Hoog tijd voor echte ambachtsschool

Het vmbo en het mbo hebben de toekomst, mits het moderne ambachtsscholen worden, die passen bij de postindustriële diensteneconomie

Niet zo negatief doen over het vmbo, zegt Jack altijd. Jack is onderwijskundige, dus hij kan het weten Het is een prima schooltype, vindt Jack. Tot hij voor zijn eigen dochter een vmbo-school moet zoeken. In een straal van 50 kilometer rond Amsterdam is er geen een waar hij zijn dochter heen durft te sturen. De gedachte achter het vmbo is prima, de praktijk…
Wijsneuzen
Die dubbelheid wordt bevestigd door het eergisteren verschenen boek van Rineke van Daalen, VMBO als stigma. Als idee deugt het vmbo. Verlost van aanstaande hoger opgeleide wijsneuzen kunnen praktisch gerichte leerlingen een echt vak leren. Met erkenning van niveauverschillen: daartoe zijn er vier niveaus. Opdat leerlingen die toch meer blijken te kunnen, gemakkelijk kunnen stijgen. En leerlingen die het wat minder doen, niet meteen van school hoeven.
Er is bovendien een uitgebalanceerde combinatie van theorie en praktijk, in relatief kleine klassen. In de praktische vakken krijg je oefeningen die je later in het echte werk ook tegenkomt.
Uitverkoren
Maar de praktijk van het vmbo is vaak anders. De leerlingen komen niet binnen met het idee dat zij de uitverkoren vaklui zijn die dit land zo hard nodig heeft. De Cito-eindtoets heeft velen bestempeld tot verliezers van de meritocratie. Hun motivatie is daardoor beperkt. Hun ego is kwetsbaar als een zeepbel. Faalangst is vaak een belangrijke reden zich niet in te spannen. Alleen dan kun je volhouden dat je best meer zou kunnen, als je maar je best zou doen.
De verschillende niveaus werken niet zozeer motiverend maar eerder bedreigend: ze voeden angst te dalen, niet de hoop te stijgen. In de theorielessen is de sfeer vaak lamlendig, hoe hard de docenten ook proberen. Pen, potlood of schrift vergeten. Iemand ligt op de tafel, een ander heeft muziek aan, er wordt gekletst. Na vier keer uitleg geven worden docenten wanhopig: kunnen of willen de leerlingen niet? Die twijfel leidt afwisselend tot engelengeduld en (soms scherpe) verwijten.
Rommelig
Ook bij sommige praktijklessen, bijvoorbeeld ‘zorg en welzijn’, is de sfeer rommelig en ongeïnspireerd. Het is onduidelijk wanneer je het goed doet, wanneer het af is en hoe je je werk kunt verbeteren. De spullen liggen niet waar ze horen. Net als in veel andere zorgberoepen waart hier de schaduw van de huisvrouw rond. Zorgen wordt daardoor niet als vak gezien. Ten onrechte, want het is een hele kunst om iemand drinken te geven zonder dat hij zich verslikt of alles langs zijn mond loopt, maar het ambachtelijke hiervan krijgt weinig aandacht.
Heel anders is de sfeer echter bij techniek. Daar werken leerlingen vaak toegewijd en enthousiast aan werkstukken, alleen of in groepjes. Ze schilderen plinten of maken een pennenbakje. ‘Kijk eens meester, hoe netjes!’ Ze zijn geïnteresseerd en stellen veel vragen.
Lamlendig
Waardoor veranderen lamlendige klieren bij techniek ineens in toegewijde ambachtslieden? De instructies zijn concreet, ze leiden tot tastbare producten en je werkt met mooi, goed geordend gereedschap. Leerlingen worden er niet massaal langs één meetlat gelegd. Hun prestaties worden vergeleken met eerdere eigen prestaties.
Hier zie je in de praktijk gebracht wat de socioloog Richard Sennett ambachtelijkheid noemt: de langdurige basale menselijke neiging om een taak goed te doen, omwille van de taak zelf. Hoofd en hand werken samen. Ambachtelijkheid vereist diepgaande ervaringskennis van het materiaal waar je mee werkt: van de taaiheid, en hoe je het toch met toewijding en geduld kunt vormen.
Ambachtelijkheid hoeft niet voorbehouden te zijn aan het vak techniek. Ook iemand eten geven is een ambachtelijke activiteit, die toewijding, geduld en kennis vereist. Het is wel moeilijker dan bij techniek om er passende oefeningen en instructies bij te bedenken.
Het vmbo en het mbo hebben de toekomst, mits het moderne ambachtsscholen worden, die passen bij de postindustriële diensteneconomie. Waar ambachtelijkheid centraal staat. Waar je een echt vak leert, inclusief de sociale vaardigheden en kennis die tegenwoordig voor elke functie noodzakelijk zijn. Waar je vooral concurreert met jezelf, zonder de verlammende angst een niveau te zakken. Waar hand en hoofd samen iets moois maken. Waar Jack zijn dochter met plezier heen stuurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.