Interviewcultuurhistoricus Anneleen Arnout

‘Hoogopgeleiden genoten van de lege straten, laagopgeleiden ervoeren vooral angst’

Waar hoogopgeleide mensen vaker terugdenken aan rustige wandelingen, ervoeren laagopgeleiden de afgelopen maanden vooral angst tijdens de coronacrisis. Dat blijkt uit de eerste resultaten van een enquête van cultuurhistoricus Anneleen Arnout van de Radboud Universiteit.

Waarom wilde u dit onderzoeken?

Een verlaten Warmoesstraat in Amsterdam. Beeld Hollandse Hoogte / Ramon van Flymen

‘Het viel me op dat in interviews en opiniestukken de leegte en de vervreemding enigszins geromantiseerd werden. Klopte dat beeld wel? Als cultuurhistoricus onderzoek ik de emotionele beleving van steden in de negentiende en twintigste eeuw, een historische crisis als dit ligt in het verlengde daarvan. Ik wilde de straat op om aan mensen te vragen hoe zij de crisis ervoeren en een beeld te krijgen van hun emoties. Voor een zo representatief mogelijke groep werkte ik samen met onderzoeksbureau Motivaction en zetten we een enquête uit onder achthonderd Nederlanders.’

Wat komt er uit het onderzoek naar voren?

‘Uit de eerste resultaten blijkt dat bij stadsbewoners onder meer opleidingsniveau een grote rol speelt in hoe ze de lockdown hebben ervaren. Zo hadden hoogopgeleiden meer positieve ervaringen: ze genoten van wandelingen in de buurt of mooie architectuur die plotseling opviel. Ook ervoeren zij meer een gevoel van vervreemding dan anderen. Laagopgeleiden waren vooral bang. Dat vond ik een frappant verschil. Zij hadden meer angstgevoelens, reageerden angstiger op ambulances en helikopters en associeerden die meer met het virus.’

Hoe is dit te verklaren?

‘Allereerst is er meer en grootschaliger onderzoek nodig, in samenwerking met psychologen en sociologen. Maar op basis van mijn historisch onderzoek kan ik wel zeggen dat emoties van mensen sterk bepaald worden door hun opvoeding, omgeving en sociale groep. Mensen maken deel uit van een zogeheten gevoelensgemeenschap. Hoogopgeleiden en laagopgeleiden gaan op verschillende manieren om met emoties en dat bepaalt hoe ze reageren op een crisissituatie. Mensen zijn geneigd te reageren zoals mensen in dezelfde gevoelensgemeenschap.

‘Daarnaast denk ik dat woon- en werkomstandigheden belangrijk zijn. Misschien wonen deze mensen in minder gegoede buurten, moeten ze vaker met het openbaar vervoer of verrichten ze werk waarvoor ze naar buiten moeten. Woonplaatsen speelden in het verleden ook een grote rol. Als je rond 1900 de wat chiquere Plantagebuurt in Amsterdam vergelijkt met de Jordaan, toen een volksbuurt, zie je dat de inwoners een heel verschillend gevoelsleven hadden.’

Dat zijn de contrasten. Waren er ook gemene delers?

‘Stedelingen ervaren allemaal frustraties en ergernis bij het boodschappen doen en op straat. In dorpen is dat minder. Veel mensen waren bezorgd en misten sociaal contact. Wat betreft de contrasten: natuurlijk waren niet alle laagopgeleide mensen bang, en niet alle hoogopgeleiden hebben plezierige herinneringen. Maar de meerderheid wel. 

‘De verschillen zijn niet per se problematisch. Leeftijd, opleiding en gender leiden nu eenmaal tot verschillen in de emoties van mensen, in de negentiende eeuw was dat ook zo. Omdat het ongelijkheid in de hand kan werken, moeten we er wel oog voor hebben, beleidsmakers voorop.

‘Tekenend was een interview met burgemeester Femke Halsema in Het Parool. Zij vond het een vreemde gewaarwording dat er opeens nauwelijks auto’s waren, maar dat ze nu wel de vogels kon horen fluiten. Ze bewonderde de architectuur van de stad maar miste de levendige, ruwe kant ervan. Precies observaties die veel terugkwamen bij andere hoogopgeleide respondenten en die het publieke debat domineren. We moeten ons ook bewust zijn van andere emoties die bij mensen leven.’

Een lege straat in Hasselt, dat relatief zwaar is getroffen door het coronavirus.Beeld ANP

Wat kunnen we hiervan leren?

‘Beleidsmakers zouden anders moeten communiceren. Cijfers en statistieken zijn niet voor iedereen geruststellend. En probeer zoveel mogelijk informatie in te winnen over wat mensen voelen. Hoe meer gegevens je hebt, des te meer is het een goede afspiegeling van wat er in mensen omgaat. 

‘Tussen wat we weten over de gevoelens van mensen en die daadwerkelijke gevoelens, zit nu een leegte die door bestuurders wordt ingevuld. Ik hoop dat dit onderzoek een mooie aanzet zal zijn tot andere, grotere onderzoeken.’

Uw historische onderzoek richt zich op de negentiende en de twintigste eeuw. Waar het stadsleven de afgelopen weken vrijwel tot stilstand kwam, versnelde het juist in die tijd. Of ligt dat anders?

Ons historische beeld van de metropool wordt gedomineerd door de aanname dat steden zo snel veranderden dat de inwoners het niet aankonden. Stadsbewoners zouden een soort hysterische massa zijn geweest die continu werd overrompeld door nieuwe indrukken. Dit beeld komt voort uit een specifieke kijk op het stadsleven, veelal van geprivilegieerde intellectuelen, zoals Charles Baudelaire. De historische werkelijkheid ligt genuanceerder.’

Baudelaire schreef: ‘Steden veranderen sneller dan de harten der mensen.’ Dat is dus niet zo?

‘Dat blijkt mee te vallen. Ik richt me op kleine krantenberichten als bronmateriaal en wat die vertellen over de emoties van stadsbewoners. Daaruit komt naar voren dat stedelingen zich prima konden aanpassen en een veel gematigder reactie hadden op het veranderende tempo van het leven. Er was weleens opwinding, bijvoorbeeld omdat er in Amsterdam een paard door een winkelruit liep in de Kalverstraat. Maar er was geen constante hysterie.’

Verder lezen: hoe ervaren we de lockdown?
We mijden het openbaar vervoer en zitten veel minder in de auto. Maar we maken opeens veel meer ommetjes. Corona maakt onze wereld kleiner, maar de buurt des te groter.

Hoe te schrijven over een pandemie die ‘banaal en niet eens seksueel overdraagbaar’ is? De Franse schrijver Michel Houellebecq doet een poging in antwoord op e-mails van collega-schrijvers. ‘Deze epidemie is tegelijkertijd beangstigend en oersaai.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden