Hoogleraar bepleit besloten cannabisclubs in 'verlammende' drugsdiscussie

Wel of niet softdrugs legaliseren? De discussie zit muurvast en de drugs­criminaliteit loopt de spui­gaten uit. Hoogleraar criminologie Fijnaut bepleit een derde weg: besloten cannabisclubs.

Een cannabisclub in Barcelona. De club is alleen toegankelijk voor leden. Wie lid wil worden moet 21 jaar of ouder zijn, in Spanje wonen en worden geïntroduceerd door een ander lid. Beeld getty

De discussie over het drugsgedoogbeleid zit muurvast. In een manifest pleit een groep burgemeesters voor de legalisering van cannabis omdat de drugscriminaliteit in hun gemeenten de spuigaten uitloopt. Volgens minister Opstelten lost gereguleerde wietteelt de drugsproblemen niet op. Hij moet zich vandaag in de Eerste Kamer verantwoorden voor het feit dat hij zijn gedoogbeleid na het burgemeestersmanifest niet heeft gewijzigd. Hoogleraar criminologie en oud-politie-inspecteur Cyrille Fijnaut probeert de politieke patstelling te doorbreken. Binnenkort verschijnt zijn boek De Derde Weg, waarin hij uitlegt waarom zowel radicale voor- als tegenstanders van het drugsbeleid 'kortzichtig, naïef en onbezonnen' zijn.

Rookt u zelf cannabis?
'Nee, ik rook niks. Toen ik dertig werd en hoorde dat sigaretten slecht zijn, heb ik gezegd: Schluss, Cyrille.'

U bepleit een aanpassing van het cannabisverbod. Waarom?
'Ons gedoogbeleid zit ons al jaren in de weg. Ik zag als hoofd kinder- en zedenpolitie al in 1969 hoe in jongerencentra werd gedeald zonder dat wij konden ingrijpen. Politiemensen gingen op vakantie naar Spanje en zagen met verbazing hoe Nederlandse drugskerels daar in goudgerande villa's woonden. Toen eind januari het manifest verscheen van burgemeesters die legalisering van cannabis bepleiten, ben ik De Derde Weg gaan schrijven. Ik verdraag niet langer de verlammende patstelling waarin de discussie op politiek niveau is beland, en de onwetendheid waarmee veel voor- en tegenstanders van legalisering discussiëren. De ene helft kiest de kant van de coffeeshophouders, de andere helft roept: sluiten die handel. Het is allebei kortzichtig.'

U vindt dat cannabis moet worden gelegaliseerd.
'Ik vind dat we ons dezelfde vraag moeten stellen als bij de Drooglegging in Amerika: hoe lang kun je wetgeving in stand houden die grootschalig wordt overtreden, die onvoldoende draagvlak heeft bij bevolking en politiek en die heeft geleid tot een grote illegale markt waarop criminelen veel geld verdienen? Zo'n wet is niet meer houdbaar, die moet je herzien.'

Burgemeester Paul Depla van Heerlen schrijft dat ook in zijn manifest voor legalisering van cannabis, dat eerder dit jaar verscheen en door verschillende burgemeesters is ondertekend.
'Hun argumentatie is zo rot als een mispel. Zij doen net alsof je zomaar een vrije productie en distributie van wiet kunt organiseren, maar dat is illusiepolitiek. Dat is in strijd met internationale verdragen waar Nederland godbetert zelf voor heeft getekend. Als je goede verhoudingen wilt op het wereldtoneel, dien je je aan je afspraken te houden. Ik vind niet dat een burgemeester van Heerlen zo'n grote broek kan aantrekken en zeggen: ik heb met die verdragen niks te maken. Hij is duidelijk niet op de hoogte van de grote politieke conflicten die het eenkennige Nederlandse drugsbeleid bij herhaling heeft uitgelokt bij al onze buren.'

Dan zegt Depla: in Amerika kan het wel.
'Dan zeg ik: die man heeft geen idee hoe Amerika in elkaar zit. Vooropgesteld: de legalisering van cannabis in de staten Washington en Colorado is hoofdzakelijk geboren om de eigen portemonnee en de belastingkas te kunnen spekken, terwijl de grondslag voor het drugsbeleid in Europa de volksgezondheid is. Dat vraagt een heel andere benadering.

'Bovendien zit Amerika heel anders in elkaar dan Europa. Amerikaanse staten kunnen afzonderlijk - beperkt - beleid maken, maar de federale overheid heeft zijn drugsbeleid en strafrecht níet veranderd. Zo houdt Amerika zich aan zijn internationale afspraken. Kort geleden hebben de FBI en de DEA nog grote hennepplantages opgerold in Colorado, ondanks de zogenoemde legalisering daar. Bovendien zijn de onderlinge verschillen tussen het drugsbeleid in Colorado en in Washington State groot en op sommige punten erg problematisch, maar daar hoor je hier niemand over.

'Europa heeft geen FBI, geen federaal toezicht. De lidstaten moeten zelf hun problemen oplossen en samenwerken in de opsporing en bestrijding van grensoverschrijdende drugs­criminaliteit. En dat gaat over zware misdaad hè, vergis je niet, van corruptie tot liquidaties aan toe. In die samenwerking kun je niet zeggen: wij gaan in ons eentje de boel ­legaliseren. Daar hebben andere Europese lidstaten last van. Depla denkt dat zijn beleid ophoudt bij de gemeentegrens. Daarmee veronachtzaamt hij dat in het nabije verleden elke dag zo'n 3.000 drugsrunners bij Terneuzen cannabis exporteren, dat Maastricht tot voor kort anderhalf miljoen drugstoeristen aantrok en dat in België geen plantage of laboratorium bestaat waar Nederlanders niet de hand in hebben. Het drugsvraagstuk is geen lokaal, maar een internationaal probleem. Dat moet je ook internationaal oplossen.'

Die tijd is er niet, zeggen de burgemeesters. Het water staat ze aan de lippen.
'Zij moeten de vraag beantwoorden wat er dan moet gebeuren met de illegale wiet in Nederland die niet voor coffeeshops wordt geteeld, maar voor de export.'

Volgens de burgemeesters blijkt uit onderzoeken dat die export veel minder groot is dan de 80 procent die minister Opstelten beweert.
'Ik heb die onderzoeken opgevraagd bij burgemeester Depla, maar ze nooit mogen ontvangen. En al zouden die rapporten bestaan, al zou die illegale export 70 of 60 procent zijn, of 50 - ga nou toch niet zitten plussen en minnen om dat percentage, uiteindelijk gaat het om een groot, illegaal fenomeen. Wat een kleinzielige discussie is dat toch.'

Voorstanders van legalisering zeggen: als je coffeeshops voor buitenlanders verbiedt, blijven ze toch wel komen, maar dan heb je er geen zicht meer op.
'Burgemeesters hebben zich lang gek laten maken door dat dreigement. Dat was nergens anders op gebaseerd dan op economische motieven van de coffeeshophouders zelf. Je kunt in België, Frankrijk, Duitsland en Engeland alles kopen wat je wilt, daarvoor hoef je niet naar Nederland te komen. Maar sinds buitenlandse drugstoeristen uit coffeeshops worden geweerd, zijn nog niet alle problemen opgelost. Sommige coffeeshops deugen echt gewoon niet. Het Landelijk Bureau Bibob heeft de afgelopen twee jaar op 38 zaken het label van 'ernstig gevaar voor misbruik vergunning' geplakt.'

Moeten we de coffeeshops dan maar verbieden?
'We moeten ons afvragen of commerciële coffeeshops door hun aanzuigende werking wel het juiste distributiekanaal zijn bij de eventuele legalisering van recreatieve cannabis. We moeten er een alternatief voor zien te vinden. De internationale drugsverdragen die Nederland heeft ondertekend, staan wel wat toe als het gaat om persoonlijk gebruik. Dat neemt op het ogenblik drie vormen aan: de kleinschalige thuisteelt, de verstrekking van cannabis aan ernstig zieke patiënten en cannabis social clubs zonder winstoogmerk met een gesloten distributiesysteem, zoals die in Spanje zijn ingeburgerd.
'Ik vind dat de overheid moet onderzoeken onder welke voorwaarden je hier zulke clubs zou kunnen stichten. Denk daarbij aan het zelf kweken voor eigen gebruik, of clubs waarbij leden op naam planten kunnen krijgen, met een quotum voor gebruik, een leeftijdsgrens, een goed georganiseerde interne bedrijfsvoering en screening van degenen die zo'n club runnen.'

Opstelten kwam met de wietpas.
'Dat was een eerste stapje in die richting. De wietpas was niet zo'n gek idee, alleen kwam die op een verkeerd moment, er werd heel allergisch op gereageerd. Al in 2009 heeft de commissie-Van der Donk bij de regering aangedrongen op onderzoek naar een experiment met een gereguleerd, gesloten systeem, maar het toenmalig kabinet, waarin ook Guusje ter Horst zat, wilde daar niet aan. En nu heeft Ter Horst Opstelten op het matje geroepen. Hij moet zich in de Eerste Kamer verantwoorden voor het drugsbeleid dat ze zelf mede heeft vormgegeven. Dat zou je vals kunnen noemen.'

Ter Horst wil laten uitzoeken in hoeverre de toelevering van coffeeshops kan worden gereguleerd aan de hand van gecertificeerde bedrijven.
'Certificering is géén oplossing. Om drie redenen: Ten eerste mag het niet. Ten tweede gaat een groot deel van de Nederlandse wietteelt niet naar coffeeshops maar naar het buitenland. Ten derde verkopen veel coffeeshops ook cannabis die niet in Nederland is geteeld, zoals Marokkaanse, Libanese of Thaise wiet. Wie domweg zegt dat je het probleem met legaliseren oplost, zegt eigenlijk helemaal niets. Het probleem van de bevoorrading van coffeeshops kan alleen worden opgelost als je naar een internationale oplossing zoekt.'

Hoe?
'Het moet in unieverband op de agenda komen. We moeten het eens worden over een stelsel van productie en distributie dat gesloten is en vanuit volksgezondheidsoogpunt georganiseerd. Die discussie gaat onvermijdelijk komen. We zitten al op een punt dat iedereen inziet: dit is een onhoudbaar probleem. Nederland kan het niet agenderen wegens zijn mislukte gedoogbeleid. Als Nederland zijn vinger opsteekt, wordt die in Brussel subiet afgehakt. Ik denk dat Spanje het moet agenderen, of de oorspronkelijke Schengenlanden - Frankrijk, Duitsland en de Benelux. Daar zou de overheid zich in het lobbycircuit sterk voor moeten maken.'

Als een vorm van legalisering zou lukken, neemt de beschikbaarheid van cannabis toe en daarmee ook de verslaving en de kosten van de gezondheidszorg.
'Dat is een prijs die je zult betalen. De schadelijkheid van die drug zit 'm vooral op jongere leeftijd, tot begin 20. Als jeugdigen veel cannabis roken, kan dat doorwerken op de hersenen en verslavend werken. Daarom begin ik mijn betoog ook met preventie. Je moet niet wachten tot die problemen er zijn, je moet trachten ze te voorkomen. En als er jongeren zijn die het uitproberen en toch verstrikt raken, of gewoon door kleine dealertjes worden gepusht om te kopen en mee te roken, zorg dan dat je een toereikende hulpverlening hebt. Maar daarbuiten kun je de gezondheidsrisico's best relativeren. Mijn uitgangspunt is: zet persoonlijk gebruik door volwassen mensen op de agenda. Moet je dertigers, veertigers en vijftigers vertellen wat ze wel en niet mogen roken? Ik vind dat heel twijfelachtig.'

Hoogleraar Cyrille Fijnaut. Beeld anp

CV Cyrille Fijnaut
1946 Geboren in Heerlen
1965-1968 Politieacademie
1969-1974 Studie criminologie en ­filosofie, Leuven
1979 Lector criminologie Katholieke Universiteit Leuven
1983-1986 Raadadviseur ministerie van Justitie Nederland
1986 Hoogleraar criminologie en strafrecht, Erasmusuniversiteit
1989 Hoogleraar criminologie en strafrecht, Katholieke Universiteit Leuven
1997-2002 Gasthoogleraar Law School New York University
2001 Hoogleraar rechtsvergelijking, universiteit Tilburg
2006 Boek De Geschiedenis van de Nederlandse politie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.