meisje, jong, bloedmooi, krullen als een uitslaande bosbrand, naakte torso als een ontluikende narcis. Wonderschoon was het, en licht ongemakkelijk. Jager-verzamelaars zijn we, en die dooie vogel hier was niet de enige prooi.

Amsterdam, 30 november

Wat u het afgelopen jaar al niet aan kunstuitleg geboden werd! Zo kon u luisteren naar een audiotour ingesproken door jongeren met een kater (Amsterdam), werd u aan de hand van uw emoties rondgeleid (Haarlem), kreeg u van tevoren bewegingsinstructies (Eindhoven), moest u als overgangsrite eerst een duistere mergelgrot doorkruisen (Cannerberg) of de ademnood van Joost Zwagerman verdragen (op tv). En dan volgde, zo hoopte men, begrip voor het kunstwerk, dat zelf immers niet spreken kan. En gelukkig was er toen de Grote Kunstshow.

Die vond vorig weekend voor de tweede keer plaats, een initiatief van het duo Johan Idema en Nina Folkersma: kunst (uit de Rabobankcollectie) op het podium van de Stadsschouwburg in Amsterdam, in theatrale setting: 'Kunst komt tot leven'. Hier mocht het publiek vrijelijk associëren, daartoe enthousiast aangespoord door presentator Lucas De Man, van wiens stem ik op slag weke knieën kreeg:

'Roept u maar, u kunt het niet fout doen.'

Info

Flatland Gallery, Hunting: The world of intense concentration, t/m 18/12, Amsterdam

Elf kunstwerken vormden een revue. Hoogtepunt was geurhistorica Caro Verbeek die een zogenoemde air-jockey geuren naar het publiek liet blazen bij een schilderij van Marc Mulders. Dat het schilderij de ruimte van het theater slecht verdroeg; soit. Dat Verbeek begon over de 'vele lagen' in het kunstwerk: jammer. Maar mij kon het weinig donderen. Compleet bedwelmd hing ik op het bankje, meegevoerd door achtereenvolgens terpentijn, muskus, ozon en eucalyptus. Beeld gaat boven het woord, dat is bekend, maar geur gaat boven alles.

Nu ik er over denk: in deze fijne show was het woord sowieso vaak de zwakke schakel. We zagen een beeld van Amalia Pica, kregen er een geluidscollage bij met precies genoeg informatie, maar het waren de theaterspots (het beeld bestaat deels uit gekleurde plexiglazen vormen) die het werk eenzaam en ontroerend maakten. Helaas verscheen daarna curator Ole Bouman, die met een zalvend opgedragen catalogustekst het zorgvuldig opgebouwde kaartenhuis uiteen blies.

Wat knaagde er? Wij zagen kunst, die hing eigenlijk een beetje te ver weg, en daarvoor stond iemand (een interviewer, een actrice, een curator) als doorgeefluik. Waarom eigenlijk? Ik bedoel: we waren toch in het theater? Zou men dan niet uit moeten pakken met iets...onbemiddelds. Iets groters. Iets meer theatraals. Daarom: vooruit met die trekkenwand, met die strijkers, geef ons meer volgspot, meer windmachine, meer onuitgesproken verdriet en wellust.

Laat de uitleggers thuis, schaf dat dooie interviewtje-op-de-barkruk af, en snoer mij en mijn collega's de mond. Wij zullen niets tegen de verzekering zeggen, eerlijk niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden