Hoogleraar moet onderzoek kunnen doen

De brieven van 4 juni

De ingezonden brieven van vrijdag 4 juni.

Jan Aarts: 'Een hoogleraar die door de universiteit na strenge selectie is benoemd moet een minimale basis krijgen om zijn onderzoekswerk te kunnen uitvoeren.' Beeld anp

Brief van de dag: hou eens op met al die nieuwe hoepels

Onderzoeker Remco Tuinier heeft helemaal gelijk als hij stelt dat het jagen op onderzoeksfinanciering een doorgeslagen circus is, met name in de bèta-wetenschappen ('Er is geen ruimte meer voor de Isaac Newtons', Ten eerste, 2 juni (+)). Afschaffen van NWO is echter niet de oplossing. Er is niets op tegen dat onderzoekers extra geld in competitie moeten verwerven.

Het probleem is dat onderzoekers op het moment niet extra geld, maar al hun geld uit die competitie moeten halen: universiteiten leveren bureaus, electriciteit en het salaris van de onderzoeker, maar niet de promovendi die zo belangrijk zijn op de werkvloer. Daardoor is er geen continuïteit gegarandeerd en is het inzetten op een dwars idee ook onmogelijk.

Dat de eerste geldstroom veel minder universitair onderzoek financiert dan vaak gedacht, is onlangs helder gesignaleerd door het Rathenau Instituut in het rapport 'Chinese borden', verwijzend naar de circusact (inderdaad) waarbij een jongleur probeert zo veel mogelijk bordjes op stokken te laten balanceren. De oplossing is overigens ook niet om NWO meer geld te geven om in competitie te verdelen, zoals voorzitter Jos Engelen impliceert. Dat bevoordeelt de gebaande paden en lost gebrek aan continuïteit niet structureel op. De oplossing is wel om een hoogleraar die door de universiteit na strenge selectie is benoemd een minimale basis te verschaffen om zijn onderzoekswerk te kunnen uitvoeren. Één structurele promotieplaats zou hierbij al volstaan. Dat zou weleens vernieuwender wetenschap kunnen leveren dan steeds weer nieuwe hoepels bedenken om door te springen zie de Nationale Wetenschapsagenda.

Jan Aarts, Leiden, hoogleraar experimentele natuurkunde

Is dit uw auto?

In zijn brief van 3 juni twijfelt oud-hoofdcommissaris Blaauw aan het verhaal dat ik vertelde in de Volkskrant van 1 juni. Ook na zijn pensionering is de eerste impuls, je zou het ook een Pavlov-reactie kunnen noemen, van meneer Blaauw: mijn verhaal verdraaien teneinde aan te tonen dat ik jokte.

Zoals hij in het volledige interview op de website van de Volkskrant had kunnen lezen: ik werd niet zomaar voor het stoplicht aangehouden. Het was op verdenking van het volgende delict: een telefoon in mijn hand bij een snelheid van 5 kilometer per uur. In mijn beleving stond ik overigens stil. Ook heb ik nooit beweerd dat met papieren niet snel werd aangetoond dat het mijn auto was. Voor ik de eerste vraag kon beantwoorden ('Is dit uw auto?) werd mij al toegeblaft: 'Kunt u bewijzen dat dit uw auto is?'

Later heb ik bij de Amsterdamse rechtbank aan de Parnassusweg bezwaar gemaakt tegen de boete. Uiteraard werd het bezwaar niet gegrond geacht, maar de rechter merkte wel op dat hij regelmatig zulke verhalen te horen kreeg - en dat die zelden van autochtone Hollanders kwamen. Ik woon 45 jaar in Nederland, heb een blanco strafblad en wens niet op deze manier door agenten te worden toegesproken. Het verschil met veel andere mensen die dit overkomt, is dat Typhoon of ik onze verhalen kunnen delen met een groter publiek.

Robert Vuijsje, Amsterdam

Papieren svp

Als geboren Nederlander en 'blanke' vrouw werd ik in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw regelmatig staande gehouden door de politie. Papieren tonen, uitstappen, kofferbak openen. Aanvankelijk denk je dan aan toeval maar ik bleek, zoals de luitenant van de rijkspolitie, later de baas van de AIVD, Siebrand van Hulst mij onthulde, geregistreerd bij de Politie Inlichtingendiensten (PID).

Waarom? Ik zou het niet weten. Het moet in de tijd geweest zijn dat de heer J.A. Blaauw commissaris en later hoofdcommissaris van politie in Rotterdam was. Wat een geheugen hebben die smerissen, telkens feilloos uit de rij gehaald.

Één keer ben ik zijn agenten toch zeer dankbaar geweest. Na mij te hebben staande gehouden in de Rochussenstraat te Rotterdam zei de controleur: 'Mevrouw weet u dat uw rijbewijs volgende week verloopt?' Het was mij ontgaan. Ik kon de man wel zoenen.

Len Edzes van Loon, Tinte

Honkvaste Groningers

'Honkvaste Groninger laat zich niet uitkopen.' (Ten eerste, 3 juni) Is het waarlijk zo een 'biezondere mensch', die Groninger? Zou het anders zijn als het in het Groene Hart was dat er bevingen waren?

Dat daardoor de waarde van je woonboerderij daar die je voor 230 duizend euro had gekocht nu nog maar 180 duizend euro is, waarvan je van de NAM (applaus, applaus!!) 95 procent vergoed krijgt?

Oftewel je mag verhuizen maar krijgt wel een persoonlijke schuld van 59 duizend euro aan je broek met de complimenten van de NAM en de Nederlandse staat die een paar miljard uit het gebied hebben getrokken.

Zit je dan vast in de Groninger klei of in iets anders?

Peter Prak, Noordlaren

Aboutaleb, blijf

Ahmed Aboutaleb, blijf in Rotterdam, daar bent u nodig! U bent toch geïnspireerd door Benjamin Barber (If mayors ruled the world) en ervan overtuigd dat de steden zeer belangrijk zijn voor het land, belangrijker wellicht dan het Binnenhof? Laat u niet verleiden, in Rotterdam maakt u het verschil, het is nog maar de vraag of dat in Den Haag kan lukken.

Marianne Passchier, Leiden

Ahmed Aboutaleb. Beeld anp

Conversatiecoördinator

Deze week handelde een column van Margriet Oostveen over de betekenisverandering van het woord 'beslissen'. Zo ken ik er nog eentje. Werd met het woord 'conversatie' tot voor kort een gesprek bedoeld, een mondelinge conversatie, tegenwoordig duikt het op in de betekenis van contact via digitale media.

Zo vertelt Gmail mij nadat ik een mailtje heb weggegooid, dat 'de conversatie is verplaatst naar de prullenbak'. En is er zelfs een ziekenhuis dat een conversatiecoördinator in dienst heeft, als adviseur digitale media.

Dat geeft te denken. Laat eenieder die dat woord gebruikt, zich realiseren dat in 1684 voor het gerecht van Hengelo ene Berend Coops verscheen om de valse beschuldiging te weerleggen dat hij 'enige conversatie met een varken' gehad zou hebben.

Alice Garritsen, Assen

Negertje Flop

Ik las ik het bericht dat met behulp van een Chinees wasmiddel een gekleurde medemens blank gewassen kan worden (Ten eerste, 31 mei). Onzin natuurlijk, maar het deed me wel denken aan negertje Flop, petekind van Pa Pinkelman en Tante Pollewop, de schitterende strip in de Volkskrant - van 1945 tot 1952 - door chef kunst Godfried Bomans en tekenaar Carol Voges.

In een van de avonturen bezoeken zij de president van de Verenigde Staten waar toen discriminatie volop heerste. Flop mocht de Amerikaanse bodem niet betreden. In een moment van zwakte zei Pa Pinkelman: 'Misschien is het geen echt negertje!' De vrouw van de president deed Flop daarop in een tobbe, boende hem langdurig schoon, eerst met zeep, toen soda en daarna met zand en schuurpapier. Maar hij was zwart en bleef zwart. 'Het bewijs is geleverd', zei de president, 'hij is een neger.' Daarop werd de Pinkelman-familie in een boevenwagen afgevoerd en voor de rechter gesleept. Deze veroordeelde Flop tot twee jaar gevangenisstraf omdat hij het Witte Huis betreden had.

E .G. Bakker, Den Haag, Pinkelman/Pollewopfan

Volgepropte klassen

En weer begint de discussie over de middenschool (Ten eerste, 28 mei (+)).

Het principe is prima. Leerlingen moeten de kans krijgen te laten zien wat ze kunnen voordat ze in een fuik terechtkomen waar ze moeilijk uit kunnen komen.

Maar er moet dan wel aandacht zijn voor de individuele leerling. Krijgt een leerling, geschikt voor een gymnasium, voldoende uitdaging zodat hij niet het gevaar loopt weg te zakken en zijn talenten niet te benutten?

En krijgt een leerling die een ambachtelijk vakman in spe is, de mogelijkheid om niet drie jaar lang allerlei theoretische vakken te moeten volgen? Het is niet alleen de weerzin tegen de ideologie achter de middenschool waardoor het veertig jaar geleden misging, maar ook het feit dat de klassen met dertig leerlingen van verschillend niveau zo vol zijn dat persoonlijke aandacht door de docent nauwelijks mogelijk is.

Dat was al het euvel bij het begin van de uitvoering van de Mammoetwet, toen het ook de bedoeling was om de leerling meer individueel te benaderen, tot met de toetsen toe. Ook daar is niets van terechtgekomen.

P.J. Berends, oud-docent, mentor, conrector, Zwolle

Leerlingen op de Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Keuze? Hoezo keuze?

In reactie op het OESO-rapport over het Nederlandse onderwijs vinden minister Jet Bussemaker en Paul Rosenmöller (VO-raad) elkaar in een pleidooi voor herwaardering van het beroepsonderwijs. Zij hebben daartoe een belangrijke sleutel in handen. Niet met een zoveelste imagocampagne voor het (v)mbo, maar door leerlingen zelf te laten kiezen voor het beroepsonderwijs.

De gehanteerde term 'keuze' voor de niveauplaatsing bij de overstap van basis naar voortgezet onderwijs is immers volstrekt misplaatst. Leerlingen in Nederland hebben juist geen keuze: de school bepaalt of zij beroeps- of algemeen vormend onderwijs volgen.

Door de toenemende scheiding tussen vmbo en havo/vwo en de afgenomen mogelijkheden om op te stromen naar een hoger niveau, dreigt het beroepsonderwijs bovendien te verworden tot een fuik die leerlingen en ouders koste wat het kost willen vermijden. Laat leerlingen in het voortgezet onderwijs kennismaken met beroepsgericht en algemeen vormend onderwijs en laat ze vervolgens zélf een uitstroomprofiel kiezen dat past bij hun ambities en talenten.

Louise Elffers, lector beroepsonderwijs, Hogeschool van Amsterdam

Het doel van onderwijs

Aleid Truijens citeert uit het OESO rapport over het Nederlands onderwijs: het potentieel van 'strong performers from disadvantaged background' wordt slecht benut (Ten eerste, 28 mei)

Vervolgens bespreken de minister van onderwijs en de voorziter van de VO raad het OESO-rapport bij Buitenhof. Hoewel de minister nog een paar keer probeert te zeggen dat het niet alleen om geld gaat, luidt de conclusie dat er bijlessen op school aangeboden gaan worden voor kinderen van ouders met een smalle beurs.

Dit is geen oplossing voor het gesignaleerde probleem. Sterker nog: er zal geen oplossing gevonden worden als niet eerst besloten wordt wat het doel van onderwijs is. Dat is niet de positie van de leerkracht (stokpaardje van de voorzitter VO-raad), dat is ook niet het verschaffen van gelijke kansen (stokpaardje van de minister van onderwijs).

Het doel van het onderwijs is uit ieder kind halen wat erin zit. Pas als dit doel breed onderschreven wordt, is het mogelijk middelen effectief in te zetten.

Dan kan recht gedaan worden aan alle leerlingen.

Guido Janssen, hoogleraar TU Delft

Groeiend Schiphol

Waarom kijkt Schiphol uiteraard naar groeiscenario's en wordt de aanleg van een zevende baan serieus bestudeerd? Schiphol heeft nu zes banen (de Oostbaan wordt weliswaar consequent niet meegeteld, maar is een volwaardige baan die ook volwaardig wordt gebruikt zoals de inwoners van Amsterdam kunnen beamen).

Daarmee is Schiphol nu al de grootste luchthaven ter wereld qua aantal banen. De drie drukste luchthavens ter wereld (Atlanta, Beijing, en Dubai) hebben respectievelijk vijf, drie en twee banen. De drukste luchthaven van Europa (London Heathrow) heeft ook maar twee banen. Ook Istanbul Atatürk (dat ook meer passagiers verstouwt dan Schiphol of Frankfurt) kan het met drie af.

Toegegeven, al die luchthavens klagen over capaciteitsproblemen en overal wil men banen bijbouwen, maar het blijft vreemd dat Schiphol met drie keer zoveel banen als Heathrow nog steeds capaciteitsproblemen zou hebben.

Kortom; er klopt iets niet. Het lijkt erop dat Schiphol niet erg efficiënt gebruikmaakt van de schaarse capaciteit en hoognodig in de leer moet in Dubai, Londen, of Istanbul. Ruimte is in Nederland een schaars goed: dat dwingt ons ertoe om niet zomaar een zesde (pardon: zevende) baan te bouwen maar in plaats daarvan bestaande banen optimaal te benutten.

Martijn van der Plas, Leusden

Beeld anp

Frans Timmermans

Graag wil ik Frans Timmermans bedanken voor zijn 'Laten we herzuiling voorkomen' (O&D, 3 juni). Scherpzinnig en wijs onder woorden gebracht hoe we ook wat mij betreft met elkaar omgaan.

Dank voor de milde, heldere formulering.

Wietske van den Berg, Ottersum

We zijn de handrem kwijt

Nederlanders zijn de handrem kwijt volgens J.J.L. Derksen in de 'Brief van de dag' (30 mei). Hij noemt een paar voorbeelden: xenofobie, accent op het recht van vrijheid van meningsuiting, ons slechte omgaan met kleine kinderen door verwenning en ze te vroeg naar crèches sturen en andere vormen van kinderopvang.

Natuurlijk heeft hij daar gelijk in, maar ik zou er nog twee belangrijke zaken aan toe willen voegen, waarbij ook weleens de handrem gebruikt mag worden.

1: de sportverdwazing: bij elk doelpunt van een of andere voetbalwedstrijd wordt een interessant praatprogramma op Radio 1 onderbroken, de ellenlange sportprogramma's zelf elke avond op Radio 1, de verheerlijking van een sport als de Formule 1 waarbij ik mij afvraag, of je dit een sport kunt noemen, de exorbitant hoge bedragen die er in de sport verdiend worden et cetera.

2: de geldverdwazing: men vindt het heel normaal twee of drie auto's per gezin te hebben en om de paar jaar weer een nieuwe te kopen; men vind het heel normaal twee of drie keer per jaar met vakantie te gaan, het liefst zo ver mogelijk, en dat de verschillen in inkomens nog steeds groeien.

E. van der Wal, oud-docent levensbeschouwing, Doorwerth

Tuitjenhorn

Als verpleegkundige, werkzaam in een specialistisch team in de thuiszorg, heb ik bijna dagelijks te maken met ernstig zieke, terminale patiënten die veel pijn hebben, ernstig benauwd zijn.

Ik zie het lijden van deze mensen en hun familie. Met medicijnen en goede zorg kun je daar wat aan doen. Het toedienen van 1 gram (!) morfine en 350 mg Dormicum kan ik geen goede palliatieve zorg noemen...ook al vond de familie dat de huisarts goed had gehandeld.

In Nederland hebben we goede centra paliatieve zorg, die geconsulteerd kunnen worden door huisartsen en verpleegkundigen die te maken hebben met terminaal zieke mensen.

Proactief denken van de huisarts in Tuitjenhorn, consulteren van zo'n deskundig team, had zijn patiënt veel lijden kunnen besparen

Petra van den Bosch, Culemborg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.