Hoogpolige funk met brede grijns

Er werd wat afgegrijnsd vrijdagavond, toen het Belgische trio Aka Moon en drie gastgitaristen met aanstekelijk plezier het Bimhuis platspeelden....

Frank van Herk

Dat is een van de prikkelende paradoxen van deze muziek; een andere is dat ze stukken van een verbijsterende complexiteit zo smakelijk en direct lieten klinken.

Aka Moon is tien jaar geleden opgericht door altsaxofonist en componist Fabrizio Cassol, basgitarist Michel Hatzigeorgiou en drummer Stéphane Galland. Hun eerste inspiratie, en een deel van de naam, haalden ze uit een verblijf van enkele maanden bij de Aka-pygmeeën in Centraal-Afrika, waar alles, ook de muziek, collectief beleefd wordt.

De manier waarop die even en oneven maatsoorten verweefden, werd door het driemanschap uitgebouwd na studie van de Karnatische structuren uit India: het stapelen van twee- en driekwartspatronen, en steeds verfijndere afgeleiden daarvan, in cyclussen die soms ver over de honderd maten tellen.

Het toewerken naar het eindpunt van die structuren, met accentverschuivingen, tempowisselingen en stiltes tot de opgebouwde spanning wordt opgelost, heeft in de stukken van Cassol de functie die de harmonie heeft in de Westerse muziek. Ritme en melodie gaan daarbij in elkaar op: de sax sputtert soms percussieve figuren, het slagwerk speelt vaak melodische frasen, de basgitaar zingt en danst tegelijkertijd.

Dit alles zou droge theorie blijven als de aan hogere wiskunde grenzende, duizelingwekkende polyritmiek niet gecombineerd werd met hoogpolige funk waar zelfs de Amerikaanse grootmeesters zich niet voor hoeven te schamen, en met een passie en energie waar niemand ongevoelig voor kan blijven.

Mede door de rockende vitaliteit ontstond er een soort totaalmuziek die Jimi Hendrix nu zou kunnen maken, als hij nog geleefd had. De drie gastmusici van Aka Moon belichaamden daarbij tevens de verschillende invloeden op het concept.

Prasanna is een klassiek opgeleide Indiër, die de microtonale glissandi van instrumenten als de sitar heeft overgeplant naar de elektrische gitaar (waarvan hij de snaren dan ook bespoot met een soort glijmiddel). David Gilmore bracht het Afro-Amerikaanse element in, met jankende en jubelende licks waarin de stem van een bluesman of prediker doorklonk. De eveneens Belgische Pierre van Dormael, tokkelend met drie vingers, drukte een bescheiden maar warme lyriek uit die het dichtst bij de liedvorm bleef.

Ze troffen elkaar in de vrijstaat van de jazz, die weer eens aantoonde dat ze de eerste en meest open vorm van wereldmuziek is, en artiesten van alle nationaliteiten verwelkomt zolang ze bereid zijn al improviserend naar elkaar te luisteren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden