Interview Younes Younes

Hoogopgeleide Syriërs denken eerder aan terugkeer dan lageropgeleiden, terwijl ze beter integreren

Younes Younes: ‘Ik wil zo snel mogelijk Nederlands leren, om de cultuur nog beter te begrijpen.’ Beeld Guus Dubbelman

Hoogopgeleide Syriërs, die doorgaans snel integreren, hebben een grotere terugkeerwens dan lager opgeleide Syriërs. Dat is de verrassende uitkomst van een grootschalig onderzoek onder meer dan 3.000 Syriërs in Nederland. 

De Syrische Younes Younes (34) leeft als een een gewone hoogopgeleide Nederlander: hij werkt hard, als onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit Utrecht. In zijn vrije tijd ziet hij zijn Nederlandse vrienden. Hij is inmiddels gewend aan hun gewoonte om altijd een afspraak te maken. Alleen van het Nederlandse eten moet hij nog leren houden, lacht hij.

Zijn komst naar Nederland, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis in 2015, was een grote stap. Hij liet alles achter, niet alleen de geliefde Syrische keuken, maar ook zijn familie en vrienden. Het gemis is groot. De vraag of hij ooit terug wil, zorgt voor tegenstrijdige gevoelens.

‘In de dagelijkse praktijk ben ik bezig deel uit te maken van de Nederlandse gemeenschap, hier een toekomst op te bouwen’, zegt hij. ‘Maar het was niet mijn keuze om mijn land te verlaten. Ik moest wel. Mijn geschiedenis is in Syrië, mijn familie is daar. De gedachte dat ik bij hen wil zijn, kan ik niet onderdrukken.’

Verrassend genoeg zijn het juist Syriërs als Younes, hoogopgeleid, goed geïntegreerd en progressief, die vaker overwegen een toekomst op te bouwen buiten Nederland dan Syriërs die een lagere opleiding hebben genoten. Van de hogeropgeleiden heeft 52 procent de intentie in Nederland te blijven, tegenover 57 procent van de lageropgeleiden, blijkt uit het rapport Opnieuw beginnen. Achtergronden van positieverschillen tussen Syrische statushouders, dat donderdag is gepubliceerd door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in samenwerking met het WODC, RIVM en CBS.

De studie maakt vooral gebruik van de uitkomsten van online-enquêtes onder 3.200 Syriërs die tussen 1 januari 2014 en 1 juli 2016 in Nederland arriveerden. De respons is met 81 procent hoog.

Niet geaccepteerd

‘Hogeropgeleiden zijn beter op de hoogte van de maatschappelijke discussie’, zegt onderzoeker Mieke Maliepaard van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). ‘Het zijn mensen die investeren in de taal, eerder omgaan met andere Nederlanders en proberen een stage of baan te vinden.’ Maar deze succesvolle participatie kent ook een keerzijde: ‘Ze worden eerder geconfronteerd met het al dan niet geaccepteerd worden.’

Wat mogelijk ook meespeelt is dat het contrast voor hoogopgeleiden, die in het thuisland een maatschappelijk geaccepteerde positie bekleedden, groter is als ze na een vlucht weer helemaal onder aan de ladder moeten beginnen. Er is sprake van een statusval.

De conclusie raakt aan de integratieparadox die onderzoekers eerder al aantoonden: juist hogeropgeleiden, die over het algemeen goed meedraaien in de maatschappij, ervaren meer uitsluiting dan lager opgeleide migranten. Wat dit uiteindelijk voor invloed heeft op verblijfintenties is nooit eerder onderzocht.

De vraag is relevant, stelt onderzoeker Sanne Noyon (WODC), omdat Syriërs vijf jaar na hun aankomst in Nederland in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. ‘Met het oog op het integratiebeleid is het voor beleidsmakers van belang om te weten wie hier zou willen blijven en wie niet.’

De discussie over terugkeer, die ook in Den Haag wordt gevoerd (Thierry Baudet van Forum voor Democratie bestempelde Syrië onlangs als veilig genoeg om terug te keren), raakt in de Syrische gemeenschap een gevoelige snaar. ‘De angst voor deportatie is heel groot’, zegt Younes. ‘Er zijn veel geruchten, verspreid via sociale media en niet op feiten gebaseerd, dat we uiteindelijk allemaal terug moeten. Een debat over terugkeer vergroot de polarisatie. Syriërs zijn hierdoor minder gemotiveerd om te integreren.’

Hij kent de verhalen van Syriërs die graag terug willen. ‘Ze willen niet dat hun kinderen hier opgroeien, vinden het lastig om zich aan bepaalde regels te houden of hebben hun familie in Syrië of Libanon.’ Maar, zo gelooft hij: de meerderheid zal uiteindelijk willen blijven.

Als directeur van de door hem opgerichte Yalla Foundation, gericht op het bieden van integratiehulp aan nieuwkomers, ziet hij dat het Syriërs moeite kost om hier hun draai te vinden. ‘Diploma’s en werkervaring uit Syrië worden in Nederland anders beoordeeld. Dat zorgt in eerste instantie vaak voor verkeerde verwachtingen.’

De vraag wie uiteindelijk terug naar Syrië zal keren, is vooralsnog hypothetisch. In veel gebieden is het nog zo onveilig dat de Nederlandse overheid terugkeer niet faciliteert. Het is goed mogelijk, benadrukken de onderzoekers, dat Syriërs die nu aangeven terug te willen uiteindelijk niet terugkeren, of andersom. Toch verwachten ze dat de vertrekintenties in de toekomst eerder toe- dan afnemen. ‘Onder andere omdat het optimisme dat de tijd kort na migratie kenmerkt mettertijd afneemt’, verklaart Noyon.

Het in de publieke opinie heersende beeld dat asielzoekers die zich in Nederland vestigen voor altijd blijven, klopt volgens haar niet. ‘Als je kijkt naar de Irakezen die in de jaren negentig naar Nederland kwamen, is veertig procent weer vertrokken. Onder de Somaliërs zien we dat velen vanuit Nederland naar Engeland zijn doorgereisd.’

Gezinssituatie

Anders dan altijd werd aangenomen, blijken kenmerken als woonsituatie, leeftijd en geslacht nauwelijks invloed te hebben op verblijfintenties. De gezinssituatie daarentegen is wél van belang. Syriërs met thuiswonende kinderen hebben vaker de intentie Nederland weer te verlaten. Meer onderzoek is nodig om te verklaren waarom dit het geval is. 

Voor Younes ligt de toekomst nog open. ‘Ik heb geen gedetailleerd plan, al wil ik wel zo snel mogelijk Nederlands leren, om de cultuur nog beter te begrijpen.’ Zijn inburgeringsexamen heeft hij bijna afgerond, volgend jaar zal hij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd krijgen. Een grote stap, zegt hij. ‘Het geeft me de mogelijkheid om verschillende identiteiten te omarmen. Ik ben dan niet alleen maar een vluchteling, maar nog meer Nederlander dan dat ik me nu al voel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden