Hoogdravend ideaal der basisvorming afgeschud

De PvdA wilde er het volk mee verheffen: één schooltype voor alle leerlingen tot 16 jaar. De basisvorming werd in 1993 ingevoerd....

De basisvorming kan binnenkort definitief in de geschiedenisboekjes worden bijgeschreven: een typisch voorbeeld van onderwijsvernieuwing waarbij hoogdravende idealen volledig zijn ingehaald door de weerbarstige praktijk van het klaslokaal.

Onduidelijk is nog of de naam basisvorming überhaupt blijft bestaan; van het idee erachter is straks in elk geval weinig meer over. Het ideaal van de gelijkheid maakt plaats voor de erkenning dat leerlingen verschillend zijn.

De basisvorming wordt in 1993 ingevoerd onder regie van staatssecretaris Jacques Wallage (PvdA). Het betekent een volledige vernieuwing van het lesprogramma in de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs. Globaal komt het neer op een grootscheepse gelijkschakeling: van gymnasium tot het voorbereidend beroepsonderwijs (vmbo) krijgen leerlingen voortaan dezelfde vijftien vakken gedoceerd. Nieuwe vakken als techniek en verzorging doen hun intrede.

Het principe stamt af van het middenschool-ideaal waarmee de PvdA in de jaren zeventig het volk wilde verheffen: één schooltype voor alle leerlingen tot 16 jaar.

Zo ver gaat de basisvorming niet, maar het lukt Wallage wel om een verplicht lespakket in te voeren op één niveau voor alle leerlingen in alle schoolsoorten. De hoop is dat leerlingen hun definitieve schoolkeuze een paar jaar uitstellen en langer bij elkaar in de klas blijven. Kinderen uit lagere milieus hebben dan meer tijd om een hoger niveau te halen.

Maar daarvan komt weinig terecht. De eerste evaluatie van het project leidt in 1999 tot zeer kritische conclusies: de beoogde verbetering van de prestaties van achterstandsleerlingen blijft grotendeels uit en de meeste scholengemeenschappen verdelen de leerlingen nog steeds in klassen variërend van vmbo tot vwo.

Bovendien komen vooral leerlingen in het vmbo in de problemen. Het programma blijkt voor hen te zwaar en te theoretisch. Voor vwo'ers is het juist te makkelijk:de onderzoekers waarschuwen voor 'een sluikse niveauverlaging' bij de beste leerlingen.

Dat is allemaal niet de bedoeling, concludeert ook de politiek. Die reageert pragmatisch: staatssecretaris Adelmund geeft scholen toestemming om bij elk vak zelf te kiezen welk deel van de lesstof wordt aangeboden. Ook kunnen zij groepen zwakkere leerlingen vrijstellen van bepaalde vakken. Daarmee legaliseert ze in feite de praktijk. Het is het begin van de afbraak van de basisvorming. Voor de vraag hoe het in de toekomstverder moet, roept Adelmund een commissie in het leven.

Deze Taakgroep Vernieuwing Basisvorming, onder leiding van oud-hoofdinspecteur voor het voortgezet onderwijs Heim Meijerink, heeft de grote lijnen nu klaar: de gelijkschakeling verdwijnt officieel. Het aantal 'kerndoelen' – lesstof die iedere school verplicht moet behandelen – gaat drastisch omlaag. De resterende kerndoelen worden globaler omschreven. Dit biedt scholen de ruimte om naar eigen inzicht te variëren in niveau.

De manier waarop de kerndoelen worden aangeboden, mag ook verschillen. Een school kan ervoor kiezen dit te doen in de vorm van traditionele vakken. In dat geval zijn het er twaalf, in plaats van de huidige vijftien. Maar een school kan de gelegenheid ook aangrijpen om een aantal vakken samen te voegen tot nieuwe 'leergebieden'. Meijerink heeft er zeven geformuleerd: mens en natuur, wiskunde, Nederlands, Engels, kunst en cultuur, bewegen en sport en mens en maatschappij.

Dit biedt scholen de kans de kerndoelen aan te bieden via projecten. In één project van een paar weken kan de lesstof van een paar traditionele vakken aan de orde komen. Dit is een pedagogischdidactische aanpak die aansluit op de praktijk van het Studiehuis, dat sinds kort in zwang is in de hoogste klassen van havo en vwo.

De boodschap van Meijerink is duidelijk: de overheid moet niet langer een gelijkheidsideaal opleggen, maar de verschillen tussen leerlingen erkennen. Zoals hij het zaterdag in NRC Handelsblad verwoorddde: 'Iedereen die hoort dat een vmbo-leerling aan dezelfde gedetailleerde eisen moet voldoen als een vwo'er, zal denken: zijn ze helemaal gek geworden?'

Ook de huidige minister van Onderwijs Maria van der Hoeven noemt de basisvorming inmiddels een achterhaald ideaal. De scholen moeten het er niettemin nog even mee doen: het alternatief van Meijerink is waarschijnlijk pas in 2006 gereed voor invoering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden