Hoogbegaafde popheld

David Byrne, frontman van The Talking Heads, liet zich niet alleen inspireren door Chuck Berry of Lou Reed, maar ook door kunstenaars als Andy Warhol en Duitse denkers als Novalis....

Ze zijn voor kunstacademierockers uitgemaakt, ze zouden tot de New Yorkse punk behoren, blanke wereldmuzikanten zijn, tegenhangers van U2 en Simple Minds, nazaten van Andy Warhol en The Velvet Underground. The Talking Heads zijn een dankbaar onderwerp voor muziekvorsers.

Maar niemand nog had de lijn ontwaard die de Duitse denker Walter Benjamin via cultuurcriticus en socioloog Pierre Bourdieu, antropoloog Arjun Appudarai en diens confrère Bruno Latour (met zijpaden naar John Cage, Robert Wilson en Susan Sontag) verbindt met David Byrne, ooit hoogneurotisch frontman van het gezelschap en nadien uitgegroeid tot homo universalis en ontdekker van machtigmooie wereldmuziek. Niemand nog had film, muziek en het verhaal van True Stories als Gesamtkunst werk geïnterpreteerd. En voor zover bekend was ook niet eerder de gedachte opgekomen de mimetische kwaliteiten in het werk van Byrne te behandelen in het licht van de Duitse vroeg romantiek (in het bijzonder Novalis en Friedrich Schlegel).

Om dergelijke gedachten tot volle wasdom te laten komen zijn rust en afzondering onontbeerlijk. Sytze Steenstra werkte de afgelopen jaren bij de Jan van Eyck Academie en de universiteit van Maastricht aan het proefschrift waarin hij zijn opvattingen over David Byrne ontvouwt. We are the noise between two stations, is de aan John Cage ontleende titel. De ondertitel verraadt meer: 'A philosophical exploration of the work of David Byrne, at the crossroads of popular media, conceptual art, and performance theatre.' De studie is nu alleen nog als proefschrift uitgegeven, maar verdient het zeker als - bij voorkeur rijk geïllustreerde - handelseditie in de winkels te belanden. Zelden wordt een uit de popcultuur voortgekomen kunstenaar in een zo royale context geplaatst, zelden ook wordt diens werk zo ruimhartig en erudiet geduid. En zoals dat hoort bij een onderneming van deze omvang: aan de hand van die ene figuur, David Byrne, worden belangwekkende inzichten ontwikkeld over de wisselwerking tussen massacultuur, elite, religie, mondialisering en nog zo het een en ander.

Steenstra werd geboren in 1960 en was dus achttien jaar toen The Talking Heads Psychokiller uitbrachten, hun eerste hit. Achttien is een voor muziek zeer ontvankelijke leeftijd. Er is weinig fantasie voor nodig om te bedenken hoe de auteur gefascineerd raakte door dat hoogbegaafde bandje uit New York, dat popmuziek als een spelletje leek op te vatten, maar tegelijk in dat spelletje een grote vaardigheid ontwikkelde. Zijn fascinatie moet gegroeid zijn met de jaren, omdat Byrne en consorten zo ongekend inventief hun mogelijkheden als artiesten uitbuitten. En terwijl veel fans na het uiteenvallen van de band in 1988 hun belangstelling verloren, hield Steenstra vol en volgde Byrne op diens omzwervingen als filmer, tentoonstellingsmaker, eigenaar van platenlabel Luaka Bob, theatermaker en essayist. Zijn promotie-onderzoek leest als een gesublimeerde fascinatie.

David Byrne toont zich die aandacht ten volle waard. De doorsnee popheld valt graag volledig samen met zijn rol van rebel of podiumbeest. Zo maakt hij het zijn aanhang gemakkelijk om zich met hem te identificeren. Byrne heeft daar nooit aan meegedaan. 'A group of performing artists whose medium is rock-and-roll and the pursuant ''band'' organisation and visual presentation. The original music and lyrics are structured within the commercial accesibility of rock-and-roll sound and contemporary, popular language.' Met deze koele woorden omschreef de groep zich in een programmablad van een van hun allereerste concerten, in 1976 in The Kitchen in New York.

The Talking Heads begon als 'band' tussen aanhalingstekens en is dat altijd gebleven. De ruimte die die aanhalingstekens verschaften werd gevuld met een ironische houding en veel kritische distantie jegens het fenomeen popmuziek. Voor David Byrne werd gaandeweg ook de structuur van een band tussen aanhalingstekens te benauwd. En ook in de vele gedaanten die zijn solocarrière sindsdien aanneemt, blijft hij de reflexieve kunstenaar, de hyperneuroot die niet bij machte is de gedachten in zijn hoofd tot staan te brengen, zelfs als hij het podium deelt met een funkorkest, experimenteert met drugs, heil zoekt bij ongeschoolde muzikanten of zich laaft aan antropologische theorieën.

Byrne heeft in Steenstra zijn Eckermann gevonden. De analyses die in het proefschrift aan de Talking Heads-albums worden gewijd zijn nauwgezet en bevatten een schat aan informatie. Zoals alle grote rockbands zijn ook de Talking Heads schatplichtig aan het verleden. Maar voor Byrne waren dat niet - alleen - Chuck Berry of Lou Reed, maar eerder kunstenaars als Robert Wilson, The Wooster Group, Joseph Kosuth, Andy Warhol en de academische denkers met wie hij in zijn opleiding had kennisgemaakt. Steenstra gebruikt hen om het oeuvre van Byrne in perspectief te plaatsen en legt daarbij verbanden die ook de meest verstokte adept ontgaan zullen zijn. De theoretische context die hij schetst, is gebaseerd op cultuurtheoretische, antropologische en filosofische bronnen, deels dezelfde als waarvan Byrne zich in zijn teksten bedient. Politieke of economische omstandigheden worden buiten beschouwing gelaten, de duiding van het werk van Byrne is zuiver artistiek en filosofisch. Een brute samenvatting zou kunnen zijn dat Byrne middels muziek, maar ook door spirituele en antropologische ervaringen, op zoek is naar authenticiteit, maar daarbij steeds weer stuit op de massamedia, die onze waarnemingen doordrenken met voorgekookte symbolen en interpretaties. Die samenvatting doet uiteraard de veelomvattendheid van de studie geen recht.

Hulde aan David Byrne, die tot een dergelijke ambitieuze studie heeft weten te inspireren. Hulde aan de ruimdenkendheid van de Universiteit Maastricht, die zich niet te deftig acht voor een promotie-onderzoek naar een popartiest. En hulde aan de promovendus, die het unieke van de massakunstenaar heeft aangegrepen om inzichten over het wezen van onze cultuur te ontwikkelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden