Hoogste punt bereikt, maar het huis is nog lang niet af

Na zeven magere jaren greep Ajax zondag zijn 30ste landstitel, goed voor de derde ster op het shirt. Over een bijzonder kampioenschap, over mysterieuze krachten in de sport.

Wanneer heeft Ajax mooi voetbal laten zien in 2010-2011? Voetbal dat vroeger Ajax-voetbal heette. Bijna nooit. Maar op de ultieme dag van het seizoen triomfeerde het boerenverstand, oftewel het verstand van De Boer, om de verse sporen van de revolutie van clubicoon Cruijff voor eventjes aan het zicht te onttrekken.


In een van de roerigste jaren uit de 111-jarige clubgeschiedenis vond Ajax zichzelf op 15 mei 2011, tegen half 5, terug op de catwalk der kampioenen, met een zilveren schaal in handen. De Arena liet zich gaan in euforie.


Het is de titel van het geluk, van het falen van de tegenstand. Het is de zege van de nieuwe trainer uit Grootebroek, zondag 41 jaar geworden. De nuchtere werklust van Frank de Boer, die zaaide én oogstte in een half seizoen, verdrong het gekrakeel van Cruijff en zijn kornuiten, met hun voorgenomen hervormingen bij vooral de jeugdopleiding, naar de achtergrond.


Het is ook de triomf van de spelers, zo jong en onervaren nog, die deden wat de coach van ze vroeg: foebele. Bijna nooit deden ze dat echt goed, maar wel weer met een plan, een Ajax-plan zelfs, met elan ook, en uiteindelijk met succes.


Wie Ajax door de jaren heen intensief heeft gevolgd, kon het laatste decennium bijna oneindig getuigen van een topclub in verval. Voor wie Ajax liefheeft, was het om wanhopig van te worden. Ajax is een broeinest van onvrede, ja, nog steeds. Het is een club met tal van denkrichtingen en gespreksgroepen, een club met onmetelijke trots die meestal in de ban is van Johan Cruijff, de grootste Ajacied in de geschiedenis. Hoeveel hebben we niet gehoord van de reuring in de ledenraad. Van FC Twente weten we niet eens of ze die hebben.


Wij zijn de besten, roepen ze graag bij Ajax. Het mantra klonk door het gebrek aan succes niet meer zo luid als vroeger, maar de stem diep binnen iedere Ajacied schreeuwt het nog steeds uit, en ontlaadde zich zondag als een catharsis.


Ajax was in zekere zin het lachertje geworden van het Nederlandse voetbal, de totempaal van leedvermaak. Het trachtte zijn naam opzichtig hoog te houden, maar werd links en rechts gepasseerd door clubs als AZ en FC Twente.


Dat is niet opeens anders nu, nu de eerste titel in zeven jaar is veroverd. Maar het kampioenschap geeft rust in een op hol geslagen club, om verder te bouwen aan weer een nieuw Ajax, met De Boer als trainer en, door de geformaliseerde invloed van Cruijff, mogelijk andere stuurlui die delven in de goudmijn van de club, de jeugdopleiding.


Rust was er bijna nooit, de laatste jaren. Het was rustig als het oproer op adem kwam. Trainers en directeuren vertrokken of werden ontslagen. Ruzies kregen hun beslag in de krant. Een vernietigend rapport verscheen, uit eigen kring.


Alle sores zijn simpel te herleiden tot de historie. Terwijl FC Twente al een paar jaar leeft in zijn droom, zwelgt een club die zo groot is geweest als Ajax al gauw in het verleden. Kijk naar de banieren in het stadion, met een oneindige opsomming van kampioenschappen en bekers. Geniet van de legendarische foto van Paul Huf in de perskamer, met de typerende opstelling van Nuninga, Cruijff, Swart en Keizer.


Maar die internationale grootheid was echt voorbij met het Bosman-arrest in 1995, dat het vrije verkeer van personen stimuleerde en daarmee de uittocht van talent. Eigen jongens vertrokken, en kopen is nooit een specialiteit geweest van Ajax. De beursgang, de verhuizing naar de Arena; de club groeide, maar het voetbal kromp. Ajax veranderde meer dan andere clubs en de wet van de remmende voorsprong werkte catastrofaal.


Wie dacht dat het leed geleden was, kwam elke keer bedrogen uit. Want in elk jaar sinds 2004 ging het weer fout. Een paar mislukte coups op de laatste dag van de competitie lieten het zelfvertrouwen wegvloeien in het afvoerputje van sportieve ellende.


Het seizoen 2010-2011 is uniek in zijn soort. Het begon in september, toen Cruijff in zijn column in De Telegraaf het spel veroordeelde na duels tegen Willem II en Real Madrid. Was dit Ajax? Ze moesten zich schamen.


Alle dammen rond de Amstel braken. Natuurlijk, Cruijff was vaker kritisch geweest, maar terwijl hij doorgaans aan de zijlijn bleef, infiltreerde hij nu, via zijn stromannen bij De Telegraaf. Met name de jeugdopleiding deugde niet, terwijl bijna geen club in Europa met zoveel voetballers van de eigen school acteert.


Intussen ging alles fout. Suarez beet PSV'er Bakkal, trainer Jol stapte op. Suarez en Emanuelson werden verkocht, spits Dost kwam op het laatste moment niet, voorzitter Coronel en directeur Van den Boog kondigden hun afscheid aan door het onverkwikkelijke overleg met het kamp-Cruijff.


Alleen het elftal bleef rustig. Althans, al die jongens van de door Cruijff zo bekritiseerde opleiding en een enkele kracht van buiten speelden bijna nooit echt goed, maar ze wonnen naarmate het seizoen vorderde steeds vaker en zagen FC Twente en PSV geregeld punten verspelen.


De onrust verscheurde de club, aan de stamtafel, ten kantore, langs de velden van jeugdcomplex De Toekomst. Hoofd opleidingen Olde Riekerink, normaal een stille werker, verdedigde zichzelf en zijn opleiding met verve. Elftallleider David Endt, het intellect van de club, bleef lachen op de vraag waarom ook hij wegmoest. Dat wist hij ook niet precies.


Niemand wist het nog precies. Alleen dat eerste elftal, die eigen bv binnen de nv Ajax, leek onaangedaan, met trainer De Boer als roerganger, een man uit één stuk die een broertje dood heeft aan gekonkel.


De werkers op het veld namen het nieuws voor kennisgeving aan of lazen het niet eens. Na de onnodige nederlaag in Den Haag dachten ze dat de kansen waren verkeken, maar de tegenstand bleef knoeien en bood nieuwe kansen.


Zes duels op rij zijn gewonnen, het was een fijne inhaalrace, op het nippertje genoeg om de schaal te omarmen. Vorig seizoen had Ajax 85 punten en 106 doelpunten gemaakt, goed voor de tweede plaats. Nu zijn er slechts 73 punten behaald en is maar 72 keer gescoord, maar is Ajax kampioen.


De Boer was meer gespannen dan als speler, maar hij zeurde nooit en behaalde zijn eerste grote succes als zelfstandige trainer.


De ene spits vertrok en aan de opstandige andere (El Hamdaoui) had hij weinig, maar hij bouwde met de stenen die hij had een fundament, om op 15 mei de vlag te hijsen. Het hoogste punt is bereikt, hoewel het huis nog lang niet klaar is.


Zelfs Cruijff, volgend seizoen bestuurslid, kan tevreden zijn. Hij stelde dat bij Ajax alleen het eerste elftal kampioen hoeft te worden. Dat is gelukt, reeds in het jaar van de door hem geëntameerde omwenteling.


Nu het voetbal nog.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden