Hoog tijd voor een sportcanon (2): laten we het doen!

Op 25 april ging het op deze plek over de wenselijkheid van een sportcanon. Nou ja, wenselijkheid. Dat is zo'n doodgebloed woord, alsof die wenselijkheid meteen een verplichting inhoudt.

Bart Jungmann

Sparringpartner in die eerste uitwisseling van gedachten was Frits van Oostrom, de man die zijn naam verbond aan de historische canon, waarvan de museale uitwerking nu zoveel gedoe oplevert - dat krijg je als een canon wenselijk is.

Omdat sport ontbreekt in de enig echte canon leek het mij een goed idee om iets zelfstandigs te ontwikkelen. Na enige aarzeling was Van Oostrom ook enthousiast en de reacties op de column destijds waren al even hoopgevend. 'Lumineus idee', schreef Anne Fopkema. 'Voor de hand liggend, maar tegelijkertijd prachtig idee', vond Wim Coster. Ger Mastenbroek voegde bij zijn steunbetuiging wat persoonlijke herinneringen aan sportbeoefening. 'Sporten hoort ook en juist bij het gewone leven!'

Er kwamen ook al suggesties binnen. Max Dohle ziet graag een verband gelegd tussen de atletes Fanny en Foekje. De noodzaak daarvan beschreef hij zelf in het boek Het verwoeste leven van Foekje Dillema. Gert Spijker vraagt aandacht voor de wielerploeg Schoenorama, een gedenkwaardige tv-sketch van Wim de Bie en Kees van Kooten.

Dat ging dus de goede kant op, zeker toen er een mail van uitgeverij De Bezige Bij/Thomas Rap binnenkwam. De laatste zin luidde: laten we het doen!

Twee maanden later heeft het daarvan alle schijn. De stichting de Volkskrant, een overkoepelend orgaan alhier, heeft een potje voor bijzondere projecten. Daaruit mag een bescheiden greep worden gedaan. De hoofdredactie, ook enthousiast, wil graag ruimte voor de canon vrijmaken in de krant en op de website. Daarna zal de uitgever er een prachtboek van maken.

Resteren als vragen wat, wie, en wanneer?

Eerst maar eens de kunst in het buitenland afgekeken. Daar blijken dergelijke ondernemingen al gauw Hall of Fame te heten, een eregalerij van sporthelden. Amerika heeft ze zelfs per sport gesorteerd. Ook Duitsland sprak vorig jaar van een Hall of Fame toen in Berlijn een selectie van 40 sporthelden en - heldinnen werd gepresenteerd.

In de media heette dat al snel een Hall of Shame, want het oorlogsverleden blijft Duitsland parten spelen, ook in de verering van sporthelden. Een paar kandidaten vielen af vanwege hun dubieus verleden, maar voetbalcoach Sepp Herberger haalde het Historisches Museum, ondanks zijn lidmaatschap van de NSDAP.

De georganiseerde dopingpraktijk in de DDR was al net zo'n lastige kwestie. Zwemmer Roland Matthes was de enige die als communistisch geschoolde sportheld de selectie overleefde.

Wat betreft een sportcanon kan, voor zover nagegaan, alleen Denemarken tot voorbeeld strekken. Uit het archief tuimelden een paar felle reacties op de kennelijk discutabele keuze. Zo wordt het ontbreken van een badmintonner (grote sport in Denemarken) in kranten betwist. Ook hier was doping trouwens een kwestie: Bjarne Riis werd geschrapt na zijn epo-bekentenis.

Dat is alvast één goede les: een canon moet geen schild worden waarop sporters worden geheven. Een beter uitgangspunt werd ooit geformuleerd door Theo Stevens, bijzonder hoogleraar sportgeschiedenis aan de VU.

Hij definieerde zijn vakgebied aldus: 'Sportgeschiedenis ziet de sport als onderdeel van het maatschappelijk proces en bestudeert haar in relatie tot de samenleving waarvan ze deel uitmaakt.'

Zo moet het volgens mij ook met de sportcanon: een waarachtige poging om de vlucht die de sport heeft genomen in onderdelen vast te leggen.

Gezien de aard van het beestje, sport is een vehikel van nationale trots, zullen dat vooral hoogtepunten zijn. Maar wat zijn die waard als we voorbijgaan aan dieptepunten? En wie van zijn voetstuk valt, hoeft niet meteen zijn plek in de geschiedenis te verliezen.

Theo Stevens schreef een interessante inleiding bij het boek De Top 500, waarmee tien jaar geleden de beste sporters van de twintigste eeuw alfabetisch werden gerangschikt. 'Het is jammer dat de sport in Nederland nog zo vaak als een verschijnsel zonder historie wordt beschouwd', noteerde hij in 1999.

Gelukkig is deze eeuw begonnen met een paar voorbeelden van serieuze geschiedschrijving. Matty Verkamman begon in 2000 met de reeks Oranje toen en nu, een nauwgezette historie van het Nederlands voetbalelftal. Ook afzonderlijke gebeurtenissen als de Olympische Spelen van 1928 en de Elfstedentocht werden onlangs secuur geboekstaafd.

Maar een canon kan samenhang brengen in die verschillende uitingen van sport. Volgende week zaterdag meer hierover. Wie voor die tijd iets beters bedenkt dan 'sportcanon' moet dat vooral laten weten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden